Vrouwen doen mee aan criminele modes

Een clubje vrouwen dat een bank berooft, daar hoor je nooit over. Hoewel steeds meer vrouwen het criminele pad betreden, blijven ze nog ver achter bij de mannen. Vrouwengevangenissen worden voller, maar van cellentekort is hier voorlopig geen sprake. “Criminaliteit is een mannenzaak”, zegt plaatsvervangend directeur B. van Dam, van de vrouwengevangenis De Singel. Deel zeven in een serie: vrouwen en misdaad.

Goeie Mie werd ze genoemd. De Leidse gifmengster, Maria Catharine van der Linden-Swanenburg. Ruim een eeuw geleden werd ze tot levenslang veroordeeld op beschuldiging van drie moorden. Uit het gerechtelijk vooronderzoek bleek dat Goeie Mie - die naam had ze wegens haar hulpvaardigheid - tussen 1866 en 1883 ruim honderd familieleden en buurtgenoten had vergiftigd. Haar slachtoffers stierven in haar armen en als "medicijn' gaf ze vaak nog een extra portie rattenkruid.

Van gifmengsters hoor je niet zo veel meer. Vrouwen doen tegenwoordig gewoon mee aan de criminele mode: harder en gewelddadiger. Zo rolde de politie in februari van dit jaar een bende roofovervallers op, onder wie drie vrouwen.

De statistieken

Het aantal geregistreerde misdrijven van vrouwen nam van 1982 tot 1992 toe met ruim een kwart, van 19.009 tot 24.714. Voor mannen steeg het aantal in dezelfde periode met nog geen zes procent, van 173.426 tot 183.172. Dat blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vrouwen halen de mannen langzaam in, al nemen ze nog altijd minder dan twaalf procent van het totaal aantal misdrijven voor hun rekening. In geen enkele vorm van criminaliteit scoren vrouwen hoger dan mannen.

Nummer één op de CBS-lijst van misdrijven in 1992 door vrouwen gepleegd, staat eenvoudige diefstal. Op twee staat inbraak, drie is rijden onder invloed, vier valsheid in geschrifte en vijf mishandeling. Opmerkelijk is de stijging van het aantal vrouwen dat een diefstal door middel van braak pleegt, van 1.279 in 1982 naar 2.592 in 1992. Diefstal met geweld door vrouwen is in die periode ruim verdubbeld.

Meisjes hebben de jongens zelfs al bijna ingehaald als het gaat om geweldsdelicten. Zo ontvoerden twee veertienjarige vriendinnen eind vorig jaar een ex-vriendin, propten haar mond vol wc-papier, sneden haar polsen door en gingen aan de haal met haar schoenen, jas en horloge. Reden voor hun actie was dat het slachtoffer rondvertelde dat een van hen drugs gebruikte. Bij gewelddelicten scoren meisjes in verhouding bijna even hoog als jongens: respectievelijk 5,1 en 5,7 procent van het totaal aantal misdrijven. Dat blijkt uit een WODC-studie uit 1992, "Ontwikkelingen van de jeugdcriminaliteit'.

In het algemeen zijn de meisjes "misdadiger' geworden dan de vrouwen. Volgens bovengenoemde WODC-studie steeg de criminaliteit van meisjes tussen 1980 en 1990 met veertig procent. Bij jongens was de stijging tien procent. Uit het WODC-rapport blijkt dat 85 procent van de criminele meisjes een vermogensdelict (vooral diefstal) pleegt. Meisjes richten nauwelijks vernielingen aan en begaan weinig misdrijven tegen de openbare orde.

Hoewel jeugdcriminaliteit lijkt te emanciperen, blijft het aantal criminele meisjes gering. In 1990 maakten de 4.391 criminele meisjes 0,5 procent uit van alle jongeren. Verder recidiveren meisjes minder dan jongens, beginnen later met het plegen van delicten en houden ze er eerder mee op.

De theorie

Waarom zijn minder vrouwen crimineel dan mannen? Terwijl mannen meer gericht zijn op variabiliteit en dominantie, hechten vrouwen meer aan stabiliteit en aan langdurige relaties, beweert de criminoloog C.J.C. Rutenfrans. En dat zijn juist factoren die crimineel gedrag belemmeren. De emancipatiebeweging van eind jaren zestig heeft het vrouwelijke rolpatroon nauwelijks veranderd, aldus de criminoloog, die in 1989 promoveerde op het proefschrift "Criminaliteit en sexe'

De relatiegerichtheid van vrouwen en de dominantie van mannen verklaart Rutenfrans uit sociaal-culturele, psychologische en fysiologische factoren. Het biologisch-deterministische standpunt, dat de verschillen een onontkoombare gevolg zijn van chromosomale verschillen, verwerpt hij.

Volgens de juriste H. Verrijn Stuart moet je vrouwen op het punt van criminaliteit helemaal niet vergelijken met mannen. “In de criminologie wordt al jaren de vraag gesteld waarom vrouwen minder en anders crimineel zijn dan mannen. Het uitgangspunt bij dit soort pseudo-feministisch onderzoek is dat mannelijke criminaliteit normaal is.” Je moet criminele vrouwen apart bekijken, vindt zij. “Dan zie je dat mannen wel eens zo maar iemand doden, terwijl vrouwen meestal een bekende doden en daar ook een goede reden voor hebben. Tachtig procent van de vrouwen die in detentie zitten hebben een verleden van seksueel of ander geweld.”

Vrouwen in detentie

Als vrouwen vaker in aanraking komen met de politie, eindigen ze ook vaker in de gevangenis. Het aantal vrouwelijke gevangenen is in de periode 1982 tot en met 1989 bijna verdubbeld, van 596 tot 939 per jaar. Dat constateerde de werkgroep "Vrouwen in detentie' van het ministerie van justitie in 1991. Met name het aantal langgestraften is toegenomen. In de zes penitentiaire inrichtingen voor vrouwen was in 1991 de helft van de vrouwen in Nederland geboren. De gemiddelde leeftijd was 35 jaar.

Ondanks de toename, is het aantal vrouwen in de gevangenis nog altijd gering. Ze maken niet meer dan 5 procent uit van de totale gevangenispopulatie, zo blijkt uit cijfers van Justitie. Op 1 juli 1993 waren er 313 vrouwelijke gedetineerden, tegenover 7.158 mannen.

“Soms gil ik wel eens "criminaliteit is een mannenzaak' ”, zegt plaatsvervangend directeur B. van Dam, van de vrouwengevangenis De Singel in een toren van de Amsterdamse Bijlmerbajes. “Het aantal vrouwen in de gevangenis is immers een te verwaarlozen percentage. En van de vrouwen die crimineel zijn, is een deel overgehaald door mannen. Een clubje vrouwen dat een bank berooft, daar hoor je nooit over.”

Vrouwen zitten vooral in de gevangenis wegens overtreding van de Opiumwet. Volgens Justitie zat op 30 september 1991 veertig procent van de 316 vrouwen, hiervoor opgesloten. Op hetzelfde tijdstip zat 33 procent vast voor een vermogensdelict, 9 procent wegens geweld en 1 procent voor seksuele delicten.

Als vrouwen een misdaad plegen die bij hun sekse-rol past, bijvoorbeeld winkeldiefstal, worden ze door justitie strenger behandeld dan wanneer ze een "mannelijk misdrijf' begaan, zoals overtreding van de Opiumwet. S. Moonen en G. Postma publiceerden eind vorig jaar in het reclasseringsmaandblad Proces de resultaten van hun onderzoek naar de invloed van de sekse van de dader op de beslissing van de officier van justitie. Ze kwamen tot de conclusie dat “als iemand een delict pleegt dat om welke reden dan ook niet in de verwachting ligt, men geneigd zal zijn dieper op de zaak in te gaan en veel eerder omstandigheden aan te dragen die een coulantere behandeling van de verdachte rechtvaardigen.”

Hetzelfde geldt voor criminele jongeren. Bij agressieve delicten blijken officieren van justitie en jeugdpolitie voor jongens een bekeuring, geldboete of gevangenisstraf vaker op zijn plaats te vinden. Voor meisjes wordt het passender gevonden om door te verwijzen naar maatschappelijk werk of om de opvoeders meer corrigerend te laten optreden. Dat blijkt uit onderzoek van de psychologen E.C.M. van Schie en T.M. Willemsen.

Vrouwenvleugel

Spinnen en naaien. Dat was de taak van de gevangenen in het eerste vrouwentuchthuis, het Spinhuis uit 1596. Het huidige werk in vrouwengevangenissen verschilt daar nauwelijks van. Nog altijd werken gedetineerden in het confectie-atelier, in de wasserij of moeten ze kerstkaarten inpakken. “Krankzinnig werk”, meent Verrijn Stuart. “De gedachte erachter is niet veel beter dan destijds in het Spinhuis. Het gaat er alleen om de vrouwen bezig te houden.” Ook de criminoloog H. Franke merkt in zijn studie "Twee eeuwen gevangen' op dat het gevangenisregime vrouwen nog steeds in een traditionele rol drukt.

“Toch doet bijna iedereen mee aan de arbeid, want het alternatief is in de cel met de deur op slot”, zegt gevangenisdirecteur Van Dam. In De Singel werken vrouwen vier uur per dag. Ze hebben vier uur "vrij', waarvan één uur om te luchten. “De rest is voor onderwijsprogramma's, sport, recreatie, een bezoek aan de humanist, de pastoor of aan het maatschappelijk werk.” Een keer per week mogen de vrouwelijke gedetineerden een uur bezoek ontvangen.

“Voor het bezoek van hun kinderen hebben vrouwen vaak geen ruimte”, zegt Verrijn Stuart verontwaardigd. “Wel is er zelfs in een huis van bewaring een wipkamertje. Voor seks moeten vrouwen beschikbaar blijven, maar een gesprek met hun kind is praktisch onmogelijk.” Verrijn Stuart zat in de werkgroep "Vrouwen in detentie', die onder meer de aanbeveling deed kinderen die “noodgedwongen” bij de moeder in de gevangenis moeten blijven niet al bij de negende levensmaand weg te halen.

In de half-open gevangenis Ter Peel in Sevenum (Noord-Limburg) wordt sinds kort geëxperimenteerd met een afdeling waar gedetineerde moeders hun kind tot vier jaar bij zich mogen houden. In de nieuwe vrouwengevangenis in Heerhugowaard, die begin volgend jaar af moet zijn, wordt een aparte kinderafdeling ingericht. Justitie schat de behoefte aan deze voorziening op maximaal twaalf moeders.

Uitbraak komt nauwelijks voor in de vrouwengevangenis. In de periode 1984 tot en met 1989 hebben slechts twee vrouwen een geslaagde vluchtpoging ondernomen, zo blijkt uit het rapport "Vrouwen in detentie'. Dat is nog geen half procent van het totaal aantal ontvluchtingen uit gesloten inrichtingen. Ook het aantal vrouwen dat een poging tot ontvluchten doet, is minder dan een half procent van het totaal.

Het lage percentage ontvluchtingen heeft niet alleen te maken met de fysieke (on)mogelijkheden, maar ook met de wijze waarop vrouwen hun misdrijf en de detentie verwerken. “De energie die vrouwen hebben richt zich niet tegen het systeem, zoals bij mannen. Vrouwen leggen de schuld bij zichzelf en vinden dat ze terecht zitten. Ze reageren depressief en gaan in een hoekje zitten”, aldus Van Dam, die in de 4,5 jaar dat ze in De Singel werkt nog geen enkele uitbraakpoging heeft meegemaakt.

“Door dat schuldgevoel komt agressie tegen het bewarend personeel ook nauwelijks voor”, zegt Van Dam. “Het schuldgevoel wordt nog eens versterkt door zorgen over thuis. Wanneer mannen opgesloten zitten, gaat het gezinsleven door. Vrouwen worden bijna altijd geconfronteerd met een opgebroken gezin en denken: "Doordat ik zit, lijden mijn kinderen ook.' ”

De werkgroep "Vrouwen in detentie' pleit voor een open regime voor vrouwen, met zwangerschapsverlof en extra scholingsmogelijkheden “om de vrouwen te steunen in hun streven naar economische onafhankelijkheid”. Vrouwen en mannen gezamenlijk opsluiten, een idee dat binnen Justitie lang is overwogen, raadt de werkgroep af wegens de seksuele spanningen en de onvermijdelijke relaties.

Relaties tussen vrouwelijke gedetineerden onderling worden zeker niet aangemoedigd in De Singel. “Relaties wekken irritatie op van medegevangenen”, zegt Van Dam. “Zeker als de geliefden elkaar in het openbaar zoenen. Verliefde gevoelens kunnen we niet verbieden, maar zoenen in het openbaar wel. Trouwens, om half tien moeten de gevangenen weer de cel in, dus veel gelegenheid om samen te zijn hebben ze niet.”

De populaire televisieserie Vrouwenvleugel, waar relaties en andere spannende gebeurtenissen elkaar in hoog tempo opvolgen, vindt Van Dam lachwekkend. “Wat je daar in een uurtje ziet gebeuren, gebeurt hier nog niet in vijf jaar. Wat ze niet kunnen laten zien is de sleur. Het sleurachtige bestaan is juist het kenmerkende.”