Pronk in Sarajevo

MINISTER PRONK in kogelvrij vest en gehelmd in de straten van Sarajevo.

Het beeld was wat onwerkelijk maar niet onverwacht. Omgeven door hoge militairen van de VN en door vertegenwoordigers van de vaderlandse media manifesteert de minister van ontwikkelingssamenwerking zich in het vroegere Joegoslavië, en doet er politieke uitspraken die volgende week weer een rol spelen in een spoeddebat over Bosnië in de Kamer. De vraag is welk mandaat Pronk heeft bij zijn bezoek. Nederland geeft humanitaire steun aan de bevolking van Sarajevo, Pronk betaalt mee uit zijn budget. “Ik leef pas echt mee als ik het zelf kan voelen, meemaken”, zei hij gisteren. Als minister zonder portefeuille mag hij dus zeker “meeleven, voelen en meemaken”.

Zijn collega-ministers, Kooijmans (buitenlandse zaken) en Ter Beek (defensie), die het beleid bepalen zijn met vakantie. Pronk treedt in het zomerreces in Den Haag op als interim-minister. Een soort stadhouder die de lopende zaken gaande houdt, kortom: handtekeningen zet voor andere ministers. Maar mag een interim-minister zelf beleid maken voor de collega's die rusten in de zon? Uitspraken over de inzet van F-16's of over de vraag of Nederland samen met andere EG-lidstaten meer had moeten "dreigen' raken de verantwoordelijkheid van Kooijmans en Ter Beek.

Ook gaf Pronk vanuit Sarajevo aan dat het beleid van de EG totaal had gefaald. Die opmerking valt inhoudelijk te verdedigen, maar opnieuw werpt zich de vraag op in welke hoedanigheid Pronk sprak. Als zomerminister namens de Nederlandse regering, of als minister van ontwikkelingssamenwerking die praat over humanitaire hulp? Tegelijk met Pronk bezoekt de Belgische minister van buitenlandse zaken, Willy Claes, de republieken van het voormalige Joegoslavië. Hij heeft in ieder geval wel een mandaat, België is EG-voorzitter. Claes spreekt dus namens de Twaalf.

Pronk heeft zijn bezoek aan Sarajevo onder vuur afgelegd en is persoonlijke risico's niet uit de weg gegaan. Dat hij zich onder die omstandigheden toch ter plaatse op de hoogte heeft willen stellen, verdient waardering. Maar als zijn commentaren meer waren dan een weergave van zijn, begrijpelijke, persoonlijke frustratie, is er reden om het Kamerdebat te voeren met alle voor het Bosnië-beleid verantwoordelijke kabinetsleden. Immers, dan moet de conclusie zijn dat de regering achteraf van haar aandeel in de gemeenschappelijke besluitvorming afstand heeft genomen.