Bonn biedt stakers kalimijn ander werk

BONN, 24 JULI. De wekenlange protest-acties van de 700 werknemers van de kali-industrie in het Oostduitse Bischofferode kunnen de geplande sluiting van de mijn weliswaar niet voorkomen maar krijgen wel een "duur' precedent-effect. Dit vreest het Treuhand-instituut nu zowel de regering in Bonn als de regering van de deelstaat Thüringen de werknemers ruime garanties voor vervangend werk heeft gegeven.

Tot gisteravond namen in Bischofferode nog 33 mannen en vijf vrouwen deel aan een hongerstaking die al 22 dagen gaande is en die de protestacties in heel Duitsland een extra dramatische lading heeft gegeven. In een gesprek van vijf uur met de ondernemingsraad heeft kanselarijminister Friedrich Bohl (CDU) in Bonn de sluiting van de mijn per eind 1993 onherroepelijk genoemd. Ook de vakbeweging heeft de actievoerders gevraagd dat besluit te aanvaarden en hun acties te beëindigen.

Het regeringsaanbod om de werknemers tot eind 1995 van werk te voorzien (bij het afbreken van de installaties) blijft van kracht maar is in Bischofferode opnieuw afgewezen. De actievoerders blijven erbij dat hun mijn levensvatbaar is en daarom open moet blijven. Ook garanties voor alternatief werk van de deelstaatregering en haar gisteren gelanceerde plan om in Noord-Thüringen een ontwikkelingsmaatschappij voor regionale werkverschaffing op te richten hebben dat niet veranderd. De actievoerders hebben gisteren alle Duitse werknemers om solidariteit gevraagd.

Het Treuhand-instituut, dat vroegere Oostduitse staatsbedrijven moet saneren en privatiseren, heeft intussen bij monde van haar presidente Birgit Breuel nog eens toegelicht waarom “Bischofferode” dicht moet. De Treuhand, die een geschatte schuld van 250 miljard mark gaat nalaten, heeft voor de sanering van de drie Duitse kalibedrijven een miljard mark overheidsgeld genvesteerd. Een Westduitse dochter van Bayer en een ander (afgeslankt) Oostduits bedrijf overleven volgens dat plan omdat zij rendabeler zijn. Mevrouw Breuel heeft “alle begrip” voor het verzet in Bischofferode maar wees erop dat elke gewonnen ton kali en zout er 167 mark kost en 97 mark opbrengt.

Van de oorspronkelijk 12.800 Oostduitse bedrijven die de Treuhand drie jaar geleden tijdelijk ging beheren zijn er 2.800 geliquideerd en overigens zo'n 650 nog niet verkocht. Onder die bedrijven zijn er circa 25 grotere die - zeker in het heersende recessie-klimaat - moeilijk te privatiseren zijn. De Treuhand voelt zich steeds vaker “gemangeld” door politici die bij protest van Oostduitse werknemers tegen de voorwaarden van sanering of verkoop van bedrijven bereid zijn om speciale regelingen te bepleiten of - zoals in het geval-Bischofferode - te beloven. Herhaaldelijk eisen politici ook dat over al besloten liquidaties of verkopen opnieuw wordt onderhandeld. Deze klacht uitte de met verkoop en liquidatie belaste Treuhand-directeur Ludwig Tränker deze week in een gesprek met de Süddeutsche Zeitung.

Tränker noemde "Bischofferode' een precedent. Volgens hem is het voor de Treuhand nauwelijks nog mogelijk plannen te ontwikkelen en besluiten te nemen op grond van verantwoorde economische criteria. Hij voorziet dat deze handicap nog groter gaat worden nu het jaar 1994 met zijn negentien verkiezingen (ook die voor de Bondsdag) steeds dichterbij komt. “Buikpijn” bezorgt het Tränker bovendien dat bij het huidige economische klimaat nog maar weinig Oostduitsers ervoor voelen om via zogenoemde “management-buy-outs” zelf met een deel van een noodlijdend bedrijf een nieuwe start te maken.