Russische Jehova's Getuigen laten zich niet intimideren

MOSKOU, 23 JULI. Een week nadat het Russische parlement de activiteiten van buitenlandse religieuze organisaties verbood, hebben gisteren 30.000 Jehova's Getuigen uit alle delen van de wereld hun jaarlijkse congres geopend in Moskou. En zij leken allerminst uit het veld geslagen door het parlementaire decreet. “We gaan door met onze missie, desnoods zonder onze buitenlandse broeders”, zei de 24-jarige Sergej Tsjerepanov, een Rus die vorig jaar als Jehova's Getuige is aangenomen.

De nieuwe wet verbiedt buitenlanders pogingen te ondernemen om Russen tot een geloof te bekeren. De maatregel volgt op klachten van de russisch-orthodoxe kerk over Westerse kerken en sekten, die trachten in Oost-Europa zieltjes te winnen. Cijfers over deze activiteiten zijn niet bekend. Zichtbaar in Moskou zijn de Hare Krishna's die door de straten dansen, de soldaten van het Leger des Heils die soep aan daklozen uitdelen en volgelingen van Amerikaanse evangelisten die evenementen in theaters aankondigen.

Voor Jehova's Getuigen is het zendingswerk dat de nieuwe wet verbiedt een essentieel onderdeel van het geloof. En de beweging is erin geslaagd het aantal 'broeders en zusters' in Rusland te doen toenemen van naar eigen schatting enkele duizenden onder het communisme tot 65.000 nu. “Het is niet moeilijk hier te bekeren”, zegt Matthew Kelly, een van de organisatoren van het Moskouse congres. “De mensen zijn sinds de perestrojka in de war en geestelijk hongerig. Ze hebben zo veel vragen en krijgen zo weinig antwoorden. De bijbel geeft alle antwoorden.”

De vierdaagse bijeenkomst in het Lokomotiv-stadion verloopt dan ook in een feestelijke stemming. Iedereen is op zijn paasbest gekleed, vrolijk gekleurde paraplu's zijn opgestoken tegen de zon. Op het voetbalveld staan de twee waterbassins al gereed waarin morgen weer duizend jonge Russen door onderdompeling als broeders zullen worden aangenomen.

Hoewel meer dan de helft van de aanwezigen bestaat uit Russen en de voertaal op het congres ook Russisch is, doet zich in de organisatie een Amerikaanse invloed voelen. De belangrijkste toespraken worden simultaan vertaald in veertien talen, speciale bussen rijden heen en weer naar negen hotels, iedereen krijgt een duidelijke plattegrond en de wc's zijn schoon. Bij de ingang kijken de agenten van de Moskouse verkeerspolitie verwonderd toe hoe de veiligheidsdienst van het congres iedere bezoeker een prettige dag toewenst.

De manifestatie in Moskou volgt op soortgelijke evenementen de afgelopen jaren in St. Petersburg, Tallinn, Warschau en Praag. Op de vraag of dit nu de laatste keer in Rusland is, wil oganisator Kelly niet ingaan. De wet op de buitenlandse religieuze organisaties moet immers nog door president Jeltsin worden ondertekend en er is al een campagne op gang gekomen om hem te overreden daarvan af te zien. Vijf Amerikaanse senatoren, onder wie de leider van de Republikeinen Bob Dole, hebben Jeltsin een protestbrief gestuurd. Protestantse organisaties hebben de russisch-orthodoxe kerk ervan beschuldigd te streven naar een “monopolie op de ideologie”. Hoewel een woordvoerder van Jeltsin heeft gezegd geen reden te zien de presidentiële handtekening aan de wet te onthouden, blijft Kelly hoop houden. “Het zijn uiteindelijk niet de politici die beslissen, maar God.”

Kelly verhult niet dat de organisatie zich toch wel zorgen maakt over de eventuele gevolgen van de nieuwe maatregel. Als de wet van kracht en nageleefd zou worden, kan buitenlandse Jehova's de toegang tot Rusland worden ontzegd.

Maar volgens de vorig jaar gedoopte Sergej Tsjerepanov maakt een eventuele ban op buitenlanders voor de groei van de beweging niet meer uit. “Het zal ons werk niet stoppen. We hebben in december en april bijeenkomsten georganiseerd zonder hulp van buitenlandse broeders, en die verliepen prima.” De Russische Jehova's hebben zich inmiddels bij het ministerie van justitie als Russische beweging laten registreren.

Tsjerepanov wijst ook op de geschiedenis van de beweging, die zich voorbereidt op de wederkomst van Christus. Die is in Rusland nooit gemakkelijk geweest. De oprichter van de organisatie, de Amerikaan Charles Russell, heeft aan het begin van deze eeuw nog in Rusland gewerkt, maar zijn werk werd teniet gedaan door de revolutie van 1917. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen Russen door contacten met Duitsers en Polen opnieuw in aanraking met het geloof, maar de net bekeerde Jehova's werden meteen door Stalin onderdrukt en naar Siberië verbannen. Vergeleken met dit lot vormt een wet van Roeslan Chasboelatovs parlementariërs geen bedreiging.

Sergej Tsjerepanov is een vriendelijke, blonde jongen. Hij is ook iemand die vastbesloten zijn geloof uitdraagt. Het was in 1989 in de trein dat hijzelf voor het eerst met een Jehova's Getuige in contact kwam. “Ik had altijd al de bijbel willen lezen en nu kreeg ik er ineens een.” Belangrijker was dat hij voor het eerst alles kon vragen over de bijbel en over het leven zelf en dat hij op al zijn vragen nog antwoord kreeg ook. “Dat was geheel nieuw. Als je een orthodoxe priester iets vraagt, verwijst die je naar oude boeken.” Koud en vol van traditie, zo ervaart Sergej Tsjerepanov de russisch-orthodoxe kerk. “En iedereen weet dat de priesters hypocriet zijn: ze drinken, roken en sommigen zijn homoseksueel.”

Sergej begon deel te nemen aan een bijbelstudiegroep. Enkele maanden daarna vonden de ouderen in de groep dat hij rijp was voor "velddienst': van deur tot deur gaan om het geloof te verkondigen en colporteren met Storozjevaja Basjnja, De Wachttoren. In maart 1992 werd hij gedoopt. Hij heeft zijn baan als bewaker in een winkel opgegeven en is nu "pionier', een Jehova's Getuige die meer dan negentig uur per maand aan de velddienst besteedt.

Verschillende van zijn vrienden nemen inmiddels ook deel aan bijbelstudiegroepen. Een van hen is al zover dat hij morgen in een van de twee waterbassins in het Lokomotiv-stadion zal worden gedoopt. “U bent van harte welkom om te komen kijken”, zegt Sergej uitnodigend. En hij is niet de enige.