De ontwikkeling van de homoseksualiteit volgens psychoanalyticus Richard A. Isay; De voorkeur van veel homoseksuele mannen voor agressieve seks heeft te maken met zelfverachting

Nog altijd is de psychiater Richard A. Isay er niet in geslaagd zijn vakgenoten te overtuigen van het feit dat ook een homoseksuele analyticus een goede analyticus kan zijn. Isay is hoogleraar klinische psychiatrie aan de Cornell-universiteit, psychoanalyticus, voorzitter van de homocommissie van de Amerikaanse Vereniging voor Psychiatrie, en auteur van de bestseller "Being Homosexual. Gay men and their development', waarin hij een psychoanalytische theorie van de homoseksualiteit presenteert. Maar als komende week de internationale gemeenschap van psychoanalysten in Amsterdam bijeenkomt, komt het thema homoseksualiteit niet ter sprake.

Richard A. Isay: Being Homosexual, Gay Man and Their Development. Penguin, ISBN 0 14 017488 5. ƒ 21,95

"Pas toen ik bijna gearresteerd was en mezelf al geboeid zag weggevoerd, begreep ik dat het zo niet langer kon. Ik bevond me op zo'n typische trefplaats voor homoseksuelen, zo'n plek waar vooral getrouwde homoseksuelen op zoek naar anonieme seks graag naar toe gaan, toen de politie met een overvalwagen kwam aanzetten. Het was 1975 - toen kon dat nog. In een flits werd me duidelijk wat ik allemaal te verliezen had: mijn gezin, mijn praktijk, mijn aanstelling bij de universiteit, mijn bestuurslidmaatschap van enkele belangrijke psychiatrische en psycho-analytische verenigingen.

""Het liep allemaal nog net met een sisser af, maar de crisis waarin ik terecht gekomen was heb ik wel gebruikt om het allemaal anders te gaan doen. Ik besloot mijn homoseksualiteit niet langer te verheimelijken. De "coming out' heeft uiteindelijk tot een echtscheiding geleid, maar mijn werk heb ik toch steeds kunnen doen. Ik was met mijn gezin toen al naar New York verhuisd, waar het allemaal wat gemakkelijker is en waar ik me ook vrij voelde om mijn eigen leven te gaan leiden.''

Het is 23 april, twee dagen voor de grote homo-demonstratie in Washington. Ik zit in de coffeeshop van het Marriotthotel tegenover Richard A. Isay. Met zijn vriend Gordon zal hij meelopen in de demonstratie en hij verheugt zich erover op de ongecompliceerde manier die Europeanen ook in Amerikaanse presidenten altijd weer verbaast. Isay is hoogleraar klinische psychiatrie aan de Cornell-universiteit, psychoanalyticus, voorzitter van de homocommissie van de Amerikaanse Vereniging voor Psychiatrie, en vooral auteur van Being Homosexual. Gay men and their development, waarin hij een nieuwe psychoanalytische theorie van de homoseksualiteit presenteert. In de Verenigde Staten is het boek een kleine bestseller geworden - ruim 40.000 exemplaren in twee jaar - en inmiddels is er ook een Duitse vertaling en een Penguin-editie verschenen.

Het boek is gebaseerd op een reeks opvallende artikelen die hij vanaf 1985 in het deftige "The Psychoanalytic Study of the Child' publiceerde. ""Andere psychoanalytische tijdschriften stuurden steeds alles terug, meestal met zulk bot en ook beledigend commentaar, dat het geen zin had dat te bewerken. Er zou niets van mijn stukken zijn overgebleven. Albert Solnit, hoofdredacteur van "The Psychoanalytic Study of the Child' is het misschien niet eens met alles wat ik schrijf, maar hij vindt het in ieder geval belangrijk en goed genoeg om het te publiceren. En ik wilde voor analytici schrijven. Ik ben zelf psychoanalyticus en ik vind het heel erg wat psychoanalytici in dit land homoseksuelen aandoen.''

U verwijt de psychoanalytici dat ze ten opzichte van homoseksuelen geen neutraal standpunt innemen, maar proberen hun seksuele oriëntatie te veranderen in heteroseksuele richting.

""Zo is het bij mij gegaan in mijn eigen analyse en zo gaat het nog steeds. Mijn praktijk bestaat voor een groot deel uit homoseksuele analytici, psychiaters en psychologen, die bij mij komen voor hun tweede of derde analyse. Het komt steeds op hetzelfde neer: in de eerdere behandelingen heeft de therapeut hun homoseksualiteit niet als gegeven aanvaard, maar als probleem beschouwd. De oplossing is ook altijd hetzelfde: de heteroseksuele partnerkeuze. Vooral voor wie zelf psychoanalyticus wil worden, is die druk erg groot. Wie openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomt en voor een homoseksuele levensstijl kiest, wordt niet tot de opleiding toegelaten of komt niet voor het lidmaatschap van de psychoanalytische vereniging in aanmerking. Dat is een logisch gevolg van de klassieke psychoanalytische opvatting, die homoseksualiteit ziet als een vroege en ernstige stoornis in de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Een homoseksuele analyticus kan daarom geen goede analyticus zijn: hij is zelf nog teveel patiënt.''

Toch heeft de APA, de Amerikaanse vereniging voor psychiatrie, al weer jaren geleden homoseksualiteit als psychische stoornis uit haar diagnostisch handboek geschrapt en u heeft er zelf toch voor gezorgd dat de Amerikaanse psychoanalytische vereniging homoseksualiteit nu ook officieel geen reden meer vindt om een kandidaat voor de opleiding af te wijzen.

""Het heeft heel veel moeite gekost, maar formeel zijn ze nu over de brug, ook uit angst om anders in een progressieve staat als New York de subsidie voor de opleidingsinstituten te verliezen. In de praktijk is er echter nog heel weinig veranderd. Alle belangrijke posten worden bekleed door mensen die hun hele leven nooit iets anders hebben gehoord dan dat homoseksualiteit een ernstige vorm van psychopathologie is. De Amerikaanse psychoanalyse is daar altijd zeer uitgesproken over geweest en ik merk aan mijn patiënten dat dit in de behandelingen nog steeds doorklinkt. Het is in Europa trouwens niet veel beter, ook niet in Nederland volgens mij. De Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse is altijd erg volgzaam geweest en heeft binnen de IPA, de Internationale Psychoanalytische Vereniging op dit gebied nooit een opvallend eigen geluid laten horen.''

Van 25 tot 30 juli wordt in Amsterdam het grote wereldcongres over psychoanalyse gehouden. Komt het thema homoseksualiteit daar nog aan de orde?

""Ik heb mijn uiterste best gedaan het op de agenda te krijgen en ik heb de IPA ook voorgesteld om met de Amerikaanse verenigingen en de Wereldgezondheidsorganisatie een positief standpunt ten opzichte van homoseksualiteit in te nemen. Ik ben door Joseph Sandler, de voorzitter van de IPA, al een jaar geleden gewoon afgescheept met de mededeling dat er geen tijd was om mijn voorstellen in het dagelijks bestuur te bespreken en dat bovendien alle nationale verenigingen er al voor de conferentie in Amsterdam hun oordeel over zouden moeten geven. Met andere woorden, het dagelijks bestuur wil zich er niet sterk voor maken en als ikzelf mijn best doe, zullen de nationale verenigingen me nog wel pootje haken. Ik verwacht dus niets meer van de IPA op dit gebied en mij zullen ze in juli in Amsterdam ook niet zien. Ik heb er geen zin meer in.''

Hij kijkt uit over de zonovergoten Pennsylvania Avenue, waar overmorgen honderdduizenden homo's voor gelijke rechten zullen demonstreren. Dan zegt hij over de gevestigde analytici wat ik zoveel andere Amerikaanse homoseksuelen over hun heteroseksuele landgenoten heb horen zeggen: ""They just hate me.'' Hij lacht een beetje verlegen en vertelt over een groot televisie-interview dat die avond zal worden uitgezonden. ""Toen ik de producer vroeg waarom ze mij wilden hebben, bleek het vooral om mijn "credibility' te gaan. Ik ben voor de televisiekijkers geloofwaardig, niet om wat ik zeg, maar om hoe ik eruit zie, de gewone Amerikaan kan zich met mij identificeren. Ik ben een keurige, conservatief geklede Newyorkse dokter van middelbare leeftijd, met glimmend gepoetste schoenen, een Engels tweedjasje en een praktijk aan de deftige Eastside. Ik vind dat absoluut onbelangrijk, maar helaas is het nog steeds de buitenkant die bepaalt of de boodschap gehoord wordt.'' Gerriteerd: ""Het is zelfs zo erg, dat sommige van mijn patiënten om dezelfde reden weigeren te geloven dat ik homoseksueel ben.''

Toch maakt u er geen geheim van. In uw eerste publikaties bleef u zelf nog wat buiten beeld, maar in een recent artikel als "The homosexual analyst' is uw eigen homoseksualiteit juist het thema en laat u zien wat dat voor uw patiënten betekent.

""Zeker, ik vlei me zelfs met de gedachte dat het de eerste keer is dat dit onderwerp op die manier in de literatuur behandeld wordt. Het aardige is bovendien dat eruit blijkt dat het op zich voor de patiënten niet eens veel uitmaakt of de analyticus homoseksueel is of niet. De fantasieën in de overdracht zijn niet anders dan bij andere analytici, hoogstens zal men passieve seksuele wensen wat gemakkelijker kunnen uiten en het is natuurlijk ook wel handig dat ik waar het typische homoseksuele dingen betreft, altijd weet waar het over gaat. Het belangrijkste blijft toch de houding ten opzichte van de patiënt. Die moet neutraal zijn, dat wil zeggen: ik moet de seksuele identiteit van de patiënt respecteren. Dat is tegelijk de grootste steun die ik kan geven.''

U schrijft in vergelijking tot veel andere analytische auteurs opvallend helder en vooral ook sterk vanuit de praktijk van de behandeling. U denkt volstrekt analytisch, maar u blijft tegelijkertijd heel dicht bij de leefwereld van uw patiënten...

""Dat "maar' is niet goed, een analyticus hoort dicht bij zijn patiënten te blijven. Maar u hebt gelijk, in de moderne psychoanalyse is er veel aandacht voor allerlei ingewikkelde conceptuele nuances. Daar kan ik niets mee en mijn patiënten ook niet.''

Uw artikelen bevatten veel, vaak ook uitvoerige gevalsbeschrijvingen. U hebt nu zeker enkele honderden homoseksuelen in de stoel of op de divan gehad. Zijn er bij alle individuele verschillen toch ook duidelijk gemeenschappelijke problemen?

""De erkenning van de eigen homoseksualiteit is tegenwoordig nauwelijks meer een probleem. Ik zie vooral de problemen die daarna komen en die denk ik typisch zijn voor homoseksuelen, die toch in de eerste plaats blanke mannen uit de Amerikaanse middenklasse zijn. Wat mij elke keer weer opvalt, hoeveel haat en minachting zij voor zichzelf voelen, hoe laag hun zelfwaardering is en hoe fragiel hun gevoel van zelfrespect. Vlak onder de oppervlakte zit nog zoveel angst, maar vooral ook nog zoveel agressie die dan weer tegen de eigen persoon gericht wordt. Je ziet intelligente en rationele mensen, die alles over aids weten en toch bijna bewust de grootste risico's lopen. Dat is zelfhaat.

""Ik denk ook dat de opvallende voorkeur van veel homoseksuele mannen voor seks met een agressief karakter, seks waarbij pijn en onderwerping een rol spelen, veel meer te maken heeft met zelfverachting dan met lust of seksuele bevrijding. De haat en de minachting die de homoseksueel zijn hele leven lang van zijn omgeving gevoeld heeft, verandert in een seksueel gestileerde minachting van de homoseksueel ten opzichte van hemzelf. Zijn lichaam moet ontgelden wat hem zelf is aangedaan.

""Homoseksuele vriendschappen kunnen best heel langdurig zijn, maar het valt toch op dat zelfs samenlevende mannen juist met elkaar vaak geen seksueel contact meer hebben. Ik heb er niets op tegen dat ze vreemd gaan, maar ik vind het geen goed teken dat juist de meest intieme relatie seksloos wordt. Veel vriendschappen lopen daar uiteindelijk op stuk. Het is ook niet gemakkelijk voor mannen, zeker niet voor Amerikaanse mannen, om met elkaar een redelijk stabiele en bevredigende paarrelatie op te bouwen. Ze hebben geleerd competitief te zijn, andere mannen zijn altijd concurrenten, tegenstanders zelfs. Ze zijn bang voor afhankelijkheid en passiviteit, ook al verlangen ze ernaar.''

Hoe word je homoseksueel?

""Dat weet ik niet en ik vind het ook niet zo belangrijk, omdat je er toch niets aan kunt veranderen. Er zijn steeds meer aanwijzingen uit hersen- en familie-onderzoek dat homoseksualiteit op zijn minst ten dele genetisch bepaald is, maar ik heb te maken met mensen die homoseksueel zijn, dat waren zolang ze zich kunnen herinneren en dat meestal ook willen blijven. Zelfs als ze dat niet zouden willen, zou ik ze misschien nog wel kunnen leren zich heteroseksueel te gedragen - ik heb het per slot van rekening zelf ook geleerd -, maar de seksuele verlangens en fantasieën zullen altijd homoseksueel blijven. Ik vind dat een psychotherapeut juist die verlangens moet respecteren en de patiënten zeker niet moet afhouden van de realisering daarvan, dat hebben genoeg anderen al gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat het gewoon schadelijk is voor de gezondheid en het geluk van een homoseksueel wanneer hij niet homoseksueel kan of mag zijn. Een psychotherapeut die de seksuele oriëntatie probeert te veranderen, maakt een ernstige professionele fout en zou eigenlijk voor de tuchtrechter gedaagd moeten worden. Hij beschadigt een meestal toch al behoorlijk gemaltraiteerde patiënt.''

De aanvaarding van de homoseksualiteit van de patiënt als uitgangspunt voor een behandeling die ook gericht is op de acceptatie van de homoseksualiteit door de patiënt zelf is in Nederland sinds het proefschrift van de psychiater Wijnand Sengers "Homoseksualiteit als klacht' (1969) algemeen aanvaard. Wat biedt u meer dan hij?

""Van Sengers' werk heb ik pas gehoord toen ik twee jaar geleden in Nederland op bezoek was. Meer dan Sengers heb ik me gericht op de noodzaak van een verandering in de officiële houding van de psychoanalytische wereld en anders dan hij bied ik niet alleen een uitgangspunt voor behandeling, maar ook een theorie om te begrijpen wat er in de homoseksuele man als kind gebeurd kan zijn. Ik ben en blijf analyticus en wil binnen het kader van de psychoanalyse werken en denken.

""Veel van wat ik schrijf over de gevoelens, fantasieën en ervaringen van mijn patiënten is ook terug te vinden in de oudere psychoanalytische literatuur over homoseksualiteit. Het grote verschil is dat ik alle akelige, of als je wilt pathologische en perverse trekjes, die je bij volwassen homoseksuele mannen kunt aantreffen, niet beschouw als onderdeel van de homoseksualiteit zelf, maar als gevolg van de manier waarop het kind dat zich later als homoseksueel zal herkennen, omgaat met de afwijzing die hij al heel vroeg beleeft. Vrijwel elke homoseksueel heeft als vroegste herinnering "anders' te zijn dan andere kinderen en op dat anderszijn wordt vooral door de vader afwijzend gereageerd.

""De problemen ontstaan in de oedipale fase, als het jongetje zo'n drie jaar oud is. Het jongetje dat later homoseksueel zal blijken te zijn, wordt niet verliefd op zijn moeder, maar op zijn vader. Dat is voor het jongetje de natuurlijkste zaak van de wereld, maar voor de vader uiteraard niet. Die voelt zich ongemakkelijk, al wordt hij zich dat uiteraard niet echt bewust. Hij merkt dat er iets niet klopt en reageert afwerend, corrigerend of afwijzend. Om vader als liefdespartner te winnen, identificeert het jongetje zich met zijn moeder, met als gevolg dat de relatie met vader alleen nog maar verder verstoord raakt. In het verleden is vaak gedacht dat afwezige vaders of overheersende moeders homoseksualiteit zouden kunnen veroorzaken, maar naar mijn mening is de "homoseksualiteit' er zelf de oorzaak van dat de vader zich van zijn zoon verwijdert en in sommige gevallen de moeder tot een soort overbescherming komt. Zeker als het jongetje niet erg geneigd is tot typisch jongensachtig gedrag en duidelijke tekenen van artisticiteit en sensitiviteit vertoont - en dat is bij "homoseksuele' jongetjes nu eenmaal opvallend vaak het geval - is de kans groot dat de relatie met de vader slecht en met de moeder hecht wordt.

""Ik draai de klassieke psychoanalytische opvatting dus om. Ik ga er vanuit dat de ontwikkeling van het "homoseksuele' jongetje normaal verloopt tot het punt waarop wat voor hem de normaalste zaak van de wereld is - onbewust en niet anders denkbaar - botst met wat voor zijn vader de abnormaalste zaak van de wereld is. Dat gebeurt al vrij vroeg en met verstrekkende gevolgen voor de verdere psychische ontwikkeling van het kind. Het gevoel afgewezen en verstoten te zijn wordt deel van zijn persoonlijke bagage. Het is allemaal uiteraard veel ingewikkelder, en bij iedereen ook weer een beetje anders, maar het valt mij altijd weer op hoe de eerste echte homoseksuele ervaringen als adolescent of volwassene altijd als een hervinden van eigenheid worden beleefd, een thuiskomen na een lange zwerftocht. Het is alsof de onbewuste draad van vroeger weer wordt opgepakt.

""Het voordeel van mijn theorie is dat hij eenvoudiger, eleganter, neutraler en meer in overeenstemming is met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van homoseksualiteit en de kenmerken van homoseksuelen dan de traditionele psychoanalytische opvattingen. Bovendien blijft mijn theorie zuiver analytisch en leidt hij in de praktijk tot betere behandelingsresultaten.''

Het gaat steeds om homoseksuele mannen. Hoe zit het nu met homoseksuele vrouwen?

""Dat is zeker anders dan bij homoseksuele mannen, omdat ook de heteroseksuele ontwikkeling van vrouwen anders verloopt dan die van mannen. Ik kan daar weinig over zeggen, omdat ik me vooral op de problematiek van homoseksuele mannen heb gericht en ik ook in mijn praktijk alleen met homoseksuele mannen te maken heb. Ik ben niet zo genteresseerd in vrouwen.''