Binnenschippers houden vast aan blokkades

ROTTERDAM, 24 JULI. De actievoerende binnenschippers handhaven hun gedeeltelijke blokkades, ook wel "bewegende bruggen' genoemd. Politie en justitie laten hen voorlopig ongemoeid.

Het beleidsteam in Terneuzen, waarin gemeente, justitie en politie zijn vertegenwoordigd, beraadt zich nog op maatregelen tegen actievoerders die gistermiddag het Nederlandse schip de "Iris' en de Zwitserse "Adelboden' bekogelden met flessen en stenen.

“Of we succes zullen hebben hangt af van de beelden die we van de actie hebben gemaakt”, aldus een woordvoerder van het beleidsteam. Het eerder door burgemeester R.C.E. Barbé van Terneuzen aangekondigde optreden van de mobiele eenheid om de blokkade te breken, bleef uit. Zes schippers lagen gisteravond in Terneuzen te wachten om te worden doorgelaten.

President mr.J. Mendlik van de rechtbank in Breda doet maandag uitspraak in een kort geding tegen twee schippers die door een reder "hoofdelijk aansprakelijk' worden gesteld voor de schade die hij als gevolg van de acties lijdt. Mendlik zei “hoop en vertrouwen te hebben dat het in het weekeinde rustig zal blijven”. De twee schippers J.B.Kole en J.H.M. Koppies waren gistermiddag in een kort geding gedagvaard in opdracht van de rederij De Beijer uit Kekerdom. Ze zouden volgens de advocaat van de reder mr. P. Blussé van Oud Alblas aansprakelijk zijn voor de gevolgen van acties bij de Volkeraksluizen in Willemstad. Tegelijk wenst de rederij toestemming om de hulp van de politie in te roepen om schepen van de rederij vrije doorgang te verschaffen bij blokkades. Het kort geding werd bijgewoond door honderden schippers die eerder stapvoets over de A16 (via Dordrecht) en de A58 (via Roosendaal) naar Breda waren gereden reden en zo een file van ruim 10 kilometer veroorzaakten.

Op het ministerie van binnenlandse zaken in Den Haag hebben de commissarissen van de koningin en de burgemeesters van alle bij de schippersacties betrokken provincies en gemeentes gistermiddag twee uur gepraat over handhaving van de openbare orde. Over concrete besluiten of afspraken tijdens deze bijeenkomst wilde een woordvoerder van BZ geen mededelingen doen.

Het landelijk coördinatiecentrum van de politie in Driebergen verleent in principe geen politiebegeleiding aan werkwillige schippers. Dat tot nog toe gevoerde beleid verandert niet door het vonnis donderdag van de kort-gedingrechter in Rotterdam over de vrije doorvaart van een duwtransport van kolen, zo heeft de politiecentrale in Driebergen meegedeeld. Zij wil “elke schijn van partijdigheid vermijden” en hoopt daardoor escalaties te voorkomen. De lokale autoriteiten kunnen evenwel tot politiebegeleiding besluiten als verstoring van de openbare orde dreigt.

Bij het kort geding in Breda stelde advocaat mr. C.Sjenitzer namens de twee gedaagde schippers dat zijn cliënten niet aansprakelijk konden worden gesteld omdat ze zich uit de acties hadden teruggetrokken op het moment dat de dagvaarding uit was gekomen. Bovendien meende Sjenitzer dat beiden niet als actievoerder maar als tussenpersonen tussen de overheid en de actievoerende schippers hadden opgetreden. Beider schepen liggen evenwel nog altijd bij de sluizen. Hoewel de rechtbankpresident zijn uitspraak uitstelde tot maandag, kon uit de context van een aantal vragen die hij stelde worden opgemaakt dat óók hij de blokkades onrechtmatig vindt. “ Als het werkelijk zo is dat ze niets te maken willen hebben met onrechtmatigheden waarom zijn ze dan niet met hun schepen vertrokken”? vroeg hij zich af. Dezelfde president verbood bovendien vorig jaar juni een soortgelijke actie bij de Volkeraksluizen. Hij wees er ook op dat zijn opvatting niet zal verschillen van die van zijn Rotterdamse collega, die donderdag de actievoerders oplegde ervoor te zorgen dat een duwbak vrije doorgang werd verschaft.

Een van de gedaagden antwoordde de president dat van de ongeveer 2000 schippers die donderdagavond in de Ahoyhal in Rotterdam hebben vergaderd, zich ruim 1860 hadden uitgesproken voor voortzetting van wat hij noemde legale en nette acties. “Hoe verklaart u het dan”, aldus Mendlik, “dat er raddraaiers zijn die de zaak verstieren”?

Volgens de advocaat van de reder nemen de schade en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheden “in een dusdanig tempo en in een dusdanige omvang toe dat acties - op welke manier dan ook - onmiddellijk dienen te worden beëindigd”. Volgens hem is de schade per zeeschip minimaal 500.000 gulden en zouden 400 tot 500 bedrijven, die van het transport en de aanvoer van goederen afhankelijk zijn, per week een schade lijden van tussen de 10.000 en 50.000 gulden.