Geestige èn melancholische Strawinsky in kampeersfeer

Voorstelling: The Rake's Progress van I. Strawinsky door de stichting Spanga het Verona van Westellingwerf o.l.v. David Levi m.m.v. o.a. Kenneth Posey, Monique Krüs, Ulf Maria Kühne, Peter Michaelov, Peter Schulz en Marie-Rose Langfeld. Decor: Désirée Verstraete; kostuums: Heleen Heijntjes; regie: Corina van Eijk. Gezien: 22/7 Lindedijk 16, Spanga. Herhalingen: 25, 27, 29, 31/7. Kaarten nog beschikbaar voor 27 en 29/7. Res.: 05610-11711 of 05618-1716.

Na weken van repeteren in de regen ging gisteravond Strawinsky's opera The Rake's Progress in première onder een stralend blauwe hemel boven een weiland aan de Lindedijk in het Zuid-Friese gehucht Spanga. De voorstelling duurde tot bijna middernacht en het publieke succes was groot. Na het ontbreken van een voorstelling vorig jaar, toen regisseuse Corina van Eijk zich voorbereidde op een voorstelling van Bizets De Parelvissers bij Forum, was de ongedwongen kampeersfeer achter het erf van boer Van der Veen weer als vanouds. Er zijn tekenen dat Spanga - het Verona van Weststellingwerf - uitgroeit tot de Friese versie van het chique Engelse buiten-operahuis in Glyndebourne. Gisteravond werd er in de twee pauzes door sommigen gedineerd en gesoupeerd met champagne, Franse kaas en olijven.

Het was de vierde keer dat Corina van Eijk samen met vrienden, kennissen en professionele zangers en musici in haar woonplaats een opera produceerde. Het begon in 1989 met Donizetti's L'Elisir d'Amore, uitgevoerd in haar eigen tuin voor publiek op een open tribune. Het uitzicht op de tuin, met vijver, sloot, bruggetje en klepperende ooievaars vormde het decor.

Het jaar daarop werd in een weiland aan de Spangahoekweg Verdi's Rigoletto gegeven in een halfopen tent, met een afgedamde sloot als orkestbak. De helft van de rest van de wereld was hier het achterdoek. En twee jaar geleden ging Offenbachs Les contes d'Hoffmann aan de Lindedijk, waar ook nu The Rake's Progress is te zien.

Bij die laatste voorstelling, met alleen uitzicht op de dijk, bleek al dat de operakunst in Spanga de Friese natuur ontgroeide. De voorstelling van The Rake's Progress is daarvan de bevestiging: die gaat in een geheel gesloten tent - de ontkenning van de eindeloos weidse omgeving, te groot voor wel honderdduizend Rai-hallen. Het is een bijna "normale' en "echte' operavoorstelling die het niet hoeft te hebben van de voor stadse operaliefhebbers zo exotische locatie, die voor de autochtone toeschouwers echter weer zo gewoon is.

Het ontbreken van zo'n realistisch natuurdecor is essentieel bij The Rake's Progress: het gaat in deze opera uit 1951 op een libretto van W.H. Auden immers om een tocht langs illusies, zoals ook Faust en Mephisto door de wereld trokken. Dat gebeurt nadat Tom Rakewell, Strawinsky's losbollige titelheld, zich een makkelijk leventje wenste en daarin prompt wordt bediend door Nick Shadow, de duivel zelf.

Rakewell is opeens rijk, laat zijn verstandige geliefde Ann Trulove achter en trekt naar de grote stad. Hij wordt door Nick gevoerd naar een bordeel, trouwt met Baba (de vrouw met de baard), steekt zijn fortuin in een machine die brood van stenen maakt, gaat failliet, komt terecht in het gekkenhuis en sterft. De moralistische, door het complete ensemble gezongen epiloog is al even klassiek als de vorm, de inhoud en muzikale taal van het eeuwige verschijnsel opera, waaraan Strawinsky hier een ode brengt: onverdiend geld maakt niet gelukkig.

De reeks irreële en groteske situaties waarin Rakewell verzeild raakt, leveren in de regie van Corina van Eijk net als in haar eerdere Spanga-produkties een onderhoudende en vaak geestige voorstelling op, een duidelijke revanche op haar niet goed gelukte Forum-voorstelling van De Parelvissers. Van Eijk blijkt opnieuw op haar best als ze volledig haar eigen gang kan gaan, onbelemmerd door de regels en gewoonten van organisaties, alleen drijvend op haar eigen enthousiasme en inventiviteit.

The Rake's Progress lijkt nog meer dan de vroegere opera's aanleiding voor het etaleren van fantasie. De reeks toneelbeelden van decorontwerpster Heleen Heintjes - vaak fraai en met veel moeite ingenieus gemaakt - zou in een theater overigens niet misstaan. De symboliek is goeddeels ontleend aan de dierenwereld: Tom Rakewell en Ann Trulove zijn jockeys. De paarden van stalen buizen, die in het bordeel van Mother Goose de liefdesnestjes vormen, zijn prachtig. De scène op het kerkhof - hier verbeeld in een kil lijkenhuis met vriesladen die rondom opengetrokken kunnen worden, is het sterkst. En de kostumering van Désirée is al even aardig, bij voorbeeld in gedachte om van de hoerenmadam Mother Goose een zus van duivel Shadow te maken: beiden hebben wollige beestenpoten. Humor, vrijmoedige seksuele toespelingen en nadelingen worden afgewisseld met intense melancholie: uitbundige actie en ingetogen bezinning daarop.

Na een wat wankel begin werd er met veel inzet gezongen en gespeeld. Kenneth Posey voldeed als Rakewell, goede rollen zijn er voor Monique Krüs (Ann Trulove) en Peter Michailov (Shadow). In de orkestbak legt dirigent David Levi vooral de nadruk op de vervoerende lyriek van Strawinsky.