Escobars houden wereld "in hun greep'

MEXICO-STAD, 24 JULI. In Duitsland is deze week een voorlopig einde gekomen aan de omzwervingen van Nicolás Escobar Urquijo en zes van zijn familieleden. Begin deze week werd de neef van de Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar Gaviria in de Chileense hoofdstad Santiago op een vliegtuig gezet richting "maakt niet uit waar, als het maar niet in Chili is'.

De bestemming werd Frankfurt, nadat Nicolás Escobar de toegang tot Spanje was geweigerd en ook in een groot aantal Latijns-Amerikaanse landen niet welkom bleek. De Escobars mogen maximaal negentig dagen in Duitsland blijven en moeten dan weer verder. Nicolás' oom ontsnapte een

jaar geleden uit een gevangenis nabij Medelln. Pablo Escobar is nog steeds voortvluchtig en niets wijst erop dat zijn vangst dan wel overgave nabij is.

Het drama van de familieleden van Escobar, die formeel niets van doen hebben met het cocanekartel van Pablo, heeft de afgelopen weken veel aandacht gekregen in de Chileense en Latijns-Amerikaanse pers. Anderhalve maand verbleven de Escobars in Santiago terwijl zich boven hun hoofden een juridische veldslag ontwikkelde tussen hun advocaten en de Chileense overheid, die zo snel mogelijk van deze ongewenste gasten af wilde zijn.

De familieleden van de drugsbaron waren Colombia ontvlucht nadat een sinister doodseskader genaamd PEPES (een Spaans acroniem voor "vervolgden door Pablo Escobar') was begonnen met een campagne van contra-terreur tegen Escobar. Die heeft al aan tientallen naaste medewerkers van Escobar het leven gekost.

Medelijden is wel het laatste sentiment waarop de Escobars-in-diaspora (een deel zit in Costa Rica) kunnen rekenen. Al was het alleen maar omdat neef Nicolás nu niet bepaald de stereotype zielige vluchteling is. Begeleid door advocaten, via een draagbare telefoon in contact met zijn in Colombia gevangen zittende vader - Roberto, de oudste broer van Pablo Escobar - trachtte Nicolás vooral de zaken naar eigen hand te zetten, zoals gebruikelijk in zijn familie. Intussen bracht hij in Santiago een ontspannen bezoekje aan een software-beurs en liet de ademloos aan zijn lippen hangende, dan wel ruzie met hem makende Chileense pers weten nu al aan zijn memoires te werken.

Onder de kop "De familie die niemand wil' schreef adjunct-hoofdredacteur Enrique Santos Calderón deze week in het regeringsgezinde Colombiaanse dagblad El Tiempo dat het goed is in alle commotie rondom de Escobars eens stil te staan bij de “weduwen, rechters, journalisten en politici die het land hebben moeten verlaten om hun leven veilig te stellen”. De slachtoffers van Pablo Escobars gewetenloze terreurcampagne tegen de Colombiaanse samenleving lopen inmiddels in de honderden. Escobar is nog steeds op vrije voeten “ondanks de middelen en macht van de staat, de miljoenenpremie op zijn hoofd, de medewerking van veiligheidsdiensten in andere landen, de PEPES en andere talrijke en machtige vijanden”, constateerde Santos Calderón.

Gisteren een jaar geleden ontsnapte Escobar uit een tot gevangenis omgebouwde boerderij die eens zijn eigendom was en waar hij op dat moment ruim dertien maanden had doorgebracht in een betrekkelijk comfortabele situatie. In die tijd was hem geen duimbreed in de weg gelegd om vanuit de gevangenis zijn duistere zaakjes te blijven regelen en telefonisch moordopdrachten aan zijn medewerkers uit te delen.

En, zo bleek later, als Escobar en de met hem gevangen zittende luitenants behoefte hadden aan vrouwelijk gezelschap, dan waren de prostituées uit Medelln snel aangevoerd. Of de heren kregen de avond vrij om in de stad door te brengen. Uit niets bleek dat rekening werd gehouden met een ontsnapping. Integendeel, het gevangeniscomplex werd met luchtafweergeschut bewaakt, omdat men vreesde voor aanvallen vanuit de lucht door de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA of het concurrerende kartel van Cali.

In communiqués aan de pers - waaraan neef Nicolás overigens grif meewerkte - motiveerde Escobar zijn ontsnapping later met de angst voor een aanslag en beschuldigde hij de regering van president César Gaviria van woordbreuk. Escobars aanvankelijke overgave was het resultaat van langdurig onderhandelen tussen de drugsbaron en de autoriteiten, waarbij een bejaarde priester als intermediair functioneerde. De tijd dat hij gevangen zat was Escobar formeel in voorarrest, in afwachting van een rechtszaak die geleid zou worden door een "rechter zonder gezicht', omdat geen enkele Colombiaanse rechter zoveel minachting voor het leven heeft dat hij de rechtszaak tegen de drugsbaron zou willen voorzitten.

Inmiddels zegt de Colombiaanse regering, die nationaal en internationaal een enorm prestigeverlies heeft geleden als gevolg van deze zaak, dat er niet langer wordt onderhandeld met Escobar en dat alleen over diens onvoorwaardelijke overgave kan worden gepraat. Maar, zoals El Tiempo al signaleerde, er is weinig dat hierop wijst, ondanks de enorme druk op Escobar en diens familie. Voor de Colombiaanse regering zo mogelijk nog gênanter is dat niet de autoriteiten, maar doodseskaders en concurrenten van Escobar het voortouw hebben genomen in de strijd tegen de drugsbaron. PEPES, en een ander doodseskader genaamd "Colombia Libre', zijn uiteraard even vogelvrij als hun beoogde slachtoffer zelf en vergroten alleen maar het geweld in Colombia.

Een jaar na de ontsnapping van Pablo Escobar is er bovendien een vraag die veel klemmender is voor de Colombiaanse regering. Maakt de gevangenneming van volksvijand nummer één wel zoveel uit in een land waar het geweld van alle zijden tegelijk lijkt te komen? Gevreesd moet worden van niet. In de afgelopen decennia is met het jaar duidelijker geworden dat het stigma "narcocratie' maar een deel van de Colombiaanse realiteit uitdrukt. Colombia is anno 1993 een land waar geweld naast geld een beslissende invloed heeft op de gang van zaken. Dat is een omgeving waarin misdadigers als Escobar goed gedijen.