Vakcentrales willen extra belasting van rijke bedrijven

DEN HAAG, 23 JULI. De vakcentrales FNV en CNV vinden dat winstgevende bedrijven extra vennootschapsbelasting moeten gaan betalen, waarvan de opbrengst aan werkgelegenheidsmaatregelen moet worden besteed. De bedrijven kunnen zo'n heffing ontlopen als ze zelf maatregelen treffen die het aantal banen vergroten.

FNV-bestuurder L.J. de Waal heeft deze suggestie gisteren gedaan in het NCW-magazine De Werkgever. De werkgeversorganisaties VNO en NCW nemen het voorstel van De Waal, die CAO-coördinator van de FNV is, niet serieus, zo blijkt uit hun reacties vandaag. Het VNO noemt het voorstel “economisch en sociaal-politiek slecht doordacht”. De werkgeversorganisatie wijst erop dat verhoging van de lastendruk werkgelegenheid juist afbreekt. Als bedrijven op het gebied van werkgelegenheid tot een extra inspanning in staat zijn, is de FNV “geloofwaardiger” als zij dit in het CAO-overleg zelf aan de orde stelt dan door “de wetgever te hulp te roepen”.

“Zo'n voorstel gaat uit van de veronderstelling dat banen ergens op een plank liggen”, zei een woordvoerder van het NCW vanochtend laconiek. “Dat is helaas niet zo. Laten we nu zorgen dat bedrijven die winst maken, die winst ook houden.”

De vakcentrale CNV reageerde positief op de suggestie van haar zusterorganisatie. K. van der Knaap, CAO-coördinator van het CNV: “Als het gaat om de werkgelegenheid, heeft ieder zijn portie bij te dragen. Dus als winstgevende bedrijven zelf niet meer arbeidsplaatsen kunnen scheppen, vind ik het een goed idee om een deel van de loonruimte in een fonds voor werkgelegenheid te stoppen.”

De Waal plaatst zijn voorstel in het licht van de CAO-onderhandelingen voor 1994, waarbij volgens het kabinet de nullijn, eventueel via een loonmaatregel af te dwingen, de regel moet zijn. Zo'n loonmaatregel wordt zowel door werkgevers- als werknemersorganisaties afgewezen. NCW-directeur J. Weitenberg gebruikt in De Werkgever termen als “paniekvoetbal”, “een paardemiddel” en “botte bijl” om van zijn afkeer van een loonmaatregel te getuigen.

Maar centrale afspraken tussen werkgevers en werknemers waarin één percentage voor loonsverbeteringen wordt overeengekomen, zijn volgens de FNV ook niet reëel. De Waal denkt aan een bandbreedte van nul tot twee procent, “net genoeg om de prijsstijgingen te compenseren”. Bedrijven die er goed voorstaan en meer dan twee procent zouden kunnen betalen, moeten volgens De Waal iets extra voor de werkgelegenheid doen. Dat kan wat hem betreft “door een zeer klemmende aanbeveling te doen, maar als je dat niet voldoende vertrouwt, kan de overheid op dit punt regelend optreden”. Een "geoormerkte' heffing op de vennootschapsbelasting is volgens de FNV-bestuurder dan een mogelijkheid.