ONDERNEMENDE EUR

In het hoofdartikel van 17 juli ("Nogmaals In 't Veld') wordt ook even gereageerd op wat ik in een ingezonden brief van 30 juni had geschreven. “Oude geleerden als Drion en Köbben hebben in deze krant in ingezonden brieven hun blikschemschichten geslingerd naar dit moderne type hoogleraar. Het stuit hun tegen de borst, als een soort zedenverwildering.”

Maar dat was helemaal niet de portee van mijn brief. Die richtte zich niet tegen In 't Veld. Ook een Meijers heeft ongetwijfeld veel geld verdiend met zijn talrijke adviezen. Mijn brief van 30 juni richtte zich tegen de Erasmus Universiteit die, toen zij conform de gedachte van de derde geldstroom met haar produkten geld wilde gaan verdienen, niet heeft begrepen wat particuliere bedrijven wel begrijpen: dat je niet je personeel kan vrijlaten om in de branche waarin jezelf geld wilt verdienen, voor eigen rekening en voordeel contracten af te sluiten.

“De hoogleraar” - zo schreef ik - “die namens de universiteit research- of adviescontracten kan afsluiten, maar voor dezelfde activiteiten ook voor eigen rekening mag contracteren, concurreert niet alleen, door voor die laatste optie te kiezen, met zijn werkgever, maar komt bovendien in de verleiding de voordeligste contracten voor eigen rekening te houden en de minder voordelige voor rekening van zijn werkgever te laten. Geen particulier bedrijf zou een dergelijke vrijheid aan zijn employés willen laten.”

Dit aspect van de zaak heeft naar mijn gevoel tot dusver veel te weinig aandacht gekregen. Daarom spijt het mij zo bijzonder dat ook het hoofdartikel in NRC Handelsblad, met miskenning van mijn brief, er geheel aan voorbij is gegaan.