Verrassende post van sultan Qaboos

ROTTERDAM, 23 JULI. Sultan Qaboos bin Said al-Said van Oman, het olierijke land aan de zuidoost-kust van het Arabisch schiereiland, schrijft zo nu en dan vriendelijke brieven aan Westeuropese landen waarmee hij graag goede relaties onderhoudt. Qaboos koestert één ambitie waarvoor hij een hechte samenwerking met Europa nodig heeft, zo liet hij vorig jaar in een interview met deze krant weten: industrialisatie en een economische ontwikkeling die de groei van de "tijgers' in het Verre Oosten evenaart. Oman heeft daarvoor veel geavanceerde technische produkten uit industrielanden en buitenlandse investeringen nodig.

Woensdag was premier Lubbers aan de beurt voor zo'n brief, die door de Omaanse ambassadeur in Nederland Bin Saher al-Hinai persoonlijk werd bezorgd bij minister Andriessen. Andriessen neemt deze week alle ministeriële verantwoordelijkheden in Den Haag waar, ook die van Lubbers. Het betrof een antwoord van de sultan op een brief die Lubbers in april aan Andriessen had meegegeven. Toen bezocht de minister van economische zaken de Omaanse hoofdstad Muscat om de wederzijdse betrekkingen te verstevigen. Dat bezoek en Lubbers' brief moesten ook de positie van de Koninklijke Schelde Groep in Vlissingen, die een offerte aan Oman had uitgebracht voor de levering van patrouilleschepen, een steuntje in de rug geven.

Andriessen kreeg woensdag een Engelse vertaling van de in het Arabisch gestelde brief van de Omaanse monarch, die volgens zijn ministerie “niet vermeldt dat Nederland de order krijgt, maar wel voldoende is om de indruk te wekken dat De Schelde in de race is”. Vooralsnog gaat het niet om een omvangrijke order: twee patrouilleboten met een gezamenlijke waarde van 60 miljoen dollar (114 miljoen gulden). De bewapening, die uit het buitenland moet komen, maakt 20 procent van de prijs uit. Ook Hollandse Signaal in Hengelo, dochterondernemening van het Franse Thomson, kan een bescheiden graantje meepikken door radarapparatuur te leveren.

Maar Andriessen en De Schelde achten die twee boten toch heel belangrijk, want ze kunnen als voortrekkers voor meer leveranties fungeren. Als er eenmaal Nederlandse patrouilleboten in de Golf van Oman en de Arabische Zee varen, is de kans groter dat er meer worden besteld. Oman wil de komende jaren een vloot van acht patrouilleboten voor zijn kustwacht opbouwen, en ook andere Golfstaten als de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Iran hebben er behoefte aan. Het gaat om schepen met een lengte van 50 meter en een lichte bewapening (een kanon en enkele mitrailleurs) die binnen de 200 mijlszone langs de 1.700 kilometer Omaanse kust de visserij moeten controleren en vreemde indringers kunnen verjagen.

“Dit zou een heel interessante aanvulling zijn op onze orderportefeuille voor de grotere marineschepen”, zegt directiesecretaris T.L. van de Poel van De Schelde. Zekerheid bieden de Omanieten in dit stadium nog niet, weet hij, want er liggen twee belangrijke concurrenten op de loer: de Britse werf Swan Hunter die nagenoeg failliet is, en de Franse scheepsbouwer CNM.

Voor De Schelde en de Nederlandse ambassade in Muscat vormde de brief van Sultan Qaboos een verrassing. “We weten wel dat de beslissing van de Omanieten zeer nabij is”, aldus Van de Poel, “en dat de strijd nu in volle gang is”.

Bij het binnenhalen van orders in de Golfregio zijn contacten op het hoogste niveau onontbeerlijk. Volgens de tweede ambassadesecretaris, B. Grevers, in Muscat had ambassadeur Sanders vorige maand nog aan Den Haag gerapporteerd dat De Schelde de order wel kon vergeten omdat de Omaanse regering op het punt stond deze aan Frankrijk te gunnen. Maar de Britse premier Major heeft sindsdien met succes bij sultan Qaboos aangedrongen op uitstel van de beslissing. Achtergrond daarvan is dat de Britse werf Swan Hunter met deze order door een overneming van de ondergang kan worden gered.

“Het gaat vaak om een puur politieke beslissing”, zegt ambassadesecretaris Grevers. “Ik denk dat door deze brief aan Lubbers zowel De Schelde als de Franse en Britse werven weer een kans hebben.” Van de Poel van De Schelde bevestigt dat beeld: “Wij hebben meer offertes uitstaan. Je moet er een heleboel indienen en dan maar toelichten en afwachten. Je positie kan gedurende de rit sterk veranderen, het is een kwestie van schuivende panelen.”

Twee jaar geleden verspeelde De Schelde op het nippertje een veel grotere Omaanse order voor vier marinekorvetten van 250 miljoen gulden per stuk. Dat kwam omdat Frankrijk en Groot-Brittannië op het hoogste niveau druk op de sultan uitoefenden. President Mitterrand was persoonlijk in Muscat op bezoek gegaan, maar Engeland had met zijn historische banden met Oman toch een streepje voor bij Qaboos. Prins Philip kwam langs in het met bladgoud versierde paleis Al Alam, gevolgd door premier Major die de sultan een package deal aanbood voor de levering van korvetten, vliegtuigen en lichte tanks, en dat bleek uiteindelijk het voordeligst.

In Den Haag waren nog pogingen aangewend om de positie van De Schelde met een hoog bezoek te steunen, maar dat mislukte. Premier Lubbers wilde op een reis naar Singapore Muscat niet aandoen en de toenmalige minister Van den Broek had het te druk. De laatste kans, een bezoek van kroonprins Willem Alexander, kon op het nippertje niet doorgaan omdat de Golfoorlog net was uitgebroken, en dat werd in regeringskringen net iets te gevaarlijk gevonden.