Een flesje wijn

Kennelijk heb ik mij in een telefoongesprek met een redacteur van de Volkskrant over corruptie onder bestuurders en ambtenaren bediend van het verkleinwoord toen de spreekwoordelijke fles wijn ter sprake kwam. Aan dat "flesje wijn' heeft H.A. van Wijnen zijn column "Bedwelmende geschenken' (NRC Handelsblad, 17 juli) opgehangen. Volgens hem duidt het gebruik van het verkleinwoord er op “dat het politieke zelfonderzoek het corruptiedossier van het openbaar bestuur nog niet au sérieux heeft genomen en beschutting zoekt in een eufemistische toon”.

Die gevolgtrekking is niet correct, in de eerste plaats vanwege de generalisatie, maar evenzeer omdat ze miskent waar het in wezen om gaat, namelijk het grijze gebied in het vlak van ethiek en openbaar bestuur. Over "smeergeldtransacties' hoeven we niet lang te praten; die zijn immers strafbaar. Wie zich laat omkopen handelt in strijd met de wet en de zuiveringseed. Het gaat er om in kaart te brengen wat toelaatbaar is en wat uit ethisch oogpunt niet door de beugel kan, ook al is het niet strafbaar. Te denken valt onder meer aan snoepreizen, gebruik van voorkennis tot eigen voordeel en aan bijklussen in werktijd.

Voor dat grijze gebied zouden overheden en/of politieke partijen een gedragscode kunnen opstellen. Een belangrijk element daarin is dat bestuurders en ambtenaren verplicht worden melding te maken van "aanbiedingen' die hun worden gedaan en dat over het al dan niet aanvaarden daarvan beslist wordt door het college van B en W, respectievelijk - als het om ambtenaren gaat - door de chef.

Mijn stelling was en is dat daarbij geen spijkers op laag water moeten worden gezocht. Een wethouder die een fles wijn of een uitnodiging voor een lunch aanvaardt, is daarom nog niet corrupt. Bestuurders moeten in staat blijven - binnen de grenzen van wat betamelijk is in het maatschappelijk verkeer - contacten te onderhouden, net zoals ondernemers of journalisten.

De discussie zou moeten gaan over die grenzen, niet alleen voor bestuurders en ambtenaren, maar bijvoorbeeld ook voor hoogleraren en artsen. Hoe moeilijk die discussie is, blijkt uit het feit dat in een hoofdartikel op dezelfde opiniepagina in de krant van 17 juli werd gesteld dat prof.dr. R. in 't Veld “wis en waarachtig niets te verwijten valt”. Ik ben het daar niet mee eens: je zit fout wanneer je, in welke hoedanigheid ook, je ambt gebruikt om er een slaatje uit de slaan. Met hoogleraren/zakenlieden zijn we op de verkeerde, corrumperende weg - ook als zij niet geroepen worden tot een ambt in het openbaar bestuur. En wat te denken van artsen, die overladen worden met geschenken waar de meeste burgemeesters en wethouders gelukkig alleen maar van kunnen dromen?

Wel maak ik bezwaar tegen het meten met twee maten: een voor het openbaar bestuur en een voor de rest van de samenleving. Bestuurders moeten nu eenmaal opereren in de maatschappij. Natuurlijk moeten zij het goede voorbeeld geven, maar niet als enigen. Willen we corruptie voorkomen, dan zullen we allen af moeten van het postmoderne idee dat het prima is voor jezelf het onderste uit de kan te halen. Een debat over ethiek en openbaar bestuur dient uiteraard zorgvuldig te worden gevoerd en niet te worden vertroebeld als men, zoals Van Wijnen, geen onderscheid aanbrengt tussen het aannemen van een fles wijn en "smeergeldtransacties'. Overigens is in Almere wel sprake geweest van dubieuze zaken, maar niet van smeergeld. Of "de' (!) wethouders van Maastricht zich hebben laten omkopen, moet nog blijken: er is daar nog niemand in staat van beschuldiging gesteld.

Het gaat te ver om uit een opmerking van een functionaris af te leiden dat "het CDA' minder zwaar tilt aan het aannemen van een fles wijn. Wel is het een feit dat in het nieuwe Program van uitgangspunten een artikel over bestuurlijke ethiek is opgenomen. En in het Model-gemeenteprogram 1994-1998 van het CDA wordt gepleit voor "een gedragscode', op te stellen door de gemeenteraad, “waarin richtlijnen worden vastgelegd voor bestuurders en ambtenaren met het oog op hun optreden ten opzichte van contractpartijen van de gemeente”. In het bijzonder wordt aandacht gevraagd voor het aanbestedingsbeleid. In het najaar zal de CDA-bestuurdersvereniging een bijeenkomst beleggen waarin deze materie wordt uitgediept. De opzet is dat de bespreking uitmondt in een model voor een gedragscode.