Het kabelkeurslijf

TIJDENS DE ZOMERSE pauze gaat de pre-occupatie van de Hilversumse omroep met zichzelf, als onderscheiden van de programma's die het hem moeten doen, onverflauwd door. Zullen TROS en Veronica de EO ooit vinden? Blijft minister d'Ancona de papieren van het Commissariaat voor de media naar de prullenmand verwijzen? Wat wordt het tussen Veronica en RTL5? Zijn de grote zendgemachtigden voor tien jaar veilig?

Het zou bijna doen vergeten dat er nog wel iets anders aan de hand is. Een potentiële mediareus staat op: de kabelnetten. Het jongste teken is het advies van de Vereniging van kabelexploitanten Vecai aan haar leden de nieuwe zender RTL5 niet gratis op de kabel te zetten. RTL4 betaalt trouwens reeds, al geldt dat niet voor alle buitenlandse en commerciële zenders.

Dat de kwestie tussen Vecai en nieuwe aanbieders nergens is geregeld steekt, gezien de betekenis van alleen al de Luxemburgse stations, schril af bij de indringende overheidsregulering van het Hilversumse kippenhok. Ook de relatie tussen machtiginghouder en exploitant van een kabelnet - functies die door de toenemende professionalisering steeds meer gescheiden raken - is juridisch onduidelijk. Toch is normering geen overbodige luxe nu de gemeenten, waar van oudsher nogal wat machtigingen zitten, in toenemende mate een eigen belang bij de kabel krijgen - bijvoorbeeld in het kader van de sociale vernieuwing. Hoe ver mag de invloed van de (lagere) overheid op dit medium gaan?

WAT ER WÈL IS geregeld staat ook nog eens een gezonde ontwikkeling van de kabel in de weg. De Nederlandse kabel bestaat om historische redenen uit een groot aantal gemeentelijke netten. Met de oprukkende professionalisering van het kabelbedrijf groeit de noodzaak van onderlinge koppelingen. Maar de bestaande wetgeving verbiedt strikt genomen zelfs lokale en regionale zenders door te geven buiten de gemeentegrens die de traditionele maat is van alle dingen.

Nederland is een van de dichtstbekabelde landen in de wereld, maar interessante mogelijkheden dit medium behalve voor omroepprogramma's ook te gebruiken voor datacommunicatie (bijvoorbeeld het faxen van grote documenten) blijven onderbenut. Voor dit soort nieuwe activiteiten moet een extra vergunning worden aangevraagd onder telecommunicatiewetgeving die niet zozeer is afgestemd op de belangen van kabelnetten als van de PTT.

“Het scherm ziet zwart van de mogelijkheden”, was de welhaast freudiaanse typering die het kabinet in de Medianota van 1983 gaf van het kabelmedium. In die tien jaar zijn heel wat beloftes gedaan over nieuwe kabeltoepassingen die niet van de grond zijn gekomen. Enige scepsis over de maatschappelijke relevantie van nieuwe kabelprodukten is op haar plaats, maar de beslissing moet aan de consument zijn. Vernieuwing moet anders dan in het afgelopen decennium regel is geweest, een kans krijgen.

MINISTER Maij-Weggen heeft beloofd soepel te zijn met datacommunicatie en koppelingen, maar dat was alweer in december vorig jaar. Toch is er een goede reden wat meer haast te maken met het opruimen van juridische obstakels: de door de overheid geëntameerde samenwerking van PTT en kabelnetten in één grote landelijke glasvezelstructuur (lees: overname door de PTT) is defintief gestrand. Nieuwe netwerken dienen zich aan. Met name de gezamenlijke energiebedrijven, waarbij een groeiend blok kabelnetten in beheer is, zijn op dit gebied actief.

Deze week bracht het kabinet de toegezegde notitie uit over een fundamentele herziening van de telecommunicatiewetgeving die dergelijke alternatieve aanbieders een kans belooft te geven. Maar daar worden toch weer samenwerkingsvoorwaarden aan verbonden die nog wel enige discussie zullen vergen. De kabinetsnotitie betreft de inrichting van een geheel nieuw speelveld. Maij-Weggen gaf vorig jaar toe dat het opruimen van de ergste hobbels daarop niet kan wachten. Maar de noodzakelijke wetswijzigingen zijn nog steeds niet in zicht.