Tandengeknars op beurs over gedrag Financiën

Het bijbelse tandengeknars en geween moet te horen zijn geweest bij de leden van de Amsterdamse effectenbeurs, toen het Agentschap van Financiën in februari het "strippen' van een staatslening a. In de brief die het beursbestuur op 5 februari heeft gestuurd naar minister Kok (financiën) is de toon verongelijkt en gekwetst.

“Het had voor de hand gelegen dat de Agent de modaliteiten had besproken met de vereniging als houder van deze beurs', schrijft beursvoorzitter B. van Ittersum. “Mede in het licht van onze gezamenlijke inspanningen in het kader van Amsterdam Financieel Centrum ter bevordering van de Staatsfondsenmarkt (...) betreuren wij dat dit overleg achterwege is gebleven.”

De al dan niet vermeende verspreiding van voorwetenschap door de Agent van Financiën, H.T.M. Bevers, mag dan het meest pikante detail zijn in de "strip-affaire' van de beurs. Even pijnlijk is het feit dat het ministerie van financiën de beurs aanvankelijk eenvoudig heeft gepasseerd bij het aantrekkelijker maken van de staatslening. De idee dat de Nederlandse overheid en de beurs gezamenlijk hun best doen om de hoofdstad op te stoten tot "Amsterdam Internationaal Financieel Centrum' is nogal theoretisch, zo blijkt uit de brieven die Van Ittersum in februari naar Kok schreef.

De Agent van Financiën geeft staatsobligaties uit (44,8 miljard gulden in 1992), verstrekt onderhandse leningen voor de staat (3,7 miljard in '92) en betaalt rente en aflossing op de staatsschuld. Minister Kok is sinds begin deze maand verwikkeld in een juridisch gevecht met zijn ambtenaren, die willen voorkomen dat de minister de bevoegdheden van Bevers verder versterkt. Niet alleen de uitvoering van de staatsleningen, maar ook het bijbehorende beleid wil Kok grotendeels aan het Agenschap overgedragen.

Bevers is inmiddels op geheel eigen wijze begonnen met het maken van beleid. Op 3 februari van dit jaar kondigde Bevers aan een dertigjarige 7,5 procents staatslening, die in 2023 afloopt, te verknippen in 31 stukken: de hoofdsom en 30 losse rentecoupons. In de Verenigde Staten is de afgelopen tien jaar al voor 120 miljard dollar aan leningen verknipt, maar voor Nederland was de introductie van "strips' een primeur.

Omdat in Nederland de ervaring ontbrak, had Bevers dan ook in de maanden eraan voorafgaande inlichtingen ingewonnen bij de Amerikaanse handelsbanken J.P. Morgan en Morgan Stanley. De bankiers begrepen al spoedig dat Bevers een "stripping' aan het voorbereiden was.

Directeur H. Huas van J.P. Morgan gaf dit in februari ook toe tegenover Het Financieele Dagblad en meldde geregeld contact te hebben gehad met Bevers. Toen de aankondiging van het verknippen kwam, konden beide banken al meteen prijzen in het computerscherm noteren en hun klanten tot in de details op de hoogte brengen.

Op de beurs van Amsterdam barstte vervolgens de bom. Volgens woedende Nederlandse handelaren waren de Amerikanen niet alleen van tevoren op de hoogte geweest van de voorwaarden van het "strippen', maar ook van het tijdstip gezien de snelheid waarmee prijzen konden worden afgegeven. Tegenover Het Financieele Dagblad ontkende de beurswoordvoerder op 5 februari dat er een onderzoek zou worden ingesteld, maar dezelfde dag ging de brief van Van Ittersum de deur uit waarin wel werd gesproken van een "onderzoek'. In de bestuursvergadering die daarop volgde, vroegen de bestuursleden - banken, commissionairs en hoeklieden - het dagelijks bestuur om stappen tegen Bevers.

Pag.12: Agent Kok zet beurs in het hemd

De beurs voelde zich in zijn hemd gezet door het ministerie van financiën en in het bijzonder de Agent. In het kader van Amsterdam Financieel Centrum, die ook een impuls zou moeten krijgen van de vestiging van de Europese Centrale Bank in Amsterdam, probeert de beurs zijn concurrentie-positie tegenover met name de beurs in Londen te versterken. Voorbeelden daarvan zijn de fusieplannen van de effectenbeurs met de optiebeurs en de introductie van een systeem van schermenhandel voor de grotere beursorders.

Ook wil Amsterdam met de recentelijk gestarte Amsterdam Treasury Market (ATM), schermenhandel in obligaties, een deel van de handel in staatsleningen terughalen die de afgelopen jaren naar Londen is weggelekt. De aanwezigheid van minister Kok bij de opening van de ATM in mei moest een illustratie zijn van de gezamenlijke inspanning die de beurs en het ministerie doen om de Amsterdamse handel te reanimeren. Kok beklemtoonde in zijn toespraak nog eens zijn steun voor Amsterdam Financieel Centrum.

Bij zijn maandenlange voorbereiding op het verknippen van de staatslening heeft Bevers echter niet de moeite genomen om te overleggen met de Vereniging voor de Effectenhandel en het beursbestuur. Volgens ingewijden had Bevers zich eind 1992 wel laten ontvallen te overwegen om een keer met een "strip' te komen, maar de aankondiging van de verknipping kwam voor het beursbestuur als een donderslag bij heldere hemel. “Helaas heeft dit ertoe geleid dat de openbare markt zich niet adequaat op dit initiatief heeft kunnen voorbereiden”, mopperde Van Ittersum in zijn brief aan Kok.

Nog pijnlijker is dat ook bij de uitvoering van het "strippen' de beursvloer is genegeerd. De afhandeling van de orders geschiedt nog steeds niet via het clearinginstituut van de beurs zoals Van Ittersum aan Financiën had gevraagd, maar door De Nederlandsche Bank (DNB). De door Financiën geselecteerde tussenhandelaren - J.P. Morgan, Morgan Stanley, de Bary, Mees Pierson, ABN Amro, ING en Rabo - kunnen daarvoor een effectenrekening aanhouden bij DNB.

In gesprekken met Financiën drong Van Ittersum er in februari op aan, dat de afhandeling via de beurs zou geschieden en dat ook een notering zou worden aangevraagd. Erg veel gehoor kreeg de beurs-baron niet, zo bleek uit het antwoord van de generale thesaurie van 22 februari. De minister liet bij monde van secretaris-generaal drs. J.D.K. Postma (niet drs. C. Rensen, zoals gisteren abusievelijk werd gemeld, red.) nogmaals weten dat de partijen voor de order-afwikkeling bij DNB terecht konden.

Kok schreef verder: “De vraag of notering van "strips' ter beurze dient plaats te vinden, laat ik in principe over aan de markt. Ik heb tegen notering ter beurze van de "strips' niet à priori bezwaar”. Sussend voegde Financiën eraan toe dat de Agent wel "desgewenst' zou deelnemen aan de door de beurs in het leven geroepen "stripwerkgroep'.

Door de brief gesterkt besloot de beurs om te kijken of de stukken alsnog een notering konden krijgen, omdat “duidelijke belangstelling van beleggers is gesignaleerd” zoals Van Ittersum op 1 maart schreef aan Kok. “Wij hebben een reglementaire en markttechnische systematiek in voorbereiding”, meldde de beursvoorzitter. De officiële notering van de 31 "strips' begon vervolgens op 5 april, na twee maanden pionieren. Inmiddels is voor een bedrag van 2,45 miljard gulden een vergunning afgegeven aan de banken

Het rumoer op de beurs over de handelwijze van Bevers is de afgelopen maanden verstomd ondanks de vernedering. Volgens ingewijden heeft dat alles te maken met de rentedalingen gedurende het eerste halfjaar van 1993. Daardoor hebben na de Amerikanen ook de Nederlandse handelaren inmiddels flink verdiend aan de obligaties.

Ook het onderzoek naar de handelwijze van Bevers is inmiddels door de beurs afgeblazen. Kok nam het voor zijn Agent op in zijn brief van 22 februari: “Voorts kan ik U medededelen dat mij desgevraagd is bevestigd, dat geen enkele marktpartij is genformeerd over de inhoud van de aankondiging inzake het splitsen, voordat die ter beurze had plaatsgevonden”. Van Ittersum was daarvan echter niet overtuigd, getuige zijn opmerking dat het antwoord van Kok alleen maar in het lopende onderzoek werd betrokken. “Met uitwisseling van informatie is de zaak uiteindelijk uitgepraat. Daarmee is de lucht weer opgeklaard”, zegt een woordvoerder van Financiën.

Ook al levert het onderzoek van de beurs niets op, dan nog is de "strip-affaire' beschadigend voor Bevers. Met de gang van zaken heeft de Agent de schijn tegen zich. Dat is buitengewoon pijnlijk voor een vertegenwoordiger van hetzelfde ministerie dat wordt geacht - zij het gedelegeerd aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer - de beurshandel te controleren. Bovendien herhaalt de geschiedenis zich voor Bevers, die in 1989 al te maken kreeg met vragen uit de Tweede Kamer over de uitgifte van een staatslening. Volgens obligatie-handelaren zou Bevers toen kort voor de sluiting van de inschrijving op staatsleningen een aantal grote partijen de hoogte van de uitgiftekoers hebben doorgegeven om de uitgifte te doen slagen.

Bevers werd ook toen door zijn bewindsman gedekt: CDA-minister Ruding liet na vragen van PvdA-Kamerlid H. Kombrink weten dat hij zelf en niet Bevers pas twee uur na sluiting van de termijn de koers had vastgesteld. Wel gaf Ruding toe dat Bevers grote beleggers had benaderd met omfloerste informatie, die voor de ervaren rotten genoeg was om de juiste conclusies te trekken.

Voor Bevers was het destijds een eens-maar-nooit-weer-ervaring. Dat werd toen nog eens benadrukt door het beursbestuur dat zei met Bevers afspraken te willen maken over de “communicatie met de markt om herhaling te voorkomen”. Die herhaling heeft noch de beurs noch Financiën kunnen voorkomen. Dat is niet alleen schadelijk voor de Agent, maar ook voor de Amsterdamse beurs die zichzelf als een efficiënte en doorzichtige markt in Europa wil presenteren. Amsterdam Financieel Centrum is met de "strip-affaire' wat verder uit beeld geraakt.