Ook generaals zijn slachtoffer; De geengageerde fotografie van Koen Wessing

Ook als de geëngageerde fotograaf Koen Wessing onbevangen door zijn lens kijkt, levert dit geen opgewekte taferelen op. “De anonieme figuren die door hem uit de massa naar voren worden gehaald, lijken stuk voor stuk maar één doel voor ogen te hebben: overleven.”

Koen Wessing, deel 2 in de serie monografieën van Nederlandse fotografen. Tekst: Pauline Terreehorst, Tineke de Ruiter (met bibliografie). Vormgeving: Fred Struving. Fragment Uitgeverij Amsterdam. Prijs: ƒ 85,-

De lucht is niet vaak te zien op de foto's van Koen Wessing. Hij richt zijn camera met groothoeklens altijd op mensen dicht in zijn buurt, dus op een punt vèr onder de horizon. Daarom vertonen zijn foto's altijd veel grond en aan die grond valt heel wat te beleven. Allerhande afval, papieren, blikjes, peuken en andere vaak ondefinieerbare rommel verlenen de gronden van Wessing het getourmenteerde uiterlijk dat ook de meeste van zijn geportretteerde personages bezitten. De haarscherp afgebeelde tegels, straatstenen en stoepranden zijn altijd min of meer beschadigd. Soms zijn de materialen van het wegdek totaal door elkaar gesmeten omdat er is gevochten en er granaten zijn ontploft, zoals in 1978 in Nicaragua. Het plaveisel in de steden Amsterdam, Brussel, Dublin, Santiago de Chile, de uitgehakte bergpaden in Peru, de aangestampte modder in Yangzhou, de magere kiezelveldjes in El Salvador zijn de veelzeggende, letterlijke achtergronden waarop de menselijke drama's op de foto's van Wessing zich voltrekken. En is er een enkele keer lucht te zien, dan is deze zwaar bewolkt.

"Koen Wessing' is het tweede deel in de serie monografieën van Nederlandse fotografen die is opgezet door het Prins Bernhard Fonds. Zoals het eerste deel van de monografieënserie, met wazige jonge-vrouwenfoto's van Sanne Sannes, klassiek is voor de poëtische erotiek van de jaren zestig, zo laat het album van Koen Wessing een indrukwekkende reeks klassieke beelden zien van de links geëngageerde documentaire fotografie uit de jaren zeventig en tachtig.

Ware betrokkenheid bij het onrecht in de wereld betekent respect voor de medemens en de eerste les van de geëngageerde fotografie is dan ook dat in zwartwit wordt gewerkt.

Voorwaarde voor dit strijdbare genre van de fotografie is dat de fotograaf zich met een onderdrukte partij, met een verwaarloosde groep mensen moet kunnen vereenzelvigen. In een van de korte teksten (van Pauline Terreehorst en Tineke de Ruiter) die aan de fotoverzameling vooraf gaan, zegt Wessing: “Ik hou niet van de religieuze staat Israel, maar ik wil ook niet dat ze de zee in gedreven worden. Ze zijn niet aardig tegen de Palestijnen, maar de Palestijnen zijn dat ook niet tegen hen. Waar sta ik dan? Dat kan ik niet fotograferen.”

Uit zijn foto's blijkt glashelder aan welke kant Wessing stond toen in Chili president Allende ten val was gebracht (1973), toen in Nicaragua het plaatsje Esteli door het regeringsleger van president Somoza werd gebombardeerd (1978), en toen in El Salvador de menigte werd beschoten bij de begrafenis van aartsbisschop Romero (1980). Harde beelden van opgejaagde vluchtelingen, van doden en gewonden tonen de angst, de woede en het verdriet van de machteloze burgers.

In 1986 maakt Wessing met vrouw en pasgeboren dochter een reis door China om na de jarenlange foto-documentaire ervaring in gewelddadig Zuid-Amerika "weer eens onbevangen te kijken, zoals mijn dochtertje'. Ook in dit werelddeel vindt hij zijn onderwerpen op straat of in de bergen. Maar behalve een paar vrolijke kinderen levert het onbevangen kijken hier evenmin opgewekte taferelen op. De anonieme figuren die door hem in Hongkong, China en Tibet uit de massa naar voren worden gehaald, lijken stuk voor stuk maar één doel voor ogen te hebben: overleven.

Waarschijnlijk is het geheim van de geëngageerde fotografie, het geheim van de fotografie van Koen Wessing, dat de slachtoffer-gedaante die in de meeste mensen verborgen zit op de foto's feilloos zichtbaar wordt. In 1988 fotografeerde Wessing in Santiago de Chile drie generaals die met een paar familieleden, opgesteld op een podium, de verkiezingen volgen. Het is de enige foto in het album die glamour uitstraalt. De zes personages zien er verzorgd en onkreukbaar uit, om door een ringetje te halen. De kapsels van de mannen en de vrouwen hebben Hollywood-allure en de poses die de welgedane personages hebben aangenomen, lijken behoedzaam geregisseerd. Een foto die niet in dit album thuishoort, was mijn eerste reactie. Maar toen ik er wat langer naar keek, zag ik de slachtoffer-gedaante in elk van deze machtige mannen en vrouwen langzaam tevoorschijn komen, als het fotobeeld in een ontwikkelbad.

Het geheim van de geëngageerde fotografie is tevens oorzaak van een snelle vermoeidheid bij de kijker. Op den duur gaan alle slachtoffers op elkaar lijken en dat is niet goed om de aandacht vast te houden, maar wel "de boodschap' van de fotograaf die zich bij alle onrecht en verdriet in de wereld betrokken voelt. Het zou me niet verbazen als Koen Wessing weleens een mens heeft gefotografeerd bij wie de slachtoffer-gedaante niet of nauwelijks aanwezig was, en thuisgekomen tot de ontdekking kwam dat er niets op zijn filmpje stond.