Golfers doen alles om "yips' te voorkomen

NOORWIJK, 24 JULI. Honderden golffans vergapen zich rondom de putting green aan de topspelers op het Dutch Open. Het is de oefenstrook bij het clubhuis. Vedetten als Langer en Montgomerie spenderen er gemakkelijk een half uur voordat zij de echte baan op gaan. Honderden balletjes slaan ze richting putje. Midgetgolf zonder obstakels, zonder familievetes ook. Een topgolfer weet hoe belangrijk de putt voor hem is. Zeker als hij de yips heeft leren kennen.

De yips is de totale blokkade op de green, het glad geschoren gedeelte rondom de hole. Het veldspel gaat prima, maar zodra de speler moet putten blokkeert hij. Een Britse amateur kreeg zijn putter niet eens meer omhoog, toen hij op een toernooi de achttiende en beslissende hole naderde. Hij moest opgeven. Verkrampt. Het is een mentaal probleem dat zenuwen in de hand werkt. De wetenschap dat de putt van vitaal belang is, maakt het tot een permanente obsessie. Wat de zieke ook probeert, hij raakt het virus maar niet kwijt.

De oplossing wordt al gauw gezocht in een nieuwe grip, zoals Bernhard Langer toepaste. Of een andere putter, zoals Sam Torrence en Peter Senior nu gebruiken. Er zijn honderden soorten op de markt, meestal marginaal van elkaar verschillend. En het probleem los je er niet zo gauw mee op. Het hoofd is belangrijker dan de techniek of het materiaal. Nederlands meest succesvolle golfer Jan Dorrestein sprak ooit over een 60-40 verhouding.

Soms heeft slecht putten ook te maken met de fysieke gesteldheid van de golfer. In de Amerikaanse senioren-competitie werd een paar jaar geleden geëxperimenteerd met een extra lange putter. Golffan George Bush maakte er tijdens zijn regeerperiode nog reclame voor. De ruggen van de oudjes moesten ontlast worden. Torrence was de eerste professional die het lange slaghout introduceerde. Hij oefende eerst staand op een snookertafel, alvorens de noviteit in de praktijk te brengen. Peter Senior volgde zijn voorbeeld en won meteen drie toernooien op rij. Beiden hanteren de putter als een soort bezemsteel: de linkerhand bovenop de stok, de rechter halverwege. Torrence houdt de putter tegen zijn kin gedrukt. Bij Senior klemt de putter tegen de borst.

Bernhard Langer overwon ook zijn derde yips. De Duitse ster, vroeger toch al geen subliem putter, kon de hole in 1988 nauwelijks vinden. Zijn gewone slagen leverden geen problemen op, het korte spel des te meer. Langer duikelde in een jaar tijd van de derde naar zeventiende plaats op de wereldranglijst. Hoe kon hij de yips kwijtraken? De oplossing was een onconventionele grip, een topspeler onwaardig volgens sommigen. Hij heeft voortaan de linkerhand onder en houdt zijn rechterhand losjes om de putter en strak om zijn linker pols. Het doet geforceerd aan, maar Langer was wel verlost van zijn yips. Zijn nieuwe techniek bracht hem terug aan de top. Ook in Noordwijk laat de huidige nummer twee van de wereld zien dat het doel (winnen) alle middelen (lelijk putten)heiligt.

De man die hem voorgaat op de wereldranglijst, Nick Faldo, heeft nog nooit de yips gehad. De Engelsman is het schoolvoorbeeld van een begenadigd putter. Maar ook Faldo heeft hulp van buitenaf. Hij weet zich letterlijk in de rug gesteund door zijn Zweedse, vrouwelijke caddy Fanny Sunneson, die op de green al jaren een positie"achter hem inneemt. Een succesformule, gezien zijn erelijst. Legendarisch is nog steeds Faldo's putt op de door hem gewonnen US Masters van 1989. Vanaf dertig meter in de hole. De tv-commentator zei: “That ball went through two time-zones”.

Vorige week kwam Faldo op het Britse Open dankzij goed putten nog in de buurt van de latere winnaar Greg Norman. Die werd dermate nerveus dat hij op de zeventiende hole een putt op lineaal-lengte miste. Een kind op een midgetgolf-baan mist zo'n bal niet. De vergelijking raakt de kern van het onderwerp. Veel spelers menen dat ze als twaalf- of dertienjarige beter putten dan tijdens hun professionele loopbaan. Nu denken ze te veel na. En bij putten komt het gevoel op de eerste plaats.

Er zijn tientallen variaties op de techniek. Door de knieën of rechtop, met rechte of gebogen rug, de benen bij elkaar of uit elkaar, vanuit de schouder of de arm geslagen. Een enkeling neemt de bal voor zich, de croquet-stijl. Onder het mom dat je in het leven ook vooruit kijkt.

Maar de hole is en blijft een klein rot gaatje met een diameter van 10.8 centimeter. Zo wist Welshman Ian Woosnam gisteren nauwelijks te profiteren van zijn grote vorm, doordat de putt tegenviel. Om het langere spel te benadrukken gaan er al jaren stemmen op de hole te vergroten met twee centimeter, precies 5 inch. Maar de conservatieve golfwereld schrikt niet gauw wakker van vernieuwingsdrang. Yips of geen yips.