Katholieke soldatenhuizen genekt door OV-kaart

De Katholieke Militaire Tehuizen (KMT's) bij kazernes gaan dicht. Want katholiek Nederland wil niet voor de tekorten betalen, in tegenstelling tot de protestanten, die wel veel geld over hebben voor hun PMT's.

UTRECHT, 24 JULI. Een dubbeltje voor de schaal, een paar centen voor het zakje. “Koperwerk”, zegt directeur B. Gerritsen van de Centrale Katholieke Militaire Tehuizen (CMKT). “Daar blijft het bij als de kerkgangers wordt gevraagd om financiële steun voor de tehuizen.” En koperwerk is bij lange na niet genoeg om het totale tekort van 1,7 miljoen op de zeventien katholieke militaire tehuizen weg te werken. Omdat Defensie noch het episcopaat bereid is bij te springen en de CMKT het personeel niet zonder afvloeiingsregeling op straat wil zetten, werd twee maanden geleden formeel besloten de tehuizen te liquideren.

“Formeel, want er was eigenlijk al lang geen andere oplossing meer”, zegt Gerritsen. “Op een paar tehuizen na werd de belangstelling steeds geringer. Dienstplichtigen worden steeds dichter bij huis geplaatst om de kosten van de OV-kaart, die ze allemaal krijgen, beperkt te houden. De meesten gaan om vijf uur naar huis. Die OV-kaart is voor ons de grootste klap geweest, naast uiteraard de hele herstructurering waarbij kazernes worden gesloten en eenheden worden overgeplaatst. Geen enkel tehuis is overigens zonder tekorten te exploiteren, ook de protestantse niet. Maar die krijgen de rekening rond dankzij gulle donaties en giften.”

In 1963 telde het CMKT nog 53 tehuizen, in 1970 waren dat er elf minder als gevolg van opheffingen en inkrimpingen van eenheden. Daarna is een reeks tehuizen gesloten en verkocht, waarbij de opbrengsten werden gebruikt om de tekorten te dekken. Een belangrijk deel van die tekorten kon tot voor kort nog worden weggewerkt door de winsten die werden geboekt bij de tehuizen in Duitsland, die druk werden bezocht. De dienstplichtigen waren ver van huis, er was weinig vertier in de onmiddellijke omgeving. De tehuizen, inmiddels gesloten, waren een welkome afleiding.

Een soortgelijk verschijnsel doet zich voor in Schaarsbergen, waar de luchtmobiele brigade is gevestigd. De "beroepsmilitairen bepaalde tijd' (BBT'ers) die de "peacekeeping'-eenheid bemannen, hebben geen OV-kaart, "wonen' met acht man op een kamer en hebben een druk oefenprogramma. De grote zaal van het KMT - met twee flipperkasten, een snooker-tafel en een bar waar tegen schappelijke prijzen onder meer snoep, bier en patat verkrijgbaar is - stroomt dan ook regelmatig vol met rode baretten. “Tot voor kort zaten in Schaarsbergen nog de Gele Rijders en de kaderschool van de luchtmacht. We waren na hun vertrek blij met de komst van de luchtmobiele brigade”, zegt waarnemend beheerder H. van der Wal. “Maar voor het katholicisme”, vervolgt hij met een knik naar het enorme crucifix achter hem, “komen ze hier allang niet meer.”

Het kapelletje naast het KMT werd 30 jaar geleden voor het laatst gebruikt, de aalmoezeniers zetelen al 20 jaar in comfortabelere behuizing op de kazerne. De toneelzaal van het KMT, waar ooit 1500 soldaten naar de aalmoezenier luisterden en in de jaren zeventig popgroepen als Maywood en Love optraden voor volle zalen, wordt al heel lang niet meer gebruikt.

De aalmoezenier van de luchtmobiele brigade, een pastoraal werker gehuld in camouflagepak en met rode baret, gebruikt het KMT nog wel voor de lessen geestelijke verzorging, maar alleen omdat er op de kazerne geen ruimte is en omdat alle videoapparatuur ter ondersteuning van zijn betogen over gemeenschapszin, seksualiteit en verantwoordelijksgevoel daar nu eenmaal staat. Hij betreurt de sluiting van het KMT omdat het de soldaten “een andere mogelijkheid om te ontspannen ontneemt, buiten de zeggenschap van Defensie”. Maar zijn contact met de manschappen zal er niet minder om worden, verwacht hij. “Ik kwam hier wel eens om rustig met wat mensen te praten. Maar dat kan straks net zo goed op de kazerne of anders ga ik naar het PMT.”

Het gebrek aan belangstelling voor het lot van de tehuizen uit de katholieke gemeenschap wijt Gerritsen van het CMKT behalve aan de geringe betalingszin van de kerkgangers vooral aan de teloorgang van het Nationaal Katholiek Thuisfront (NKT), een organisatie die na de oorlog werd opgericht om militairen en hun geestelijke verzorging te steunen. Het thuisfront kreeg ooit de actieve medewerking van de parochiegeestelijkheid.

Anno 1993 is er van die medewerking weinig meer over. Het CMKT schreef dit jaar 1600 parochies aan met een verzoek om steun en kreeg van 344 antwoord. “Dat is op zichzelf geen slechte respons, al hadden we een veel grotere verwacht”, zegt J. Bunnik van het CMKT. “Maar als je dan vraagt waarom pastoors in hun parochies niet een lans willen breken voor de tehuizen, krijg je te horen dat die aalmoezeniers en soldaten genoeg verdienen. Ze zijn gewoon jaloers. Het is jammer dat het thuisfront verloren is gegaan.”

“De tehuizen hebben in deze vorm hun langste tijd gehad”, zegt hoofd-luchtmachtaalmoezenier drs. H.G.W. Hoeben, op bezoek in Schaarsbergen om het leed over de aanstaande sluiting met de beheerders te delen. Hij was er 16 jaar "moderator'. “Er zal iets anders moeten komen.” Defensie zal er naar alle waarschijnlijk naar streven de verschillende huizen te integreren. Maar de katholieken verwachten dat de protestantse achterban daar niet aan wil. “Nu sturen we spullen op naar het buitenland in kisten”, zegt Gerritsen. “Dat slaat aan. We noemen het Milithuis en we hopen dat het wat zal worden.”