Column

Circus

Oh, Wiener Circus dat al duizend zomers langs de Belgische kust reist, mijn kippevel op huiver test, mijn kinderen in extase brengt en zulke mooie sterren op je tent hebt aangebracht, blijf en verander nooit van stek.

Je zal nooit gevraagd worden om een kerstvakantie lang Carré te vullen. Parijs kent je niet en zelfs Brussel lijkt groot en ver, maar blijf ons op volgeregende middagen vermaken met elk jaar dezelfde act. Voeg niets toe, maar doe als nu: ieder jaar een nummer minder. Het begint met de olifant die op de Zeedijk van De Haan verschijnt. Alle zwembroekjes gaan zijn kant op. Het logge beest kijkt loom verdrietig, staat wat te dralen en moet na een kwartier weer verderop naar een overvolle camping of een uitpuilend bungalowpark. De aandacht is getrokken. Het circus is in de stad. Vorig jaar was er nog een hele vieze, mottige kameel bij, maar die is waarschijnlijk deze winter overleden aan een verschrikkelijk heimwee. Wat moet een kameel in de winter in België?

Oh, Wiener Circus ga nooit aan mijn badplaats voorbij. Zelf ben ik de eerste zestien vakanties van mijn leven peilloos gelukkig geweest in Egmond aan Zee, proef het ijs van Lieftink en Pravasani nog dagelijks, wandel regelmatig in gedachten met mijn vriend Max Claassen over het Pompplein (we praten nog steeds over meisjes als Mieke uit Uithoorn) en elke korrel strand glijdt in mijn waterverfdromen door mijn vingers, maar Egmond had geen circus en zeker geen circus als het Wiener Circus dat ik nu vier jaar achtereen heb zien optreden en dat ik volgend jaar voor de vijfde keer zal zien en het jaar daarop voor de zesde. Waarom? Omdat het verslaaft en omdat je meegroeit met je helden. Vier jaar geleden kwam de twaalfjarige Natascha met vier geitjes op en één geitje kende een paar tweedehands kunstjes. Afgelopen dinsdag kwam de zestienjarige Natascha met dezelfde vier geitjes op en nog steeds kende alleen die ene slimme geit nog maar de kunstjes. De andere geitjes keken toe en zaten daar als figurant. Geitje speelt voor geitje. Natascha kwam net van het kaartjesscheuren en moest zich razendsnel verkleden voor het jongleursnummer om daarna weer vliegensvlug een ander pakje aan te trekken om in de pauze onherkenbaar de ijsjes te kunnen verkopen. Ondertussen keken we naar Les Quatres Lagronis en pappa Lagroni had het zwaar. Hij was tijdens zijn krachttoeren aan de schommel met zijn hoofd al bij de schminkdoos. Binnen de kortste keren moest hij weer als clown Jefko op.

De oude, licht demente olifant moest, net als andere jaren, weer een sigaret roken en ik deed maar weer even mijn ogen dicht. Gelukkig wordt deze marteling door de directeur zelf begeleid en de man kijkt er zeer tevreden bij. De spreekstalmeester had zich inmiddels traditiegetrouw vermomd tot clown Lucky en liet samen met Jefko (pappa Lagroni!) de tent sidderen van angst toen zij werden bezocht door een spook. Wiener Circus-kenners herkenden in het spook de aardige Ricky, die ook jongleert, soms trompet in het orkestje speelt, af en toe een nieuw nummer aankondigt, maar ook parttime clown is, voor aanvang programma's verkoopt en waarschijnlijk in een verloren uurtje alle circuswagens wast. Bij het Wiener Circus moet je eigenlijk letten op de schoenen van de medewerkers. Je ziet maar vijf paar schoenen. De pakken boven de schoenen wisselen vliegensvlug. Wie twee minuten geleden nog in de trapeze hing, staat nu het oog van de blinde leeuw te druppelen en de sympathieke directeur schuwt het opruimen van de attributen van het wereldberoemde Trio Ivanovi niet.

Andere circussen nemen afscheid met een parade van de artiesten, die op marsmuziek nog één keer in de piste komen, maar hier is dat onmogelijk. Het zou een schamel rondje worden. Zo snel kunnen ze zich niet verkleden. En wie moet dan de tent open doen, de pony's voeren en de souvenirs verkopen? Precies.

Oh, Belgische kust met je hartverscheurende Wiener Circus! Je maakt me zo intens, tot tranen toe gelukkig!