De Snelweg

Autorijden wordt na jaren tv-kijken. Lui in een stoel, een programma op de voorruit zolang er benzine in de tank is en het voertuig niet van ouderdom door de hoeven zakt. Meestal saai, maar er zijn nog steeds stukken waar ik lichtelijk opgewonden van raak.

Het te bedwingen object is de A50 tussen Arnhem en Beekbergen, 17 kilometer golvende vier- en tweebaans snelweg. Deze subsidieloze performance vergt een gedegen voorbereiding en stalen zenuwen, goed gereedschap is het halve werk. Een heer wordt geduwd, niet getrokken, achterwielaandrijving dus, minstens zes cilinders, driehonderd PK voor een béétje acceleratie en een met leer bekleed interieur want al dat hedendaagse plastic geeft het gevoel in de tupperwaretrommel naar de baas te moeten.

Middernacht, stromende regen. Boven me de stoplichten van de afrit Arnhem-Noord. De koplampen schijnen op het lege, glimmende parcours.

"Riders on the storm' duurt een weemoedige 7 minuten en 14 seconden, dat móet te doen zijn. Riem vast, nog even op de meters kijken, volumeknop naar rechts, play, gas. Met een zwiepende achterkant springt de wagen naar voren, linksaf, driftend naar rechts, omhoog de snelweg op. Zanger Jim Morrison kreunt, de motor gaat van donker gerochel over naar snerpend gejank, in de 6 als een torpedo onder het wildviaduct door, waar ik eens op een pinkstermorgen een zwijnenechtpaar zag zitten, in plastic tuinstoeltjes onder een frisdrankparasol, wachtend op de komende files, terwijl hun 23 gestreepte koters in het gras ravotten. Vertel nooit de waarheid, want niemand gelooft je.

Ray Manzarek's lullige orgeltje doet tussenspel als het favoriete wegrestaurant voorbij suist - al meerdere jaren winnaar van mijn landelijke snerttest.

Afrit, vol in de remmen, bovenaan een haakse bocht naar links, nu komt het lekkerste stuk. Snel opschakelen, steil naar beneden en dan die heerlijke bult. De vier voetjes gaan van de vloer, Stukaaaaa, een lange bocht naar links door het donkere natte bos waar ome Sjoerd al dertien jaar begraven ligt. Bocht naar rechts, weilanden en dan de knipperende verkeerslichten van het uitgestorven Beekbergen.

Het onweert nog na in de speakers, de regen tikt op het dak. Ik mis je nog steeds, ouwe baas achter me, dit had je vast en zeker heerlijk gevonden.