Sprinter Carl Lewis als Mister Clean in eigen sprookje

Portret van Carl Lewis en Steroids, whatever it takes, zondag, RTL 4, 22.45-23.45u.

Carl Lewis is nog nooit een camera of microfoon tegengekomen die hem niet beviel. De Amerikaanse superatleet is dan ook een dankbaar onderwerp voor een gefilmd portret. Zelfs in een klein kwartier weet de 31-jarige miljonair charmant te vertellen over het sprookje, dat er achteraf van zijn carrière te maken valt.

Het talent van Lewis had verloren kunnen gaan als het heilige vuur niet was ontstoken door Jesse Owens, de legendarische zwarte sprinter die op de Olympische Spelen van 1936 vier gouden medailles won. De jonge Lewis won een jeugdwedstrijd waar Owens de prijzen uitreikte. Hoe kan jij winnen, fantastisch, je bent de kleinste van allemaal, zou de verbaasde Owens gezegd hebben. Dat compliment gaf Lewis zoveel kracht dat hij niet alleen de prestatie van zijn idool evenaarde, in Los Angeles 1984, maar zelfs overtrof door er vier en acht jaar later nog eens vier maal goud te winnen. “Iedereen zei: je bent te klein. Dat wordt nooit wat. Owens maakte een big man van me. Toen bleef ik winnen.”

In het sprookje van Mr. Clean valt de rol van boosdoener toe aan de Canadees Ben Johnson. “Hij speelde vals”, mag Lewis tot zijn plezier nog eens bevestigen. Johnson won de 100 meter in Seoul 1988, werd betrapt op doping-gebruik en kon zijn medaille inleveren bij Lewis, die al jaren had verkondigd dat zijn tegenstander gedrogeerd zou zijn.

Was het gebruik van Johnson een incident of zijn alle atleten van top tot teen bedorven? De documentaire Steroids belooft schokkende onthullingen. “Hierna kijkt u voortaan anders naar sport.” Dat valt tegen. Ook de film uit 1991 van het Amerikaanse kabel-sportnet ESPN toont niet aan hoe wijd verbreid het gebruik van doping is. Overtuigdend zijn de beelden over de inmiddels bekende doping-praktijken in de DDR. Het gebruik van spierversterkers in de DDR werd systematisch toegepast en was georganiseerd door de staat. “Frankenstein-achtig”, oordeelt een deskundige.

Marita Koch, een vrouwelijke sprintster die zestien wereldrecords verbeterde, gebruikte volgens de getoonde documenten een ruimere dosis dan Ben Johnson. En een Oostduitse zwemmer vertelt: “Wij moesten altijd lachen als de Bulgaren weer eens werden betrapt. Ons systeem was zo goed. Dat zou ons niet overkomen.”

Interessant is of het bedrog al voor de Duitse eenwording bekend was en waarom de medailles niet weer teruggevorderd worden. De antwoorden zijn onbevredigend. Het was bekend, maar Westduitse sportbestuurders hadden de Oosteuropese steun en stemmen nodig in internationele sportorganen. En het uitblijven van repercussies, lokt een misplaatste vergelijking uit met de "halfzachte' zuiveringen na de Tweede Wereldoorlog.

De Amerikaanse spijtoptanten, die in de film aan het woord komen, bevestigen vooral dat het gebruik in de Verenigde Staten - en zo ook in West-Europa - individueel bepaald, lokaal en kleinschalig is. Twee body-builders en een handvol onbekende, oudere spelers uit de professionele football-competitie slikten, leven met de gevolgen en gaan te biecht.

Wie gebruikt, wie niet? Het blijft een kostbare strijd tussen boosdoeners en laboratoria.