Royaliteitsgen

Na het homogen en het criminaliteitsgen is nu ook het bestaan van het royaliteitsgen aangetoond.

Onderzoekers, verbonden aan het McKinsey Institute in Queensland, hebben het gen royal ontdekt in het chromosomengebied AA-001. Het onderzoek is herhaald op de universiteit van Princeton en ook daar heeft men in het bewuste gebied het royaliteitsgen aangetroffen. Legt men het genetisch materiaal van blauw bloed onder een elektronenmicroscoop, dan is heel duidelijk een klein kroontje zichtbaar.

Nu wetenschappelijk is aangetoond dat het koningschap erfelijk is, komt vanzelf de vraag op naar de constitutionele consequenties. Om te beginnen zal voortaan elk pleidooi voor een republiek zinloos zijn. Men wordt als koning geboren, zoals een leeuw als leeuw geboren wordt. Een leeuw kan niet anders. Hij kan zijn leeuwschap, zelfs als hij zou willen, niet naast zich neerleggen. Een legitimatie van het koningschap door een verwijzing naar een God of naar een Volk, is een overbodigheid geworden. Het is nutteloos te legitimeren wat door de natuur zo is bepaald.

Er zit aan deze zaak echter ook een tragische kant. Het royaliteitsgen ontneemt de monarch automatisch de vrije wil. Een normaal mens, iemand dus bij wie dit gen ontbreekt, is vrij om zijn leven in te richten zoals hij of zij dat wil. Een normaal mens kan een beroep kiezen, zijn interesses volgen en zijn of haar eigen partner uitzoeken. Het komt er in deze onrechtvaardige wereld niet altijd van, maar in principe is het mogelijk. Voor iemand die is opgezadeld met het royaliteitsgen is zelfs het vooruitzicht op zo'n keuze niet weggelegd.

Hoe vreselijk dat allemaal is kunt u lezen in een boek van A.N. Wilson over de Britse monarchie: The rise and fall of the House of Windsor. In de Engelse bladen is het nogal vijandig besproken, maar ik heb de Nederlandse vertaling in één ruk uitgelezen. Wilson beschrijft een wereld van ongehoorde rijkdom, van paleizen en buitenverblijven, van golf en paardenpolo, van sprookjeshuwelijken en feestbanketten, maar naarmate het boek vordert, maakt zich niettemin van de lezer een gevoel van diep medelijden meester. Dit is zo zielig.

Van zijn (of haar, enz.) geboorte is de monarch omringd door vleiers en hielelikkers. Tot een werkelijk gesprek met zijn omgeving komt het vrijwel nooit. Hij wordt met ontzag behandeld, maar achter zijn rug neemt niemand hem serieus. Bij hem thuis op het paleis hangen schilderijen van roemruchte veldslagen die zijn familie in het verleden heeft gevoerd, maar zelf heeft hij geen macht en kan hij niets eigenhandig beslissen. Hij is steenrijk, maar van de waarde van geld begrijpt hij niets, omdat alles voor hem wordt betaald.

Hij is vrijwel nooit alleen. Alles wat het leven spannend en interessant maakt, moet hij in het geniep doen. Er wordt van hem verwacht dat hij in de eerste plaats neukt om kinderen te verwekken. Wanneer hij zijn matresse telefonisch smerige praatjes influistert, wordt hij door zendamateurs afgeluisterd. Als hij studeert, wordt zijn scriptie angstvallig geheimgehouden zodat hij dus ook niets heeft om trots op te zijn. In het openbaar mag hij niets zeggen dat ook maar van enig belang is, en als hij dat wel mag, is het door anderen voor hem opgeschreven. Wel wordt hij bij elke ramp opgetrommeld om zieken en gewonden te bezoeken, terwijl hij de geur van het ziekenhuis haat. Is hij ongelukkig, dan wordt hij geacht zijn lot als een vanzelfsprekendheid te dragen. Gewoon ziek zijn kan hij evenmin, want dan zegt men dat hij ziek is omdat hij eigenlijk niets te doen heeft.

Zijn koningschap, zegt men, ligt verankerd in de liefde van zijn volk, maar zelf zou hij geen dag tussen het volk kunnen verkeren. Tot op hoge leeftijd moet hij doen wat zijn moeder zegt. En als hij daarover wordt uitgelachen, als hij werkelijk voor iedereen de risee is geworden, mag hij zich daartegen niet verdedigen.

Zo bezien heeft de natuur de monarch verdoemd tot een beklagenswaardige figuur. Het is daarom van het grootste belang dat het genetisch onderzoek wordt voortgezet. De enige hoop voor de monarch ligt in gen-therapie en gen-reparatie.