Maij wil naast PTT tweede aanbieder telecomdiensten

DEN HAAG, 23 JULI. Er moet een tweede landelijke aanbieder van infrastructuur en diensten op het gebied van telecommunicatie komen. Hiertoe zouden de NS, de kabelexploitanten en de energiebedrijven hun krachten kunnen bundelen.

Dat bepleit minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) in de "Hoofdlijnennotitie herziening Wet op de telecommunicatievoorzieningen' die zij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ze schrijft dat de huidige wetgeving over telecommunicatie niet meer up to date is. Zowel de dienstverlening als de infrastructuur is in handen van één concessiehouder: de PTT. Volgens de EG moet telecommunicatie echter worden vrijgemaakt voor concurrentie.

Maij-Weggen stelt nu voor dit gefaseerd te doen. Vanaf 1995 zullen de NS, de kabelexploitanten en de energiebedrijven met de PTT mogen concurreren op het gebied van computerverbindingen en andere vormen van besloten communicatie. Gezamenlijk beschikken zij over een grote hoeveelheid kabels. Vanaf 1998 zal de PTT ook concurrentie op het gebied van telefonie mogen worden aangedaan. In dat jaar zal naar verwachting de EG het monopolie op nationale PTT's opheffen.

De minister wil dat de NS, de kabelexploitanten en de energiebedrijven een landelijk geldende vergunning aanvragen en in het aanbieden van telecommunicatie gaan samenwerken. Versnippering moet volgens haar worden voorkomen. Pas als het samenwerkingsverband duidelijk weet te maken dat het in staat is een landelijk dekkend net te verzorgen, zal de vergunning worden verleend.

Eerder uitte het organisatie- en adviesbureau McKinsey kritiek op de manier waarop de PTT zijn infrastructuur aan het bedrijfsleven aanbiedt. Veel bedrijven willen meer kabels dan de PTT kan aanbieden. De “slagkracht van het Nederlandse bedrijfsleven” zou hieronder te lijden hebben.

In de hoofdlijnennotitie wordt niet gerept over eventuele buitenlandse aanbieders van infrastructuur. Het ministerie van verkeer en waterstaat voelt vooralsnog weinig voor buitenlandse concurrentie. Adjunct-directeur J. Davids van de vereniging van kabelexploitanten (Vecai) acht het echter niet uitgesloten dat deze buitenlandse aanbieders er toch komen. “Wij zullen het voortouw voor een samenwerkingsverband nemen, maar het zou heel goed kunnen dat in dat verband ook een buitenlandse aanbieder geld en know how inbrengt.” Ook is het volgens Davids denkbaar dat een buitenlandse kabelexploitant een Nederlands net opkoopt en vervolgens aan het samenwerkingsverband deelneemt. De Vecai zegt “verbaasd” te zijn over de bescherming die de PTT in de hoofdlijnennotitie geboden krijgt.