Spoorwegen schrappen nog 370 banen

DEN HAAG, 24 JULI. Bij de staf van de "dienst Infrabeheer' van de NS vervalt de komende jaren een kwart van de arbeidsplaatsen. Het gaat om 370 banen op een totaal van bijna 1.400.

De staf van Infrabeheer houdt zich onder meer bezig met financiën, projecten, personeel, beleid, vastgoed, de aanleg van spoorbanen en het gebruik ervan. De meeste arbeidsplaatsen verdwijnen bij het deel van de staf dat in de Utrechtse hoofdgebouwen werkt: 200 van de 610. De vijf regionale stafafdelingen gaan terug van 767 naar ongeveer 600 plaatsen. De inkrimping moet op 1 januari 1996 zijn beslag hebben gekregen.

Vorige week werd bekend dat bij de centrale staf van de spoorwegen in Utrecht de komende jaren ongeveer 550 van de 700 arbeidsplaatsen vervallen. De centrale staf ondersteunt de hoofddirectie, die zelf in mei besloot van zes leden terug te gaan tot drie. Van de centrale staf zullen 200 plaatsen in zijn geheel verdwijnen, de diensten van de overige 350 zullen voor overname worden aangeboden aan de "business units' en de "service units' die de NS op dit moment aan het vormen zijn.

Zowel op de centrale staf als op de staf van de dienst infrabeheer hebben de spoorwegen een zogeheten "overhead waarde analyse' laten uitvoeren. Hierbij wordt gekeken naar wat een stafafdeling doet, hoe dat gebeurt en wat afnemers er aan hebben. Behalve de centrale staf en de staf van Infrabeheer worden op deze manier ook nog de staf van de dienst Exploitatie en de staf van de dienst Materieel en werkplaatsen tegen het licht gehouden. Dit zal in het najaar gebeuren. De staf van Exploitatie is verdeeld over de Utrechtse hoofdgebouwen en acht regio's, de staf van Materieel en werkplaatsen over Utrecht, drie hoofdwerkplaatsen en zeven lijnbaanwerkplaatsen.

De inkrimping van de diverse staven maakt deel uit van de bezuiniging op het aantal arbeidsplaatsen met 3.500 die de NS eerder dit jaar afkondigden. Op dit moment werken bij de NS nog 28.000 mensen. De spoorwegen kampen met een tekort over 1992 van bijna 200 miljoen gulden en een verwacht tekort over 1993 van waarschijnlijk vijftig miljoen. Tegelijk wordt van de NS verwacht dat ze voor het einde van deze eeuw op eigen benen staan. De bijdrage van de overheid aan de exploitatie die nu nog jaarlijks 450 miljoen gulden bedraagt, wordt langzaam teruggebracht. De NS zeggen in de financiële problemen te zijn geraakt door tegenvallende kaartverkoop, onvoldoende inzet van de overheid om de kosten van het autogebruik gelijke tred te laten houden met die van het openbaar vervoer en onvoldoende kwaliteit in eigen huis. Ook speelt mee dat de kosten van de reorganisatie die de verzelfstandiging begeleidt, zijn afgeboekt.

De gezamenlijke staven van de NS zullen de komende jaren 1.000 arbeidsplaatsen moeten inleveren. Dat komt neer op eenvijfde van het totaal. Met de inkrimping van de staven willen de NS hun omvangrijke bureaucratie terugbrengen. De overige arbeidsplaatsen vervallen door meer efficiëncy (1.450), 100 plaatsen die al op de nominatie stonden om te verdwijnen en aanpassingen in het niveau van de voorzieningen (950). Bij dit laatste valt te denken aan minder stoptreinen, andere openingstijden van de loketten en minder conducteurs op stoptreinen.

In maart kwamen de NS en de vakbonden na lang onderhandelen een sociaal plan overeen waarin werd afgesproken gedwongen ontslagen te vermijden. Een garantie dat niemand gedwongen het bedrijf moet verlaten, gaven de spoorwegen echter niet. Op dit moment verlaten door natuurlijk verloop jaarlijks zo'n 1.400 werknemers de NS.