Cooper: intieme maar afstandelijke Schubert

Concert: Imogen Cooper, piano. Programma: Schubert: Sonate in Bes, D 960. Janacek: Sonate 1.X.1905. Debussy: Préludes, boek 2. Gehoord: 23-7 Concertgebouw Amsterdam.

Het is een wonderlijk fenomeen in de wereld van de klassieke muziek, dat iemand iets heel goed kan spelen zonder echt te boeien of ontroeren. De ingetogen vertolkingen van de Britse pianiste Imogen Cooper waren gisteravond zelfs heel mooi, maar toch ontbrak er iets. Onder de bekwame handen van Cooper klonk Schuberts Sonate in Bes, D 960 zangerig, intiem en delicaat, maar door haar statische benadering van het ritme bleef haar interpretatie toch enigszins steken in afstandelijkheid.

In een werkelijk overtuigende uitvoering volgt de beweging van de muziek als het ware de ademtocht van de ziel, ieder muzikaal middel waarmee een partituur tot uitdrukking wordt gebracht krijgt vleugels doordat het is ingebed in een ter plekke beleefde stroom van emoties. Maar ook al deed Cooper tijdens haar doordachte weergave van Schubert prachtige dingen met haar gevoelige en genuanceerde toucher en ook al maakte ze nog zulke fraaie dynamische overgangen, haar spel mistte de emotionele betrokkenheid van het moment en daardoor kwam de muziek niet werkelijk to leven.

Veel expressiever klonk daarna Janaceks indrukwekkende reactie op de bruutheid waarmee de Duitsers een einde maakten aan een anti-Duitse demonstratie in het Tsjechische Brno, de Sonate 1.X.1905 waarvan slechts twee delen bewaard bleven: Con moto-Predtucha (het voorgevoel) en Adagio-Smrt (de dood). Naar aanleiding van een uitvoering van dit stuk verklaarde Janacek: “Iemand bleef maar beweren dat alleen noten zelf iets betekenen in de muziek. Maar ik vind ze niets betekenen, tenzij ze verankerd zijn in het leven, bloed en de natuur. Anders zijn ze als speelgoed, nauwelijks iets waard.”

Mogelijk heeft Cooper zich deze woorden ter harte genomen als een soort aanwijzing van de componist bij zijn stuk, want haar interpretatie van Janacek was wel intens en communicatief.

Ook de Preludes, boek 2 van Debussy speelde Cooper levendig, genuanceerd en gedifferentieerd: iedere Prelude kreeg zoals het hoort een eigen gezicht door grote contrasten in stemming, klankkleur, dynamiek en tempo. Maar toch deed zich hier opnieuw een beetje hetzelfde euvel voor als bij haar Schubert-vertolking. Al klonk Coopers visie op Debussy nog zo doordacht en tot in de puntjes verzorgd, er bleef iets bestudeerds en ingekapselds aan haar vertolking van deze Preludes kleven.