De verschrikkelijke terugkeer van Daan Schrijvers

Episode 5: Waarin Daan Schrijvers, voordat hij twaalfeneenhalf jaar kapitale kwaliteitsjournalistiek kan bundelen, eerst de loopgraven van zijn zelfrespect moet verdedigen

Proficiat Daan, dacht ik, dit besluit van de Stichting Journalistiek Hors Catégorie is een hele eer, maar: wat betekent het?

Rondom mij klonk vrolijk geroezemoes van mijn nieuwe vrienden, waaronder vele vooraanstaande opinion leaders van diverse pluimage, die uit hoofde van hun functie als ballotage-commissie mij zo ruimhartig gefêteerd hadden met subsidie. Maar liefst ƒ 75.000 had ik gekregen voor het concipiëren van De leesbare Boek in Beeld, de jubileumbundel waarin twaalfeneenhalf jaar kapitale kwaliteitsjournalistiek van onze toonaangevende periodiek tot een belangrijke bewaarbundel verzameld zou worden. En ik had er niet eens om gevraagd, bovendien!

Nu de ballotagecommissie ertoe was overgegaan de uitkomst van hun ampele overwegingen op declarabele wijze luister bij te zetten, stond ik stilletjes temidden van de festiviteiten met in mijn hand de zak geld die mij zoëven onder de tonen van een opgewekte melodie was uitgereikt (""Voor Daan'' stond er in krulletters op). Rondom mij twinkelden glazen en zweefden flarden beschaafde conversatie (""Chique dat jullie Adje gestrikt hebben voor dat nieuwe cultuurprogramma! Een echte connaisseur!''). Af en toe kwam er een vooraanstaand opinion leader naar mij toe. ""Goed gedaan, Daan!'' zei die dan, terwijl zijn ogen de zaal afzochten naar belangrijker mensen.

Beduusd van al die aandacht glipte ik ongemerkt via de artiestenuitgang naar buiten. Op straat werd ik even verblind door het grootstedelijk inferno adt voortjakkerde zonder dat het zich iets aantrok van de journalistieke werkelijkheid binnen. Zwijgend keek ik naar de zak met geld in mijn hand. ""Wat moet ik met jou?'' mompelde ik halfhartig, terwijl de geur van een verre vakantie door mijn neusgaten dwaalde.

""Nou,'' klonk het kordate antwoord, ""gewoon tot de laatste cent opmaken, Daan!'' Hola, wat was dat nu? Was het dan toch waar dat geld meer zegt dan duizend woorden?

""Opmaken? Alles? Zo maar?'' vroeg ik aan de zak, wankelend op het slappe koord dat mijn ethische integriteit heette. Nu merkte ik dat er iets knaagde aan mijn inborst. Dat moest mijn geweten zijn! Die beet mij vermanend toe: Luister niet naar het geld, Daan! De leesbare Boek in Beeld is een eervolle opdracht. Het mag niets anders worden dan de vrucht van arbeid in het intellectuele zweet uwer aanschijns!

Mijn geweten had gelijk, en niet de zak met subsidie! Nu stond mijn besluit vast: consciëntieus zou ik twaalfeneenhalf jaar gewichtige geestesprodukten de revue laten passeren; scrupuleus zou ik die prachtige pennevruchten doorlichten op hun houdbaarheidsdatum; serieus zou ik essay voor essay door mijn handen laten gaan opdat ik al puzzelend het voorbije tijdsgewricht qua kwaliteitsjournalistiek in elkaar kon passen. De leesbare Boek in Beeld moest, besefte ik, een een roestvrije staalkaart worden van ons culturele landschap aan het eind van het thans vigerende millenium!

""Voor minder doet Daan het niet!'' riep ik tevreden over zoveel stelligheid tot de zak geld.

""Wat bazel je nou, Daan?'' werd ik ruw teruggetrokken in de werkelijkheid, ""We gebruiken die subsidie gewoon voor een mooie bundel!'' Het was helemaal niet de zak die praatte! Het was de uitgelezen uitgever van uitgeverij "Huize Bundelvreugd' die mij bij de artiestenuitgang had opgewacht. Hij wapperde een boekje onder mijn neus. ""Kijk eens, Daan, dit is wat ik voor ogen heb. De leesbare Boek in Beeld moet net zo'n mooie mix worden, met wat interviews, een rondgang, een portretje en een essay of twee, over het lot van Europa enzo.''

Ik probeerde hem uitdrukkingsloos aan te kijken. Maar hij was niet te stuiten. ""Ze moeten er allemaal in, Daan, wil het een beetje verkopelijk worden,'' ratelde hij door, ""We openen met Decheiver, daar komt niemand onderuit, maar dan: Toine van Mierlo over het primaat van de politiek, Jan Jansen van Gobbel met een rondgang langs toonaangevende opinion leaders van diverse pluimage, waaronder voornoemde Van Mierlo en Elma Dusbaba die zelf met een entrefiletje over zichzelf present is, vervolgens wat gepieker van H. J. A. Hofkens over kruiende continenten, enkele profielerende portretjes - ik denk aan Rudi en Frans en hun moderne museumbeleid, alsmede een interview met persprofessor Bep Bakhuys over vijfentwintig jaar verbazend verrassende VPRO; en dat alles maken we af met taalcolumns van Jantje Peeters uit Amerika.''

Hij keek mij stralend aan. ""Dit kan niet stuk Daan! Die Leesbare Boek in Beeld wordt de BMW onder de bundeltjes. Wat ik je brom!''

Ik stond perplex. ""En dat?'' vroeg ik hakkelend recht op de man af met een vingerwijzing naar het boekje in zijn hand. ""Dit Daan,'' sprak de uitgelezen uitgever niet zonder trots, ""Dit is een prachtwerk over een geestelijke generatie. Wij zijn vijfenveertig-plus en tot na ons pensioen aan de macht heet het, en het bevat journalistiek goud: een rondgang langs toonaangevende opinion leaders van diverse pluimage, een essay of twee, een portretje of wat, alsmede leuke columns en diepgravende interviews met cultuurhelden van onze tijd, waaronder Toine van Mierlo, Jan Jansen van Gobbel, professor Bep Bakhuys, H. J. A. Hofkens. Een echt vriendenboek!''

""Maar ... euhh ... dat zijn precies dezelfde bestuurders van onze beschaving die ook al in de ballotagecommissie zaten!'' stotterde ik.

""Is dat een bezwaar?'' klonk het bars vanuit de artiestenuitgang. Het was mijn hoofdredacteur Walter Decheiver, die klaterend urineerde tegen de overdadig met marmer gelardeerde pui van de Stichting Journalistiek Hors Catégorie. ""Nu niet langer talmen, Daan,'' riep hij, ""Dit is precies wat ons als ballotage-commissie voor ogen staat! Daar betalen we je voor!''

Nu werd het mij duidelijk. ZONNEKLAAR, mag ik wel zeggen. En het was geen leuk gezicht. Op de barricades van het vrije woord had ik gestaan, verdediger van de onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek was ik geweest, alsmede tegellichtende terriër in een vijandig universum, twintig jaar pensioenopbouw had ik voltooid, tegen de klippen op van de wassende wateren des onheils die schuimend over de rand van het tijdsgewricht kolkten. En dan dit!

Dat nooit! Nimmer zou ik, Daan Schrijvers, mijn ziel verkopen aan deze combine van culturele kopmannen wier bolletjestruien gekocht waren over de ruggen van hun letterknechten! Waaronder ikzelf!

""Euhhh,'' hoorde ik mijzelf zeggen om de situatie te redderen, ""Maar ik wil ... eh ... iets anders.'' De uitgever staarde mij zalvend aan. ""Tuurlijk, Daan, spreekt voor zich. Beginnen we gewoon met het essay over Europa en doen we de rondgang daarna.''

Daantje, Daantje, dacht ik, doe nu geen domme dingen, waar je later spijt van krijgt! Hier sta je op een kruispunt zonder stoplichten, journalistiek gesproken dan. Kies je voor vaandelvlucht, of verdedig je de loopgraven van je zelfrespect tot de laatste snik? Het is, kortom, hoog tijd voor doortastende daden, Daan!

(Wordt vervolgd)