Vrijdag 23; Meer dan zomers tijdverdrijf

Zondag is het alweer afgelopen met Zomergasten - te snel eigenlijk. Wat ooit door de VPRO bedoeld was als een goedkope en toch aardige manier om de zomer door te komen, is niet alleen uitgegroeid tot een onmiskenbaar statussymbool voor de gasten (“ben jij nog nooit Zomergast geweest? tss...”), maar ook tot een jaarlijkse reflectie op de rol van de televisie die in de rest van het seizoen ver te zoeken is.

De BBC heeft tenminste nog het onderhoudende napraatprogramma Did you see, waarin drie telkens wisselende gasten reageren op het tv-aanbod van de afgelopen week, maar de Nederlandse televisie heeft niets van dien aard. Hoewel hier wordt uitgezonden dat het een lieve lust is, op vier Nederlandstalige netten tegelijk, is er nergens een hoekje ingeruimd voor enig zinnig commentaar op al die bewegende beelden.

En toch is de invloed van de televisie op menigeen heel wat indringender dan die van boeken, schilderijen, muziek, theater of film - om maar eens wat genres te noemen die, soms zelfs in vaste rubrieken, regelmatig door de televisie worden belicht. Bijna elke Zomergast beschikt over bijna letterlijke herinneringen aan bepaalde tv-beelden. Het weerzien levert soms emotionele momenten op, soms een poging tot verklaring van de ontroering en vrijwel altijd een bezienswaardig zelfportret. Het programma is dan ook op zijn best als het gesprek dicht bij die beelden blijft. Hoe verder dat verwijderd raakt van de vertoonde fragmenten, hoe meer het op een regulier interview gaat lijken en hoe minder meeslepend het als televisie-evenement wordt.

Naar mijn gevoel heeft Zomergasten dit seizoen echter iets berekenends gekregen dat de aantrekkingskracht van het programma in gevaar brengt. Weliswaar blijft presentator Peter van Ingen reppen van "de ideale televisie-avond' van zijn gast, maar steeds vaker lijkt het erop dat die gasten met de selectie van fragmenten educatieve bedoelingen hebben. Stiekem is hun formulering verschoven van "ik wilde graag zien' naar "ik wilde graag laten zien'. En steeds meer krijg ik, kijkend, de indruk dat ze hun verzoekprogramma's vóór de uitzending allang hebben teruggezien, piekerend over welk fragment ze zullen kiezen.

Zo begint Zomergasten trekken te vertonen van de nieuwe VPRO-uitvinding TV & de Muzen, waarin buitenlandse regisseurs hun favoriete tv-programma's over kunst laten zien. De eerste was de beste: met Peter Sellars, enthousiast details aanwijzend op het tv-toestel en aanstekelijk euforisch over de mooie dingen die daarop te zien waren. De derde, die van deze week, was veel afstandelijker van toon: de Britse documentarist John Wyver kondigde aan wat hij had gekozen en zei er nauwelijks iets over. De vierde (en laatste) volgt maandagavond. Ook hier is de idiosyncrasie van de hoofdpersoon van doorslaggevend belang - hoe méér persoonlijk commentaar, hoe beter het is.

Maar na maandag is het weer voorbij met de televisie als referentiepunt en de programma's waarin wordt nagegaan wat het medium aanricht. Wonderlijk, dat blijkbaar niemand in Hilversum in zulke programma's méér ziet dan zomers tijdverdrijf.