Jetlag

President Bill Clinton ziet eruit als een gezonde man in het midden van de kracht van zijn leven en er is geen reden om aan te nemen dat zijn uiterlijk ons bedriegt.

Uit zijn joggen alleen al ben je geneigd af te leiden dat de zwaartekracht op hem minder vat heeft dan op bijvoorbeeld premier Major die toch ook nog lang niet oud is. Toch heeft Clinton bij zijn bezoek aan Japan en Zuid-Korea veel last van jetlag gehad; dat stond in de krant. Onwillekeurig vraag je je af of die toestand waarin de hersenen niet minder meedelen dan de beenspieren, van invloed is geweest op zijn gedrag. In Panmoenjom heeft hij de Noordkoreanen gewaarschuwd dat ze geen kernwapens moeten maken omdat dit anders "het einde van hun land' zou betekenen. Duidelijke taal. Heeft zijn jetlag daarop invloed gehad, en zoja, hoe?

Een jaar of vijfendertig, veertig misschien geleden is er een boek verschenen dat toen veel bezorgdheid heeft veroorzaakt. Het heet Wij worden geregeerd door oude zieke mannen, of het heeft althans een titel van deze strekking. De auteur had de leeftijd en de kwalen van de staatslieden uit die tijd tot uitgangspunt genomen - Audenauer was al omstreeks tachtig, Paus Pius werd op de been gehouden met elixers, de handicaps van Franco waren geheim maar talrijk, enz. - en nadat hij deze inventarisatie had gemaakt en gecorreleerd aan een stuk of wat politieke vergissingen, kwam hij tot de slotsom dat het bergaf ging. Gezond jong bloed moest er in de regeringsgebouwen komen.

Achteraf bezien is het meegevallen. Als je de gemiddelde leeftijd zou bepalen van degenen onder wier hoede de chaos van nu, het "post-Koude-Oorlog-tijdperk', zich heeft ontwikkeld - veel hoger dan zestig zal het niet zijn - zou je je gaan afvragen hoe het er nu uit had gezien als we bijvoorbeeld een combinatie van Adenauer, Stalin, Reagan, Laniel, De Gasperi en Drees in de voorhoede zouden hebben. Het is een droom die ik niet verder zal uitwerken.

De staatslieden van toen waren oud en ziek; die van nu hebben een jetlag als ze op belangrijke conferenties aan de andere kant van de wereld verschijnen. Daarom is het goed ons eens af te vragen, wat een jetlag eigenlijk inhoudt. Iedere moderne reiziger kent de oorzaak. Je stapt in een vliegtuig, zit er zes tot twaalf uur in, en afhankelijk van de vliegrichting heb je dan nog een groot deel van de dag voor je terwijl je dan eigenlijk zou moeten slapen, of je hebt een groot deel van de nacht achter je zonder dat je die uren voor slaap hebt kunnen gebruiken. De lijder aan jetlag is op het Procrustesbed van de wijzerplaat gelegd. Vliegt hij "met de zon mee' dan slaagt hij er meestal vlug in, de wijzers van zijn lichaamsklok weer congruent met die van de tijdklok te laten lopen. Gaat hij de andere kant op dan duurt dat veel langer. De wijzerplaat is dan werkelijk een modern Procrustesbed, waarop hij voortdurend wordt uitgerekt of inelkaar geduwd.

Voor ik het vergeet: de luchtvaartmaatschappijen werken eraan mee. De vliegtuigen gaan wel snel maar niet snel genoeg om de passagiers het gevoel te geven dat die zes tot twaalf uur eigenlijk een kleinigheid zijn. Het duurt dus altijd lang. Daarbij komt dat de economische toestand van die bedrijven ("moordende concurrentie' maar geen verleidelijke prijsverlaging) ze ertoe heeft genoopt, hun cabines in te delen als destijds de slavenhandelaars hun schepen. Al na drie uur te hebben "gezeten' zeggen je spieren en botten je dat alles te nauw en te hard is. Een jetlag na acht uur business klasse is beter te verdragen dan na drie uur economy. President Clinton heeft in zijn Air Force One een inrichting die met super royal class zwak beschreven is en toch heeft hij een jetlag. Men kan zich dus voorstellen, of weet maar al te goed, hoe een jumbo zijn economy-klanten aan het einde van de reis dumpt.

Een mens aan het begin van zijn jetlag is een uitgewoond villaatje met een oude duiventil erop. Of hij valt te vergelijken met zo'n chinees geduldpuzzeltje, een kunstig aan stukken gezaagde houten bol die verkeerd weer in elkaar is gezet. Het verschil is dat u zelf het puzzeltje bent, dat u dus zichzelf weer in elkaar moet zetten en niet weet hoe. Stiefmoeder Onlust vergezelt u, waar u ook gaat, staat, zit en vooral ligt.

Dit laatste is het grootste vraagstuk. Liggen hoort na verloop van op zijn hoogst twintig minuten bij een gezond mens gepaard te gaan met slapen. Maar voor de jetlagpatiënt die zich aan het begin van zijn lijden bevindt is het dan bijvoorbeeld tien voor half tien, ongeveer het ogenblik waarop hij het ochtendblad uit zou moeten hebben, gereed voor zijn werkdag. Intussen is het nacht, tijd voor slaap. Hij weet: gehoorzamen aan zijn hersens en lichaam die niet van plan zijn om nu te gaan slapen, zal hem van de wal in de sloot helpen. Dat zal de jetlag alleen rekken. Hij blijft dus stokstijf liggen, in de hoop op beter nachten.

Nu blijkt: zijn spieren kan hij commanderen maar niet zijn gedachten. Ik heb daar het volgende beeld voor gevonden.

Men kent de film Die Dreigroschenoper. Een van de hoofdfiguren daarin is Polly Peachum, de koning der bedelaars. Bij hem krijgen de armoedzaaiers hun bedelvergunning, hij reikt ze hun gereedschap uit: krukken, prothesen, ooglappen, aanplakzweren, enzovoort. Na hun werktijd moeten ze dat allemaal weer inleveren en hij krijgt de helft van wat ze bij elkaar gescharreld hebben. De intrige wordt nu te ingewikkeld om hier na te vertellen, maar het komt erop neer dat de bedelaars een levée en masse beginnen om de intocht van de vorstin te verstoren. Polly die daardoor zijn lompenrijk ziet ondergaan, probeert de optocht der afzichtelijken te stuiten. We zien ze onweerstaanbaar oprukken en hij, aan het hoofd van zijn stoet achteruit lopend, roept: "HALT! HALT!" Het is een knappe regie, dat is het minst wat ik ervan kan zeggen.

Welnu. Die optocht van bedelaars is de stroom van gedachten waardoor de jetlagpatiënt wordt bezocht. Al die armlastige mismaakten die hij in zijn hoofd heeft, waarvan hij het bestaan niet eens heeft vermoed, al het verdrongen gespuis komt in optocht hem zijn nachtrust beletten, en hij is Polly, de koning der bedelaars met zijn vergeefse HALT!

Een jetlag leert: iedereen is de koning van zijn eigen bedelaars. Wat ik theoretisch zou willen weten, maar bij nader inzien praktisch liever niet: welke optocht heeft President Clinton tot staan willen brengen terwijl hij in Tokio en Zuid-Korea met zijn jetlag in bed lag en wat is in dit opzicht het verband met zijn krachtige verdediging van het nonproliferatieverdrag.