In Sarajevo staan de jerrycans in de rij

SARAJEVO, 23 JULI. Na zestien maanden beleg en beschietingen hebben de inwoners van Sarajevo zich een bepaald, als maatregel van bescherming gedacht, loopje eigen gemaakt. Het is niet echt rennen, bij het oversteken van een kruispunt, of een andere open plaats waar sluipschuttervuur dreigt, of waar de toevallig neervallende granaat in de wijde omtrek slachtoffers zou maken. Het is een drafje, als van iemand die merkt dat het begint te regenen, maar denkt dat hij met een beetje snelheid de veilige droogte van thuis nog wel kan halen.

Menigeen heeft het in Sarajevo in al die maanden oorlog niet gehaald. Overal vertoont de stad, in het bijzonder in Novo Sarajevo met de hoge flatgebouwen, een pokdalig gezicht, met soms de helft van alle flats door granaten getroffen. Grote uitgebrande gaten zijn het, met hier en daar nog een televisietafeltje of ander verkoold meubilair als tekenen van voormalige bewoning.

Ook vandaag zullen er weer ettelijken zijn die het niet halen. Want overal in de stad klinken na een week of twee relatieve rust weer geweervuur, kanonnen en het geluid van in- of uitgaande granaten. Buitenlandse waarnemers vermoeden dat de moslim-eenheden uit de stad gebruikmaken van het Servische offensief tegen de berg Igman even voorbij Sarajevo voor een van hun nieuwe wanhoopsoffensieven, tegen Vogosca, waar een grote wapenfabriek staat die in handen van de Serviërs is. De kansen op succes voor dit offensief zijn in de ogen van militaire deskundigen gering, zoals ook de Serviërs niet veel kans lijken te maken bij hun infanterieaanval op Igman.

Voor de bevolking van Sarajevo, die de militaire situatie slechts summier of tendentieus uitgelegd krijgt, is dit alles niet veel meer dan een zoveelste dag binnenblijven. Wie zich toch op straat begeeft, doet dat meestal om water te bemachtigen bij een van de weinige kranen of bronnen die af en toe nog functioneren. Daar vormen zich soms al rijen voordat de tappers zelf aanwezig zijn, doordat ze 's middags al hun plastic jerrycans voor de rij van de volgensde ochtend klaarzetten. De gelaatsuitdrukking van de weinige voorbijgangers drukt een zekere perplexiteit en bedruktheid uit, en hetzelfde geldt voor de sporadische fietsers.

Niet-militaire of tot een internationale organisatie behorende auto's zijn er nauwelijks meer, omdat door het langlopende conflict tussen de internationale hulporganisaties en de bemanning van een Servisch controlepunt bij het vliegveld, diesel en andere brandstof nauwelijks meer de stad binnenkomen. Door het gebrek aan brandstof kunnen ook de pompen voor het water niet werken, en het wegvallen van de elektriciteit, voor zover niet aangevoerd langs hoogspanningsleidingen, hangt op een ingewikkelde manier samen met die omstreden fabriek in Vogosca. De Serviërs staan een herstel van leidingen voor waarbij de fabriek weer aan de gang kan, de Bosnische regering in Sarajevo geeft de voorkeur aan een oplossing waarbij dat niet kan. Het resultaat is een patstelling, met de kans op overleving van de bevolking van Sarajevo als voornaamste inzet van het spel.

Pag.8: In Sarajevo verdwijnen de laatste bomen

Overleven wordt inmiddels steeds moeilijker voor de bewoners van Sarajevo. Voedsel, ook dat is aangevoerd met de humanitaire konvooien van de UNHCR, wordt steeds schaarser, onder andere door Kroatische blokkades op de wegen vanuit het zuiden. Ook pakjes van familie uit Kroatië komen niet meer aan, die uit Servië merkwaardig genoeg nog wel. “Zestig procent”, schat een buitenlandse hulpverlener de "dekking' van de buitenlandse voedselhulp in de stad. Laat staan dat er voor de komende winter voedselvoorraden kunnen worden aangelegd. Hetzelfde geldt voor brandstof: nu worden de laatste bomen omgezaagd voor hout waarmee kan worden gekookt, maar dat betekent wel dat er de komende winter niet of nauwelijks nog gemakkelijk te bereiken brandstof voorhanden zal zijn.

En dat er voor die winter een einde zal komen aan beleg en oorlog lijkt niemand hier meer te geloven. “Als we hier het fascisme een kans geven, breidt het zich uit in de wereld”, probeert een inwoner nog militant, om even later toe te geven dat het feit dat door de strijd om de berg Igman de enige theoretische uitweg uit de stad - de nachtelijke sprint over het door sluipschutters beheerste vliegveld - afgesloten dreigt te raken, hem mateloos benauwt. En aan een van de laatste tekenen van normaliteit, het feit dat in Sarajevo ondanks alles cafés en koffiehuizen open waren, is de afgelopen weken ook al een einde gekomen, sinds op eigen gezag opererende militaire voormannen, met name "Caco', er een gewoonte van hadden gemaakt in deze gelegenheden mannen op te pakken voor front- of graafdienst.

Het lijkt oorlog zonder einde. Na meer dan een jaar lijken de Bosnische leiders in het zwaar gehavende gebouw van het Bosnische staatspresidium “een beetje het hoofd te hebben verloren”, zoals een buitenlandse waarnemer het uitdrukt. Nog niet eens zozeer president Alija Izetbegovic, maar vice-president Ejup Ganic geeft de toon aan in een steeds militantere retoriek, met steeds fellere verwijten aan de buitenwereld die in Sarajevo maar niet militair wil interveniëren. Hun Radio-Sarajevo staat bol van bittere verwijten aan de buitenwereld, die er onder andere van beschuldigd wordt Sarajevo voedsel te onthouden om hun regering tot een smadelijke nederlaag aan de onderhandelingstafel te dwingen. Nog altijd is ook onduidelijk of Izetbegovic nu wel of niet bereid is nog verder aan vredesonderhandelingen deel te nemen. De vele granaten die gisteren weer Sarajevo verlieten in een nieuw offensief, spraken in ieder geval een andere taal.