Du Pont: dump Akzo-vezel in VS kost banen

WASHINGTON, 24 JULI. Het chemieconcern Akzo heeft gisteren in Washington in de beklaagdenbank gestaan bij de International Trade Commission (ITC), een klachtencommissie voor het Amerikaanse bedrijfsleven.

Akzo wordt beschuldigd van het dumpen van de aramidevezel Twaron op de Amerikaanse markt. Als alle klachten worden toegewezen, legt de Amerikaanse regering uiteindelijk een importheffing op aan Twaron, dat in Nederland wordt geproduceerd.

De commissie moet beoordelen of de concurrerende klager, het Amerikaanse Du Pont, schade heeft geleden van de vermeende prijsacties van Akzo. Du Pont, dat eveneens een aramidevezel op de markt brengt (onder de naam Kevlar) zegt veel banen te hebben verloren in Amerika door de concurrentie van de Akzo. Akzo stelt dat Dupont een groot deel van haar produktiecapaciteit heeft verplaatst naar Noord-Ierland en Japan. Volgens Akzo heeft Du Pont als monopolist haar eigen markt verwaarloosd en haar klanten doen uitkijken naar alternatieven voor Twaron of Kevlar, zoals polyester, glasvezel of staal. “Wij stremden het leegbloeden van de markt”, aldus een vertegenwoordiger van Akzo.

De zitting voor de ITC is de opening van de anti-dumpingprocedure, waar steeds meer Amerikaanse bedrijven gebruik van maken om concurrenten wegens vermeend dumpen van de markt te stoten. Deze procedures zijn in strijd met de GATT-regels over wereldhandel. De bevoegdheid tot het beslechten van handelsdisputen en tot het nemen van sancties valt aan de organen van het Gatt toe, hoewel die door het vetorecht van de lidstaten ineffectief zijn. Amerika onderhandelt nu in Genève om nationale anti-dumpingprocedures toe te laten.

De Amerikaanse anti-dumpingwetten stellen Amerikaanse bedrijven in het voordeel. Deze bedrijven mogen in tegenstelling tot buitenlandse in tijden van nood wel onder de vaste kostprijs verkopen. De prijzen die buitenlandse bedrijven in hun eigen markt vragen, worden in dollars omgerekend en zijn dus niet alleen van de buitenlandse prijzen maar ook van de dollarkoers afhankelijk. Een anti-dumpingprocedure is een enorme papierwinkel voor buitenlandse bedrijven.

Het conflict tussen Du Pont en Akzo begon, toen Du Pont Akzo aanklaagde wegens het ongeoorloofd gebruiken van een patent op Kevlar. Akzo, dat een dergelijk produkt onder de naam Twaron op de markt bracht, bestreed de klacht. Het geavanceerde materiaal wordt onder andere gebruikt voor hitte- of wrijvingsbestendige auto-onderdelen, vliegtuigen of kogelvrije vesten.

In 1987 sloten Dupont en Akzo een compromis. Beide bedrijven zouden voor elkaars markten auteursrechten voor de produkten betalen. Akzo kreeg elk jaar, tot het aflopen van het patent, steeds grotere quota op de Amerikaanse markt, waar het rechten over moest betalen aan Du Pont. In 1993 verloor Du Pont haar monopoliepositie. Bovendien verloor het de vroeger zo lucratieve markt voor defensieprodukten. Akzo's export naar Amerika is volgens de onderneming zelf nog zo bescheiden dat de in 1992 afgesproken exportquota naar Amerika nooit heeft gehaald.

Op 16 augustus doet de International Trade Commission een voorlopige uitspraak. Als het de klacht van Dupont toewijst, berekent het Ministerie van Handel de dumpingmarge. In december volgt dan een voorlopige heffing op Akzo. De International Trade Commission doet dan een definitieve uitspraak waarna het ministerie van handel weer aan het rekenen slaat voor een heffing.