Zwijgende hanen

Bovenop de kerktoren glanst een vis. Als de wind een tikje draait, draait de vis gehoorzaam mee. Het duurt even voor ik begrijp wat er zo vreemd is aan die vis: het is geen haan. Op een kerktoren hoort toch een haan te staan? Dat is al zo sinds de Middeleeuwen; sinds de tijd dat torens niet meer vierkant, maar spits worden gebouwd.

De allereerste haan verscheen in de negende eeuw op een kathedraal in het Italiaanse plaatsje Brescia. In Frankrijk werd in 1091 een haan op een toren gezet, waar prompt de bliksem in sloeg. De bijzonderste kerkhaan prijkt sinds 1412 op een Engelse toren; hij gaat fluiten als er een stevige wind waait.

De haan werd niet zomaar gekozen om op kerktorens te mogen staan. Voor christenen betekent het hanegekraai in de ochtend dat de nieuwe dag (het licht) de duistere nacht (de duivel) heeft overwonnen. Ook verwijst de haan naar het verhaal in de bijbel, waarin staat dat de apostel Petrus tot drie keer toe bij het kraaien van de haan ontkent dat hij een volgeling van Christus is. Door het kraaien krijgt Petrus spijt. De haan is daarom een teken van berouw.

De christenen waren niet de enigen die de haan de hemel inprezen. De heidenen bewonderden de haan al om zijn moed, strijdlust (denk aan de hanengevechten) en waakzaamheid. En in Zweden plaatsten ze altijd aan het begin van de lente op het dorpsplein een versierde boom met een haan erop. Bij voorkeur een rode haan, want:

“Voor een rode haan

Dood en duivel gaan,

Maar voor een witte

Blijven ze zitten.''

Wel zijn haantjes dankzij de kerk als windwijzers mode geworden. Want ook de adel begon zijn burchten en kastelen met windhanen te versieren en de gewone burgers namen die gewoonte op hun beurt weer over. Uiteindelijk was een windwijzer op het dak even gewoon als een tv-antenne nu. In de Amerikaanse stad Nieuw Amsterdam, zoals New York vroeger heette, droegen àlle huizen een windvaan. Maar ze wezen zoveel verschillende richtingen aan, dat de bewoners maar naar de haan op het huis van de gouverneur keken. Die liet immers iedere morgen zijn knecht het dak opklimmen om de haan in de goede richting te zetten.

Naast de haan is men allerlei andere windwijzers gaan ontwerpen. Een wever liet een spinnewiel bovenop zijn winkel monteren, een schrijver bekroonde zijn huis met een inktpot met ganzeveer en op het dak van het Concertgebouw te Amsterdam zit sinds jaar en dag een elegante zeemeermin.

De haan is wel de meest voorkomende windwijzer gebleven. Nog iedere dag wijst een heel leger van gouden torenhaantjes aan waarheen de wind waait. Konden ze maar kraaien; want voor wie ze dat al eeuwen zo trouw doen, kan niemand mij vertellen.