Tracé Betuwelijn lag al in maart '92 vast

ROTTERDAM, 23 JULI. Het definitieve tracé van de Betuwespoorlijn lag in het voorjaar van 1992 al voor 99 procent vast. Het kabinet moest toen nog een voorkeur bepalen en de wettelijk voorgeschreven inspraakronde voor de bevolking en andere betrokkenen zou pas een half jaar later beginnen, maar de vorig jaar opgerichte GEO-groep BV, een volle dochter van de Grontmij in De Bilt, wist al precies waar de spoorlijn zou komen.

Dit blijkt uit de activiteiten die het bureau tussen maart en augustus 1992 heeft ontwikkeld. Uitgangspunt daarbij was het tracé waar het kabinet in april van dat jaar het meest in bleek te zien, en dat vervolgens op 14 mei van dit jaar met slechts geringe wijzigingen tot definitieve baan is verheven.

In opdracht van de Nederlandse Spoorwegen werkt het advies- en ingenieursbureau Grontmij BV met collega's van het technisch bureau De Weger al enkele jaren aan de voorbereiding van de nieuwe goederenlijn. Hoewel dit miljardenproject (verplicht) op Europees niveau zal worden aanbesteed, gaan de ingenieurs van Grontmij en De Weger ervan uit een belangrijke taak te krijgen bij de uitvoering van het plan, zoals het ontwerpen en berekenen van de lijn zelf en de bijbehorende bruggen, viaducten en overkappingen. Met het oog op de vele en omvangrijke werkzaamheden heeft de Grontmij voor al het meetwerk in 1992 een nieuwe besloten vennootschap opgericht, de GEO-groep.

Terwijl de feitelijke inschrijving nog moet gebeuren werd het bureau, waarvan de medewerkers zich "landmeters' noemen, eind april vorig jaar al ingezet voor een speciaal karwei dat als voorbereiding dient voor het uitkopen en schadeloos stellen van iedereen die grond heeft waar rails zullen komen. Het stap voor stap nagaan van deze werkzaamheden maakt duidelijk dat er sinds begin vorig jaar maar één Betuwelijn heeft bestaan.

Pag.3: GEO-groep vroeg gegevens 1.500 percelen

Omstreeks maart vorig jaar maken de GEO-medewerkers bij de kadasters in Rotterdam en Arnhem, die voor de provincies Zuid-Holland (zuid) en Gelderland alle grondtransacties en wijzigingen in de perceelgrootte bijhouden, een selectie uit de kadastrale kaarten. Hiervan worden vervolgens transparante kopieën à 273 gulden per stuk besteld. Enige tijd later ontvangen de medewerkers van de kadasters een lijst waarop alfabetisch gerangschikt naar gemeente iets minder dan 1.500 percelen staan vermeld met de bijbehorende kadastrale nummers. De GEO-groep verlangt zo snel mogelijk een overzicht van de "rechthebbenden', de eigenaars van al die percelen. En omdat het zo'n omvangrijke opdracht is, bedingt men alvast veertig procent korting. Dat blijkt teveel gevraagd, maar voor acht in plaats van de gebruikelijke tien gulden per perceel zoeken de grondboekhouders de eigenaars er bij. Dat zijn er ruim duizend.

In dezelfde periode geven de projectleiders van de Nederlandse Spoorwegen in schouwburgen en cafézalen de bevolking tekst en uitleg over de verschillende variaties die in het tracé mogelijk zijn. De achttien hoorzittingen van het Overlegorgaan Verkeersinfrastructuur, onder voorzitterschap van de Tilburgse burgemeester G. Brokx, moeten dan nog worden gehouden. Dat gebeurt in de maanden augustus, september en oktober 1992. Het overzicht met alle personen die grond bezitten in het Betuwe-tracé wordt al in juli naar de GEO-groep gestuurd. Korte tijd later komt die in iets andere uitvoering retour: alle eigenaren staan op achternaam gerangschikt en deze keer wenst men de koopprijzen en de hypothecaire gegevens. Belangrijke informatie wanneer het op onteigening aankomt en de schade moet worden bepaald: is het alleen de eigenaar of speelt de bank ook nog een rol?

Het betreft hier allemaal openbare gegevens. Men moet alleen precies weten om welk stukje grond het gaat. Het werk van de GEO-groep blijkt niet voor niets: de geselecteerde grote en kleinere terreinen vormen samen voor het grootste deel het op 14 mei 1993 door het kabinet als definitief bestempelde tracé voor de Betuwelijn. Vorig jaar had de GEO-groep geen enkele belangstelling voor eigenaren in en om de als alternatief bestempelde tracé-gedeeltes, zoals bij Leerdam. W.J.Copier, projectleider Betuwelijn van de NS, bevestigt dat de werkzaamheden in opdracht van de Spoorwegen zijn verricht: “We moeten de eigenaren kennen om bijvoorbeeld grondmechanisch onderzoek te doen. De selectie is gebaseerd op het voorkeurstracé, je moet ergens beginnen.” Volgens hem maken de (enkele) wijzigingen in de definitieve baan weer een aanvulling op de inventarisatie nodig.

Van Zevenaar tot Barendrecht hebben politici en actiegroepen al langer het idee dat ze “voor de gek gehouden zijn”, zoals bestuurslid F. Kleipol van het Landelijk Overleg Betuweroute aangeeft. “We hebben van onze bezwaren na de inspraakronde eigenlijk niks teruggezien”, meent hij. Zijn mede-bestuurslid C. Fenijn herinnert zich uit augustus en september vorig jaar enkele informele gesprekken met projectleiders van de Nederlandse Spoorwegen. “Na afloop van zo'n informatieavond vertellen ze je dan dat ze in feite maar aan een tracé werken, namelijk variant H.” Beiden verwachten overigens dat de Tweede Kamer geen besluit meer zal willen nemen over de omstreden lijn, waardoor de kwestie onderwerp voor de verkiezingen zal worden.

Burgemeester P. Yssels van Gorkum is het opgevallen dat alle studies naar de lijn “steeds weer uitmondden in een aanbeveling voor dat ene tracé”. Door NS-medewerkers en ambtenaren wordt hij wegens zijn "leidende' wijze van actie voeren tegen de lijn de "roverhoofdman' genoemd. Vooral de projectleiders van de Spoorwegen hebben het in zijn stad zwaar te verduren gehad: “Hun houding is arrogant, ze hebben alleen een public-relationsverhaal verteld en alle elementaire regels voor eerlijke voorlichting met voeten getreden.” Volgens Yssels hebben de projectleiders en de minister zelf in belangrijke mate bewerkstelligd dat de “gezagsgetrouwe bevolking met de hakken in het zand is gaan staan”. Yssels grote onvrede is dat particulieren en bestuurders nergens terechtkunnen met hun bezwaren tegen de drukke goederenlijn: “Er is helemaal geen verschil, vanaf het begin al niet, tussen de Spoorwegen en het ministerie. Een volstrekte identificatie. Dat lijkt mij een nogal gevaarlijke zaak. Het gevolg is dat wij nergens gehoor vinden voor onze kritiek en bezwaren. Zelfs naar doorwrochte technische uiteenzettingen wordt helemaal niet geluisterd.”

Hij heeft het enkele malen geprobeerd, maar contact krijgen met minister Maij-Weggen is hem niet gelukt. Yssels wil een tunnel voor de Betuwelijn en anders niks. “Het valt me op dat de eerste tegenwerpingen van financiële aard waren. Spoorwegen en ministerie riepen om het hardst dat een tunnel tientallen malen duurder zou worden dan een bovengrondse lijn. We hebben dat laten onderzoeken en het blijkt onjuist. De laatste tijd zijn de bezwaren plotseling van technische aard. Maar verder dan "het kan niet' is men nog niet gekomen. De minister straalt uit dat ze het niet wil, daarom gebeurt het ook niet. Als zij haar houding verandert, komen er consortiums van bedrijven die het karwei aan zullen durven, daarvan ben ik overtuigd.”

Yssels hoopt dat de Tweede Kamer alle energie zal aanwenden om de vele aspecten van tunnelbouw aan het licht te brengen. Daarna kan dan alsnog worden besloten om het niet te doen “maar dan weten we tenminste waar we over praten”. Het debat staat nog voor op zijn vroegst november op de agenda van de Tweede Kamer. Als dat doorgaat zou er begin volgend jaar een definitief besluit kunnen vallen, waarna "de commissie van verwervers' op pad kan voor de onderhandelingen over grondaankopen.

In Gorkum zal geen wettelijke mogelijkheid onbenut worden gelaten om de aanleg van de spoorlijn tegen te gaan dan wel op te houden. “We kunnen proberen als gemeente zoveel mogelijk grond in handen te krijgen. Vertragen kan ook door melkquota uit te geven over een aantal percelen. Ruilverkavelingen uitstellen is wellicht een middel. Verder gaan we de krachten van particulier en bedrijfsleven samenvoegen”, aldus Yssels. De provinciale en lokale overheden bereiden allerlei vormen van lijdelijk en actief verzet voor. Een tamelijk onschuldig begin is onlangs aan het ministerie van verkeer en waterstaat kenbaar gemaakt. Het heeft iets van een wraakneming: onder aanvoering van het provinciaal bestuur van Gelderland hebben de gemeentebesturen per brief laten weten dat in geen enkel gemeentehuis de voorlichtingsfilm van het ministerie van verkeer en waterstaat over de spoorlijn zal worden getoond, ondanks een dringend verzoek. Evenmin zal ander voorlichtingsmateriaal van NS of ministerie onder de bevolking worden verspreid. De Gelderse gedeputeerde J. de Bondt, voorzitter van het Gebundeld Bestuurlijk Overleg, geeft als reden op: “de wijze waarop het kabinet rekening heeft gehouden met de resultaten van de inspraak”.