Van Wijnbergen: Polen staat dichter bij de vrije markt dan Nederland

Als het doemscenario uitkomt, dan vervalt West-Europa in Latijnsamerikaanse toestanden. “Het is verbazingwekkend dat je hier veel herkent van wat in Oost-Europa wordt afgebroken.” Volgens de Nederlandse hoogleraar Sweder van Wijnbergen gaat de fundamentele keuze tussen vernieuwing van de economie of doorleven met schijnzekerheden. Laatste in een serie vraaggesprekken met topeconomen over veranderingen in de wereldeconomie.

AMSTERDAM, 24 JULI. “Kom ik laatst een winkel binnen en wil ik met een credit-card betalen. Zegt de winkelier: kan niet, dat is te duur voor me. Ik vroeg hem waarom hij dan niet twee procent bovenop de prijs zet en mij de kosten laat betalen. Antwoordt hij: dat mag niet van de overheid. Er zijn zo ontzettend veel regels in dit land, sluitingsuren, vestigingsbeleid, god mag weten wat. Dat werkt heel verstarrend.”

Sweder van Wijnbergen (42) verbaast zich na zijn terugkeer uit de Verenigde Staten telkens weer. “Ik heb net een van mijn kinderen voor 1997 op de wachtlijst voor een school gezet. Maar die school zit al vol. Zo ging het vroeger in Oost-Europa, daar werkte men ook met rijen en niet met prijzen. Waarom mag je voor zo'n school niet meer bijbetalen? Er gebeuren in Nederland hele rare dingen. Men geeft subsidies aan de rijken, zoals de studiefinanciering. En wie demonstreert er mee om de rijken hun subsidie te laten houden? Groen Links!”

Voor de inmiddels Amsterdamse hoogleraar staat het vast; als Nederland de afbraak van het eigen economische model verder vertraagt, geeft het alle prikkels uit handen om technologisch te vernieuwen.

Van Wijnbergen beschikt over veel vergelijkingsmateriaal. Voor de Wereldbank was hij vier jaar in Mexico en geruime tijd in Polen, landen die allebei een snelle economische hervorming doormaken. Na zijn studies natuurkunde en econometrie vertrok Van Wijnbergen al in 1977 naar de Verenigde Staten om met een beurs aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology verder te studeren. Al snel viel hij op met publicaties in toonaangevende internationale vaktijdschriften als The Quarterly Journal of Economics. Bij de Wereldbank werkte hij samen met professor Lawrence Summers, die nu een prominente rol speelt in de regering van president Clinton. Inmiddels behoort Van Wijnbergen tot de crème de la crème van het internationale economencircuit.

Enkele jaren geleden zou hij er niet over gedacht hebben naar Nederland terug te keren. Het academisch leven aan de Nederlandse universiteiten was dood, publicaties waren geen maatstaf en naar onderzoeksprestaties werd ook nauwelijks gekeken. Maar de universiteiten zijn volgens Van Wijnbergen de afgelopen jaren uit hun ivoren toren gekomen. Zelf is hij regelmatig als economisch adviseur in Oost-Europa en verrijkt zijn studenten met de daar opgedane praktijkkennis.

“Wat mij opvalt is dat de Europese Gemeenschap een dramatische vijand is van Oost-Europa. Onder invloed van publieke kritiek is Brussel wat flexibeler geworden met importquota. Maar dat stelt niets voor want het aantal klachten over dumping neemt enorm toe. Daar wordt veel te weinig lawaai over gemaakt. Zodra een Oosteuropese industrie succesvol is, krijgt ze een berichtje uit Brussel dat een procedure voor anti-dumping wordt begonnen. Tot nader order geldt dan een exportverbod. West-Europa zit potdicht, daar komt het eenvoudig op neer.”

Maar zeker in West-Europa bestaat toch een reële angst dat goedkope buitenlandse concurrentie hier miljoenen banen zal wegvagen bij volledig open grenzen?

“Kijk nou eens naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Daar wordt het economisch proces veel minder tegengewerkt. West-Europa reageert op elke bedreiging van de status quo met meer bescherming. Als in Europa een computerbedrijf in moeilijkheden raakt, gaan de tarieven omhoog. Mijn computermonitor heb ik uit Amerika meegenomen. Daar kost het 700 dollar en hier 2200 gulden, alleen maar omdat Philips monitoren moet blijven produceren. Waarom zijn cd's hier twee keer zo duur als daar. Dan komen er van die onzinnige verhalen dat er hier meer keus is. Ga maar eens naar Tower Records in New York. Europa bedrijft puur industriële protectie.

“In Amerika maakte men jaren geleden enorme ophef over de geheugenchips. Die markt zouden ze gaan verliezen. Nou die hebben ze ook verloren, er worden buiten IBM geen geheugenchips meer in de VS gemaakt. Dat is allemaal naar Japan gegaan. Toch is de werkgelegenheid in de Amerikaanse computerindustrie enorm gestegen. Dat komt omdat de mensen niet, zoals hier, in beschermde en niet-winstgevende sectoren aan het werk worden gehouden. Toen de Amerikanen zagen dat ze de markt verloren, hebben ze zich met een geweldig enthousiasme op de processor-chips gestort. En die hele markt hebben ze veroverd. Ze zijn verder omhoog geklommen op de technologieladder.”

“Theoretisch gezien is niet zo duidelijk dat vrijhandel de economisch groei bevordert, niemand heeft dat echt bewezen. Maar je kunt op een andere manier toch beredeneren dat vrijhandel beter is. Namelijk door het mechanisme te analyseren dat achter protectionisme schuilgaat, dat van de lobbies. Nieuwe ondernemers hebben nog geen kapitaal om te verdedigen. Als ze ergens een barrière zien, gaan ze gewoon iets anders doen.

De oude entrepreneurs hebben belang bij handhaving van de status quo. Zij hebben hun gemaakte investeringen al afgeschreven en iets opgebouwd om te verdedigen. West-Europa is het stijlvoorbeeld van een handelspolitiek die door industriële lobbies wordt bepaald. Je krijgt een hang naar oude industrieën. De EG is ooit begonnen als een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal om tot een efficiëntere produktie te komen. Maar men is blijven steken in steunmaatregelen. Het is een vorm van genstitutionaliseerde corruptie.''

Is de consequentie van uw betoog dat straks iedereen zijn salaris ziet gehalveerd, omdat anders niet kan worden geconcurreerd?

“Nee, de lonen worden alleen gehalveerd als je probeert dezelfde dingen te blijven doen. In Amerika zijn de lonen toch ook niet gehalveerd. Er komen veel meer produkten met een hoge toegevoegde waarde. Dan hoeven de lonen helemaal niet te worden verlaagd. Er zijn enorme verschillen in menselijk kapitaal. Een Nederlandse werknemer is echt niet te vergelijken met een Chinese werknemer. De scholing is hoger, de produktiviteit ook. Je kunt de lage-lonen-landen ook zien als een mogelijkheid om banen waar je toch niet veel mee verdient, uit te besteden. Kijk eens hoe Hong Kong van China profiteert. Het is een fantastische bron van inkomsten.”

Kan de overheid een stimulerende rol spelen bij technologische vernieuwing?

“Ik geloof helemaal niet dat de overheid actief pro-innovatie moet zijn. Ze moet ophouden anti-innovatie te zijn. In Amerika heeft de overheid zich er nauwelijks mee bemoeid. En waar ze zich met innovatie bemoeide ging het mis. Een mooi voorbeeld zijn ook de Japanners, die het imago hebben dat ze alles kunnen. De regering besloot dat Japan helemaal vooraan in de computerwereld moest komen, het fameuze vijfde-generatie-computerproject; je hoort er niets meer van. Waarom? De Japanse bureaucraten pakten bestaande technologieën en gingen die stimuleren. Intussen bedachten Amerikaanse bedrijven dat je het veel handiger en goedkoper kon doen door dertigduizend pc'tjes aan elkaar te koppelen en zo maakten ze een parallelle proces-machine voor een tiende van de prijs, die twee keer zo hard gaat. Nu heeft het Amerikaanse Intel een derde van de markt voor parallel-processing in handen.”

Hoe ziet u dan de rol van de overheid?

“De aard van de economische groei in West-Europa, Amerika en Japan is veranderd. De rol van de overheid wordt hierdoor ook een heel andere. Na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren vijftig en zestig, kwam de economische groei puur uit accumulatie van gigantische hoeveelheden kapitaal en arbeid. Maar dat is vastgelopen. Nu moet de groei veel meer voortkomen uit technologische vernieuwing. De overheden moesten voorheen investeren in de publieke infrastructuur. Die is er gekomen, we hebben goeie telefoons, wegen en vliegvelden. De grote vraag is of West-Europa kan omschakelen naar een systeem waar de groei uit technologische vernieuwing komt. Dat vereist een flexibele economie. Ik ben pessimistisch over de mogelijkheden van de overheid om dat zelf te bevorderen. Wat de overheid moet doen is het creëren van een omgeving waarin innovatie niet wordt gehinderd.”

Hoe kan de overheid die rol invullen?

“In elk geval niet op de manier waarop dat in Nederland gebeurt. De regering is hier geobsedeerd door het financieringstekort en niet door het niveau van de overheidsbestedingen. Ik heb hier nog geen discussie gezien over de segmenten waar de overheid helemaal uit kan. Er wordt op de verkeerde manier bezuinigd door overal te snoeien. Dat betekent dat je een slechtere overheid krijgt, maar niet noodzakelijk een kleinere. Het huisvuil wordt dan nog maar eens in de twee weken opgehaald, terwijl niemand besluit dat het misschien wel beter is dat helemaal te privatiseren.

“Het tweede is deregulering. Er wordt te weinig gekeken naar dat deel van de overheidsinmenging dat je niet in het budget terugvindt. Voor iemand die uit Amerika terugkomt, is het verbazingwekkend hier veel te herkennen van wat in Oost-Europa wordt afgebroken. De enorme hoeveelheid regels, de directe inmenging van de overheid, de neiging van de politici om het allemaal te fiksen, het industriefonds, de neiging om iedereen te beschermen.

“Neem ook het Nederlandse belastingsysteem. Door fiscale stimulansen wordt spaargeld gestoken in luxe privé-woningen en pensioenen, in plaats dit geld te gebruiken voor innovatie. Als je alle belemmeringen op een rijtje zet, staat Polen dichter bij een vrije markteconomie dan Nederland.

“We zouden hier een "dereguleringstsaar' moeten hebben. Dat hebben ze in Mexico gedaan. Dat was een vent op het niveau van onder-minister, waar iedereen met klachten over een regel terecht kon. Hij moest binnen drie weken antwoord geven. Als je Mexicanen nu vraagt wat het belangrijkste resultaat is geweest van de economische hervormingen, dan noemen ze de deregulering.”

Uw pleidooi komt erop neer dat in West-Europa zoiets als een maatschappelijke revolutie nodig is?

“Ik ben bang van wel ja. Het is de vraag of het na zoveel jaar zal gaan zonder een hoge prijs te betalen. Hoe langer maatregelen worden uitgesteld, hoe groter de sociale schok zal zijn. Tien jaar geleden kende Nederland 300.000 werklozen, nu leeft 1,7 miljoen mensen van een uitkering, en als we niets doen wordt het nog erger.

“Ons hele stelsel is gericht op bescherming van mensen en industrieën. Dat is een belemmering voor verandering. In Nederland is dertig procent van de arbeidsbevolking met instemming van vakbonden op een uitkering gezet. Op voorwaarde dat men niks doet. Die mensen zijn afgeschreven. Dat kan natuurlijk niet. Maar hoe integreer je ze weer? We missen een onderwijssysteem om mensen snel te herscholen. Je moet een flexibeler stelsel hebben waarbij sneller wordt gereageerd op de behoeften uit het bedrijfsleven. Mexico heeft daarom de Kamer van Koophandel bij trainingsprogramma's betrokken.”

Is het niet ironisch dat West-Europa moet leren van Polen en Mexico? Hebben we hier te maken met de wet van de remmende voorsprong?

“Als we nog even wachten hebben we geen voorsprong meer. Er is in West-Europa een sfeer ontstaan van: "we hebben het goed en zijn tevreden', maar daarmee hebben we het vermogen verloren snel op veranderingen te reageren. Willen we de status quo handhaven of niet. Daar gaat het om. Het basisprincipe in West-Europa is dat iedereen is gevrijwaard van risico's. Dat rijmt niet met de vaststelling dat groei voortkomt uit flexibiliteit. De fundamentele vraag is: willen we zo'n nieuwe samenleving creëren? Of geven we iedereen een schijnzekerheid totdat de zaak klapt en er geen zekerheid meer is.

“De vraag is hoe lang burgers en ondernemers de hoge belasting- en premiedruk nog accepteren. Zodra mensen daartoe niet meer bereid zijn, krijg je kapitaalvlucht. Dan vervallen we in Latijnsamerikaanse toestanden. In een worst case scenario glijden we af naar een Argentijns model: autarkie, hoge tariefmuren en een overheid die wordt benvloed door lobbygroepen. Dat leidt tot een vicieuze cirkel van steeds meer kapitaalvlucht. Het is zeker niet onmogelijk dat een rijk land van de top omlaag valt. Argentinië behoorde voor de Tweede Wereldoorlog tot de meest welgestelde landen ter wereld. Het zou ontzettend jammer zijn, want West-Europa is natuurlijk een enorm geschoolde samenleving met een geweldig potentieel. Het kan een groeipool zijn, net als Amerika en Japan. Maar dan moet ons model op de helling.

“Er zou een volledige herziening van de rol van de overheid moeten komen. Zij moet zich bijvoorbeeld niet met de inkomensverdeling bezighouden. Het moet de overheid niets kunnen schelen wat er gebeurt tussen midden, rijk en heel rijk. Het is niet nodig dat de overheid de middle class status van mensen met uitkeringen beschermt. Het moet de overheid wèl kunnen schelen of mensen aan een bestaansminimum komen.”

De omwenteling die ook in Nederland nodig is, vereist volgens Van Wijnbergen een ander type politicus. “Je hebt een soort Margareth Thatcher nodig, die bereid is het uit te leggen. Aan een eeuwige compromissenman die iedereen probeert te beschermen, heb je niets. Iemand als Den Uyl was er niet geschikt voor. Maar Lubbers is dat ook niet.”

“Ik beschouw de huidige problemen als een grote uitdaging voor links. Er moet een fundamenteel debat komen over de staat en de manier waarop het veranderingsproces moet worden begeleid. Tot nu toe heeft links zich merkwaardigerwijs ontpopt tot de grootste verdediger van de bestaande orde. Ik vind het shockerend dat er in Nederland en West-Europa over dit soort zaken niet eens een debat gevoerd wordt.