Kabinet ziet worsteling over Maastricht nu als gevecht waarin het zijn gezag heeft verloren; Nachtmerrie-scenario voltrekt zich voor Conservatieve regering

LONDEN, 23 JULI. Het Britse Lagerhuis heeft sinds 1979, het jaar waarin Jim Callaghan met één stem verschil de regeringsmacht voor Labour verloor, niet meer zulke taferelen aanschouwd als gisteravond. Niet minder dan 23 Tories die hun eigen partijleider in de rug staken, door met de oppositie door de lobby (het tourniquet waar de tellers staan) te gaan. Negen Ulster Unionists die tot op het allerlaatste moment wachtten met het innemen van een standpunt, teneinde nog meer concessies van de regering los te krijgen in ruil voor hun overlopen naar Majors kamp. Doodzieke Lagerhuisleden die zich naar Westminster sleepten omdat elke stem telde. Partijfunctionarissen van tegengestelde kampen die op een haar na met elkaar slaags raakten in pogingen Lagerhuisleden fysiek de ene, dan wel de andere kant op te dwingen. En dan de uitslag van de stemmingen: één onbeslist en alleen door toedoen van de Speaker, de voorzitter van het Lagerhuis, veranderd in een “overwinning” en één verloren. Resultaat: datgene wat ministers "het nachtmerrie-scenario' hadden gedoopt.

“Out! Out!”, riepen de Labourleden opgewonden naar premier Major. Maar die dacht er niet over. Uit de serie van rampenplannen, die het kabinet eerder die dag in spoedzitting overeen was gekomen, koos hij de enige optie die hem niet nòg meer verwijten van gebrek aan leiderschap zou opleveren. Hij stelde een ultimatum: òf het Huis maakt ratificatie mogelijk òf de regering beschouwt een weigering dat te doen als een motie van wantrouwen en schrijft verkiezingen uit.

“Het is duidelijk dat we de zaak niet zo kunnen laten rusten. Het debat heeft geen meerderheid in dit Huis opgeleverd die maakt dat het Verenigd Koninkrijk zich aansluit bij de Sociale Paragraaf. Er is echter, zoals we allen weten, wel een meerderheid in dit Huis voor de ratificatie van Maastricht. Ik nodig daarom de oppositiepartijen uit, die immers zeggen dat ze ratificatie steunen en die de mening van het Huis respecteren, om zich te beraden op hun positie. Maar hoe dan ook, we kunnen deze kwestie niet onopgelost laten. Dit kan niet langer blijven dooretteren. Ik kondig daarom aan dat de regering het Huis zal uitnodigen om morgen tot een beslissing te komen, die steun betuigt aan het regeringsbeleid inzake de sociale paragraaf, door een motie van vertrouwen in te dienen.”

De zet van de premier stelt de anti-Maastrichtenaren in zijn fractie meteen voor een helder dilemma. De Engelse taal heeft een plastische uitdrukking voor het begrip zelfvernietiging: “kalkoenen die stemmen voor Kerstmis” - en de veronderstelling is dat de rebellen uiteindelijk liever Lagerhuislid blijven, dan dat ze hun zetel riskeren in verkiezingen. Zelfs degenen voor wie het vooruitzicht van integratie van Groot-Brittannië in Europa het zwaarste weegt, beseffen dat ze met volhouden van hun rebellie nu het tegengestelde kunnen bereiken van wat ze willen: het aan de macht helpen van een Labourregering die met volledige steun van de Liberalen ogenblikkelijk haar handtekening zal zetten onder het Verdrag van Maastricht, maar dan inclusief de sociale paragraaf.

De verwachting is daarom dat de regering de stemming van vanmiddag zal winnen - al zijn verrassingen hier nooit uitgesloten. Downing Street heeft voor alle zekerheid de datum van eventuele verkiezingen al bekend gemaakt: 2 september. Maar de gedachte dat Tories openlijk laten zien dat ze geen vertrouwen hebben in hun eigen partijleider, gaat vrijwel iedereen te ver. Eén van de rebellen, James Cran, zei vanmorgen dat verder verzet nu zinloos is. “Verder dan hier kunnen we niet gaan. We hebben in elk geval een lijn in het zand getrokken, tegen een gemeenschappelijke munt en tegen een gemeenschappelijk economisch beleid, waarover geen volgende regering meer zal durven heenstappen. Het wordt nu tijd voor het uitbreken van gezond verstand. De Tory Party moet hierna naadloos als één opereren.”

De regering ziet de worsteling over ratificatie van het Verdrag van Maastricht nu openlijk als een gevecht waarin zij gisteravond haar gezag heeft verloren. In de woorden van Douglas Hurd, de minister van buitenlandse zaken, vanmorgen: “We kunnen niet stuurloos blijven ronddobberen door de zomervakantie heen. We moeten het gezag van de regering herbevestigen.”

Voor John Major is de uitslag van de stemming cruciaal. Als hij wint, kan hij prat gaan op de moed waarmee hij zijn afspraken met de Europese partners te vuur en te zwaard verdedigd heeft. Maar de vernedering van gisteravond kan volgens sommige waarnemers betekenen dat zijn dagen hoe dan ook geteld zijn: hetzij omdat hij besluit zelf de handdoek in de ring te gooien, hetzij omdat Conservatieve Lagerhuisleden zich van hem afkeren in de wetenschap dat de partij onder zijn leiding minimaal polulair is. In de peilingen liggen de Tories nu zelfs achter op de Liberalen.

De oppositieleiders, John Smith (Labour) en Paddy Ashdown (Liberalen) houden niet op te herhalen dat de geloofwaardigheid van de regering-Major ook nu al “aan flarden” is. Smith wees er vanmorgen op dat de premier in december 1991 uit Maastricht terugkwam met een door hemzelf geënsceneerd versie van het Verdrag, exclusief de sociale paragraaf, die hij triomfantelijk aankondigde als “Game, set and match”.

Smith : “Hij heeft dat voorbehoud er zelf in gebracht. Nu wordt hij hier op precies datzelfde punt vernederd.”

Een sub-plot in het Maastricht-drama wordt gevormd door het gedrag van de Ulster Unionists van James Molyneaux. Die veranderden gisteren op het allerlaatste moment van positie, nadat er de hele dag contacten waren geweest tussen regeringsvertegenwoordigers en Lagerhuisleden en nadat John Major getelefoneerd had met Mr Molyneaux. Hoewel de Unionisten tegen Maastricht zijn, stemden ze gisteren opeens toch met de regering mee en verhinderden daarmee gedwongen acceptatie van de sociale paragraaf.

Niemand gelooft wederzijdse verzekeringen, dat er geen koehandel is gedreven. De nadruk waarmee ministers in het debat van gisteren opeens melding maakten van “de Conservatieve en Unionistische Partij” en de verzekering van de Unionisten dat er in contacten alleen over “veiligheid” was gesproken, sprak voor zich. In het Lagerhuis werden de negen op gesis van Labour onthaald, toen ze van het tellen in de lobby terugkwamen en de Liberalen verweten de regering dat ze spelletjes speelde met de kwaliteit van het bestaan van de inwoners van Noord-Ierland. In Dublin is met soortgelijke verontrusting gereageerd en de Ierse regering wil weten of en op welke manier de Unionisten bevoordeeld zijn.

Moties inzake Maastricht

De regeringsmotie van gisteravond:

“Dat het Huis, in overeenstemming met sectie 7 van de Europese Gemeenschap (Geamendeerde) Wet 1993, kennis neemt van het beleid van Hare Majesteits Regering inzake de aanvaarding van het protocol op sociaal beleid.” (Uitslag: 324 tegen, 316 voor)

Het Labouramendement van gisteravond:

“Hare Majesteits Regering behoort de artikelen ter ratificatie van het Verdrag van Europa niet eerder over te leggen aan de Regering van de Italiaanse Republiek, dan nadat zij nota heeft gegeven aan de EG dat zij van plan is de overeenkomst, gehecht aan het protocol inzake sociaal beleid, tot de hare te maken.” (Uitslag: 317 tegen, 317 voor - de Speaker moet de doorslag geven en stemt bij traditie met de regering mee: 317 tegen, 318 voor)

De regeringsmotie van vandaag:

“Dit Huis heeft vertrouwen in het beleid van de Regering inzake de aanvaarding van het protocol inzake sociaal beleid.”

Labour handhaaft het amendement van gisteravond.

Sociale paragraaf

De overeenkomst over de sociale politiek in de EG, waaraan Groot-Brittannië niet deelneemt, is opgenomen in een apart protocol bij het Verdrag van Maastricht. Het doel van de overeenkomst is onder andere: bevordering van de werkgelegenheid, gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden en adequate sociale bescherming.

Op gevoelige terreinen geven de lidstaten, en ook Nederland, hun nationale bevoegdheden niet uit handen. Het gaat daarbij om zaken als de sociale zekerheid en de sociale bescherming van werknemers, vakbondsrechten en de ontslagbescherming van werknemers. Op die terreinen kunnen slechts gezamenlijke besluiten in Brussel worden genomen, indien alle lidstaten instemmen.

In de afgelopen jaren heeft de EG al tal van beslissingen genomen op het gebied van sociaal beleid, zich daarbij baserend op het Verdrag van Rome, waaraan ook Groot-Brittannië is gebonden. Zo is de maximale werkweek in de EG afgelopen voorjaar formeel beperkt tot 48 uur. Engeland heeft gedaan gekregen dat het pas over 10 jaar aan die bepaling hoeft te voldoen. Desondanks is Londen naar het Europese Hof gestapt.