Groeiende golfsport botst steeds vaker met milieubelangen

UTRECHT, 24 JULI. Golf, de snelst groeiende sport in Nederland, kampt met ruimtegebrek. Met name in het dichtsbevolkte gebied wordt het steeds moeilijker ruimte te vinden voor de aanleg van golfterreinen. Voor woningbouw en natuur wordt daar de enige nog beschikbare locaties geclaimd.

In de provincie Utrecht stemden Gedeputeerde Staten deze week in met de aanleg van een 9-holesbaan in het natuurgebied tussen Zeist en Bunnik. Dit ondanks protesten van de Stichtse Milieu Federatie die inmiddels heeft aangekondigd in beroep te gaan tegen het besluit. Ze meent dat de ecologische waarde van het gebied in gevaar wordt gebracht. Voor de aanleg van golfgebieden is volgens de milieufederatie alleen nog plaats aan de rand van stedelijke gebieden. De Stichtse Milieu Federatie heeft onlangs de bestaande natuur- en milieunota's van de overheden in kaart gebracht en uitgetekend waar in de provincie Utrecht nog ruimte is voor de aanleg van golfbanen. Waterwingebieden, natuurterreinen, landgoederen en cultuur-historische fenomenen als beekdalen en ganzengebieden maken het vrijwel onmogelijk om nog ergens zestig hectare te vinden voor de aanleg van heuvels, kuilen en gras. Ook in en bij de ecologische verbindingszones, die natuurgebieden met elkaar verbinden, is golf uit den boze, aldus de milieufederatie die aldus tot de conclusie komt dat er alleen aan de rand van stedelijke gebieden nog golfterreinen kunnen worden aangelegd. Golfterreinen kunnen dan als buffer dienen voor het landelijk gebied.

Ook de Nederlandse Golf Federatie (NGF) is voorstander van de aanleg van golfbanen bij de stedelijke gebieden. Met de bestaande, nogal afgelegen terreinen is het moeilijk om de jeugd te bereiken, verklaart NGF-directeur drs. H.L. Heyster. Het wordt echter steeds moeilijker om in de Randstad betaalbare ruimte te vinden, erkent Heyster.

In mei publiceerde de NGF een tussenbalans, waaruit blijkt dat het aantal golfers de afgelopen vijf jaar is gegroeid van 40.000 naar 70.000 en tot 1996 nog eens met 20.000 toeneemt. Nieuwe golfbanen worden vooral in het zuiden en het oosten van het land aangelegd, omdat de grond er goedkoper is. Dat gebeurt niet zonder risico. Volgens de NGF zijn er in de dunbevolkte gebieden nu al banen die door een te lage bezetting met exploitatieproblemen kampen. .

De twee PvdA-gedeputeerden Poortenaar en Hoekstra stemden tegen dit besluit. Zij menen dat de golfbaan ten koste zal gaan van de natuurwaarden in het gebied, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstruktuur.