Een kwestie van "timing'

“DE PUIST MOET WORDEN opengesneden en zij moet vandaag worden opengesneden,” zei John Major tijdens het debat dat gisteren voorafging aan de stemming over de motie van vertrouwen die de premier een dag tevoren had ingediend.

Major kreeg zijn zin. Het Lagerhuis schonk hem met een overtuigende meerderheid van veertig zetels het gevraagde vertrouwen. Groot-Brittannië aanvaardt daarmee het Verdrag van Maastricht, zonder het hoofdstuk over het sociale beleid. De rebellie tegen "Maastricht' in de Tory-gelederen, die donderdag nog 23 Lagerhuisleden had geteld, is zo ten einde gekomen.

Het aan de ratificatieprocedure toegevoegde debat in het Lagerhuis over al dan niet aanvaarding van de Europese sociale paragrafen evenaarde uiteindelijk de ingewikkeldheid van de gordiaanse knoop. De Britse regering had tijdens de conferentie in Maastricht eind 1991 van haar Europese partners de ruimte gekregen om het verdrag te omarmen zonder het sociale hoofdstuk. Maar de Labouroppositie wenste juist dat het Verenigd Koninkrijk zich op dat punt niet zou onderscheiden. Labour, hoewel inmiddels krachtig voorstander van de Europese integratie, verzette zich daarom tegen de regeringsversie van het verdrag. Evenals de liberaal-democraten. Dat schonk de Conservatieve rebellen, die weinig op hebben met het Verenigd Europa, de gelegenheid een meerderheid te vormen tegen "Maastricht', tegen de eigen regering en tegen de eigen partijmeerderheid.

Onmiddellijk na de nederlaag donderdag bracht de regering haar laatste, en ten slotte succesvolle, wapen in stelling. Waar argumenten en partijdiscipline het lieten afweten, kwam het dreigement van verkiezingen. Major maakte van de algemene electorale zwakte waaraan de Conservatieven lijden, zijn kracht. De rebellen hadden de keus tussen verloren verkiezingen en vervolgens (dank zij een Labourregering) "Maastricht' mèt het sociale hoofdstuk of behoud van zetels en "Maastricht' zonder dat verfoeide onderdeel. Gezien de uitslag van de stemming moeten de "party whips' het in die laatste ronde door de stemlobby's betrekkelijk gemakkelijk hebben gehad.

TERUGBLIKKEND OP het voorbije spannende etmaal verklaarde minister Hurd van buitenlandse zaken, de pijn enigszins verzachtend, dat de strijd van de rebellen in de annalen van het Lagerhuis zal worden bijgeschreven. Maar de bittere nasmaak van de opstand zal niet zo maar worden weggenomen. De vertoning die de Britse politiek sinds het Deense "neen' van vorig jaar voor de verbaasde ogen van Europa heeft opgevoerd, kwalificeert zich toch allesbehalve als het leerzame en voorbeeldige parlementaire gedrag dat een van de rebellenleiders na de beslissende stemming er alsnog in wilde zien. De weifelachtigheid, de verwarring en de kortzichtigheid die zijn gedemonstreerd, rechtvaardigen vraagtekens bij de kwaliteit van het Britse EG-lidmaatschap. De wijze waarop door alle fracties en facties is getracht plat politiek voordeel te behalen met een zaak van levensbelang voor Groot-Brittannië en voor de rest van Europa blijft een zware belasting voor het verdere verloop van de Europese eenwording.

SOCIAAL HOOFDSTUK of niet, nu de strijd om "Maastricht' politiek is gestreden (er resteren nog juridische complicaties), dient het Verenigd Europa zich toe te leggen op het vinden van een remedie voor de zware economische crisis waarin het verzeild is geraakt en de snel groeiende werkloosheid waarmee het wordt geconfronteerd. In de nieuwe en verrassend slechte omstandigheden staat het bouwwerk van de verzorgingstaat onder zware druk. De gedachte dat het zogenoemde sociale vangnet slechts dan in tact kan blijven zolang het niet wordt overbelast, wordt niet langer als "vloeken in de kerk' verworpen. Het inzicht is gegroeid dat een overmaat aan sociale zorg juist bevordering van de werkgelegenheid kan belemmeren.

Ook zo bezien leed het Britse debat aan een ongelukkige "timing'. Het leerstuk van de sociale zekerheid wordt immers overal van zijn metafysische trekjes ontdaan. De economische crisis zal, ontdaan van ideologische ballast, in gemeen Europees overleg aan de orde moeten komen. Voor het Verenigd Koninkijk wellicht een herkansing.