Winnen met de marge van een duizendste

PAU, 23 JULI. Hij mist de ideale lichaamsmaten voor een ronderenner. Te lang met zijn 1 meter 88. Vooral: veel te zwaar. Tachtig kilogram. De zwaarste winnaar van de Tour uit de historie: Miguel Indurain.

Maar de coureur als perfecte module bestaat niet, zegt Sabino Padilla, ploegarts van Banesto. Zo slap als hij een hand geeft, zo vastberaden zijn z'n opinies. “Je hebt renners van 64 kilo die de Tour hebben gewonnen. Zoals Van Impe. En renners van 75 kilo die de Ronde op hun naam hebben geschreven. Zoals LeMond. Lengte en gewicht zijn uit het oogpunt van biomechanica belangrijk. Maar ze geven niet de doorslag in de wielrennerij.”

Anders dan in de atletiek, waar Padilla uit voortkomt. “Het wielrennen loopt ver achter bij de atletiek”, vindt de ploegarts. “Op allerlei terreinen. In voedingsleer net zo goed als in technische vernieuwing. Om maar niet te spreken van de trainingsmethoden. Veel renners doen maar wat.”

Nadat hij de de Française Annette Sergent naar de wereldtitel veldcross begeleid had, trad hij vier jaar geleden in dienst van Banesto. Hij zag onmiddellijk de potentie. Want wat een achterlijkheid, wat een behoudzucht in de wielersport. Dus wat een ruimte voor vooruitgang. Vruchtbaar land dat braak lag. Dat schreeuwde om ontwikkeling.

Dankbaar maakte hij gebruik van Bondartchuks trainingstheorieën. Had die Russische atletiekcoach niet een revolutionaire methode ontwikkeld om de vorm gedurende langere tijd op hoog niveau te houden? In de atletiek was die aanpak in onbruik geraakt. Atleten wilden tegenwoordig liever twee of drie keer jaarlijks "pieken'. “Maar in de wielrennerij met haar lange seizoen kon deze methode nog groot nut bewijzen. Indurain blijft niet voor niets zolang in conditie”, zegt Padilla met een brede grijns.

Een doelgerichte trainingsopbouw, waarbij arbeid en herstel logisch afgewisseld zijn. Daar zweert Padilla bij. Met oog voor de signalen van het renners' lichaam. Daarom onderwerpt hij de coureurs hoogstpersoonlijk twee tot drie keer per jaar aan uitgebreide tests. Dat doet hij in het laboratorium van de Universiteit van Navarra in Vittoria.

Hij meet de kracht van de pedaaltred, de maximale hartslag, het zuurstofgebruik. Ook stelt hij hun aerobe vermogen vast: hoeveel kracht ze kunnen genereren met het zuurstof in hun bloed, zonder hun eigen spieren te vergiftigen. En op basis daarvan maakt hij trainingschema. “Zodat ze sterker worden”, zegt Padilla. “Niet ter wille van de experimenten. Heel praktijkgericht.”

De kopman van Banesto houdt zich aan die schema's. Hij koestert ze als reddingsboeien. Ze zijn misschien wel zijn grooste houvast. “Omdat ze werken en dat weet hij”, zegt de ploegarts. “Hij is een gedisciplineerde renner. Hij neemt geen risico's.”

Daarom wil hij in de Tour geen uitgebreide proeven, geen conditietests. “Dat zou de prestaties kunnen aantasten. Dat zou te hinderlijk zijn.” Daarbij, vindt Padilla, “in de Tour is er maar één test bepalend: dat is de wedstrijd zelf. Elke rit opnieuw.”

Wel controleert hij hartslag en bloeddruk twee keer per dag. Vóór en na de wedstrijd. Daardoor krijgt hij een idee van het herstel van de coureur. Hij kan er ook uit afleiden of de voedselconsumptie van die dag in balans was met het energieverbruik. “Topsport is altijd zoeken naar het juiste evenwicht.”

Bij het geven van zijn dagelijkse voedingsadviezen baseert hij zich op uitgebreid onderzoek dat aan de Universiteit van Limburg is gedaan, onder leiding van arts en oud-schaatser Harm Kuipers. In één van de wetenschappelijke bladen vond hij een verslag daarvan, toen hij op zoek ging naar bruikbare research. Verder leverde die speurtocht bitter weinig op, zegt Padilla. “Alleen in Nederland en de Verenigde Staten houden onderzoekers zich serieus met wielrennen bezig. Nee, niet in Italië. Daar blijft het bij woorden. Dat kun je aan de resultaten wel zien.”

Het fysieke geheim van Miguel Indurain? “Zijn geweldige aerobe vermogen”, zegt Padilla. “Dat heeft hij ook wel nodig om in de bergen mee te kunnen met de lichte renners. Chiappucci weegt 67 kilo, Rominger 65, Mejia 63. Om dat gewichtsverschil te compenseren moet hij in de bergetappes zeven tot negen procent meer kracht kunnen leveren dan zij. Die kracht geeft hem in de vlakke etappes, met name in de tijdritten, belangrijk voordeel.”

Maar je mag de Tour-winst van Indurain niet verklaren uit fysieke verschillen, vindt Padilla. Zo'n honderd uur zullen de renners in de Tour straks op de fiets hebben gezeten. "360.000 seconden', krast hij op een kladblok. En hoeveel zal de achterstand van de nummer twee op Indurain zijn? Vier minuten? "240 seconden', noteert hij. “De marge zal minder dan een duizendste zijn.”