Kritiek op VN tijdens bezoek Pronk Sarajevo; Minister bezoekt ziekenhuis

SARAJEVO, 23 JULI. “Dat is nog nooit voorgekomen in de medische geschiedenis, dat een ziekenhuis functioneerde zonder stromend water”, zegt neurochirurg Nain Kadic, directeur van het Kosevo-ziekenhuis in Sarajevo. Er is trouwens wel meer niet aanwezig in het uitgebreide complex van gebouwen, waarvan de ruiten trillen van een op luttele honderden meters afstand in gang gezette artillerieduel tussen verdedigers en belegeraars van de stad. Geen gaasverband bijvoorbeeld, en te weinig stroom om alle operatiekamers en intensive care-units naar behoren te laten functioneren, hartbewakings- en beademingsapparatuur incluis.

Drieduizend patiënten heeft Kadic onder zijn hoede, op nog geen zeshonderd meter van de frontlijn. Het ziekenhuiscomplex zelf is, zegt de directeur, in zestien maanden oorlog 109 maal direct onder vuur genomen. Vanmiddag mag Kadic de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking Pronk vertellen wat hij het meest nodig heeft.

Gezeten in de geriefelijke directiekamer van Kosevo, zandzakken voor het raam en stroom uit de generator die met mondjesmaat door de VN-vredesmacht uit eigen voorraad uitgespaarde diesel wordt gevoed, kan Kanic niet nalaten even een politiek puntje aan te roeren: “Het is mij soms vreemd te moede als ik naar UNPROFOR kijk”, zegt hij, doelend op het uitblijven van internationale militaire interventie. “Ze lijken hulpeloos, willen wel helpen maar kunnen niet.” Even later maakt Kanic met verontwaardiging gewag van het feit, dat UNPROFOR over de aanvoer van diesel voor de bevolking van de stad moet "onderhandelen'.

Volgens de Nederlandse minister is Kanic' beschrijving van het werk van de VN-vredesmacht "moordend', waarop de directeur een beetje lacherig zijn woorden terugneemt. Natuurlijk doen de VN-soldaten hun best, geeft hij toe. Het wensenlijstje van de directeur komt, behalve op gaasverband en diesel, vooral neer op water en elektriciteit en een aantal strategieën om deze te verkrijgen. Er is sprake van het graven van een waterput op het terrein en van een zeer ingewikkeld ogend, maar tegelijkertijd niet zeer concreet plan om na herstel van de gastoevoer daarmee elektriciteit op te wekken.

Voor diesel kan Pronk, die zich voor de praktische uitwerking van eventuele plannen verlaat op de mede door zijn ministerie gefinancierde delegatie van het Nederlandse "Artsen zonder grenzen', niet zorgen. "Artsen zonder grenzen' - dat een belangrijke rol speelt bij de voorziening van het ziekenhuis met medicijnen en dergelijke - legt uit dat het tekort aan gaasverband deels verband houdt met transportproblemen. “De luchtbrug van de UNHCR (organisatie van de Verenigde Naties, red.) is grotendeels op voedsel ingericht.”

Daarna volgt de rondleiding door het ziekenhuis. In de opname van traumatologie ligt een geüniformeerde man met bloeddoorlopen ogen, de modder nog aan zijn laarzen. Hij kijkt uitdrukkingsloos naar de Nederlandse minister. Op intensive care is een verpleegster bezig knedend weer leven te brengen in het doodsbleke been van een zwaargewonde man. De patiënt haalt over haar inspanningen zijn schouders op, lijkt er niet meer in te geloven. Over alle gangen lopen familieleden van de zieken, bezorgd, maar zonder goede gaven want buiten het ziekenhuis is er nog minder voedsel dan daarbinnen.

Bij de receptie van het hoofdgebouw werkt de cafetaria nog, met koffie, limonade en sterke dranken. Bij de administratie gebruikt een jongeman de kostbare stroom voor een computerspelletje. Het is één uur: het schieten van de dag heeft één dode en 26 gewonden het ziekenhuis binnengebracht. Het suizen en ploffen in de omgeving doet vermoeden dat er ook vandaag weer een aantal zal volgen.