Zelfmoorden in Italië markeren einde tijdperk

ROME, 24 JULI. De zelfmoorden van twee van Italië's prominentste ondernemers deze week markeren het einde van een tijdperk. Een wereld is aan het instorten, een stelsel dat verdrinkt in de corruptie, en sommige van de hoofdrolspelers verkiezen in hun trots of hun verzet de dood boven de schande van een publieke val.

“Het einde van andere regimes, zoals Weimar en het Derde Rijk in Duitsland, ging ook gepaard met zelfmoorden”, zegt Luciano Violante, de voorzitter van de parlementaire anti-mafiacommissie, lid van de ex-communistische Democratische Partij van Links. “De gemeenschappelijke factor is de instorting van de situatie waarbinnen de slachtoffers leefden en werkten.” En de Siciliaanse christen-democraat Calogero Mannino, verdacht van banden met de mafia, merkt op dat de situatie steeds meer op een Griekse tragedie gaat lijken.

Drama is er genoeg. Dinsdag Gabriele Cagliari, als president van de staatsenergieholding ENI lang een van de machtigste managers van het land. Gisteren Raul Gardini, een van de topondernemers die het economische succes van Italië in de jaren tachtig symboliseerde. En eerder acht anderen: partijfunctionarissen, lokale bestuurders, managers bij de staatsbedrijven.

Van verschillende kanten worden deze zelfmoorden aangegrepen om de Milanese justitie aan te vallen. Daarbij vallen woorden als "heksenjacht', "marteling" en "inquisitie". De rechters zouden hun boekje te buiten gaan, te snel iemand als verdachte aanmerken, arrestanten overdreven lang vasthouden om hen aan het praten te krijgen.

Vooral na de dood van Cagliari, die vier maanden in de Milanese San Vittore-gevangenis heeft gezeten en vijf keer tevergeefs heeft gevraagd of zijn voorarrest kon worden veranderd in huisarrest, zijn deze argumenten aangevoerd. Minister van justitie Giovanni Conso heeft de Milanese justitie verweten dat zij Cagliari een maand lang is vergeten.

Conso heeft een onderzoeksmissie naar Milaan gestuurd die duidelijk moet maken of het Milanese openbaar ministerie inderdaad buiten zijn boekje is gegaan. Maar deze verwijten hebben een keerzijde. Bij herhaling komen uit Milaan oproepen om te voorkomen dat het onderzoek zich maandenlang voortsleept, om nog maar te zwijgen van de processen. Maar de verzoeken om maatregelen voor strafvermindering bij een volledige bekentenis en andere manieren om de onderzoeken te versnellen, blijven zonder gehoor of worden vervormd in amnestievoorstellen.

Gefrustreerd zien officieren van justitie in Milaan en Palermo, Verona en Rome, Genua en Napels, hoe verzoeken om de parlementaire onschendbaarheid van verdachten op te heffen, soms maandenlang blijven liggen. Een grote groep parlementariërs doet alles wat in haar vermogen ligt om vervroegde verkiezingen zo lang mogelijk uit te stellen. De voormalige socialistische minister Claudio Martelli heeft hun angst verwoord: “Als we het parlement ontbinden en zo onze onschendbaarheid kwijtraken, zullen ze ons allemaal arresteren.”

Binnen dit kader is er een groot verschil in de zelfmoord van Cagliari en die van Gardini, en dat wordt ook zichtbaar in de reacties. Gardini krijgt minder sympathie vanuit het parlement dan Cagliari. De president van de ENI was dan ook een halve politicus, een manager in wiens beslissingen de politiek zeker zo belangrijk was als de bedrijfseconomie. Zijn zelfmoord is een protest tegen de rechters. Die van Gardini niet. Ook al behoorde deze rijzige man met zijn zilvergrijze haren en zijn passie voor zeilen tot de mensen van het goede leven, hij heeft ook jarenlang gevochten tegen het establishment.

Gianni Agnelli, de president van Fiat en zelf "de advocaat', heeft Gardini als president van het agro-indstriële Ferruzzi-groep het label "de boer' opgeplakt, en dat is hij nooit kwijtgeraakt. In 1987 haalde hij zich de vijandschap van de regeringspartijen en van de salotto buono in de economie op zijn hals met zijn gewiekste overname van het chemische bedrijf Montedison. Toen hij vier jaar later door de familie Ferruzzi aan de kant werd gezet, was een van de redenen daarvoor dat hij te fel van leer was getrokken tegen de regeringspartijen.

De zelfmoord van Gardini, een man die rechtlijnig dacht en niet van compromissenwilde weten, is dan ook vooral een daad van trots, een poging zich de schande van een arrestatie te besparen. Die arrestatie was vrijwel zeker na de verklaringen van Giuseppe Garofano, tot januari president van Montedison, dat Gardini hem opdracht heeft gegeven om de balansen te vervalsen en geheime fondsen te creëren waaruit steekpenningen konden worden betaald. Gisteravond zijn Carlo Sama, een zwager van Gardini en voormalig managing director van Montedison, en twee andere betrokkenen in verband hiermee gearresteerd.

Mogelijk hebben deze fondsen een rol gespeeld in de affaire Enimont, de zaak die Gardini en Cagliari bindt. Enimont was de chemische joint venture tussen Montedison van Ferruzzi en het staatsbedrijf Enichem, onderdeel van de Eni. Het huwelijk heeft nog geen anderhalf jaar geduurd. In november 1990 werd Enimont ontbonden wegens aanhoudende meningsverschillen tussen de managers uit de publieke sector en die uit het particuliere bedrijfsleven. Ferruzzi werd uitgekocht voor 2,8 biljoen lire, ruim 3,5 miljard gulden. Toen al werd dat als een uitzonderlijk hoog bedrag beschouwd. Het vermoeden bestaat dat er voor tientallen miljoenen guldens smeergeld is betaald. Volgens een voorpublikatie gisteren van het weekblad Panorama heeft Cagliari verteld dat Montedison smeergeld heeft betaald aan de christen-democratische partij in ruil voor een hoge afkoopsom. Hiermee zou dit een van de grootste smeergeldaffaires worden.

In februari heeft een andere direct betrokkene bij deze affaire, de topambtenaar Sergio Castellari, zelfmoord gepleegd. Francesco Piga, de ex-minister van staatsdeelneming die de zaak Enimont heeft gevolgd, is twee jaar geleden overleden na een hartinfarct. Voor de Italiaanse rechters wordt het steeds moeilijker de waarheid in deze affaire aan het licht te brengen.