Friet met sambal van Jan Poepjes

Tussen autosloop De Vooruitgang en autosloop De Toekomst staat de "snackcar' van Jan Poepjes uit Haarlem. Temidden van autowrakken en koelkasten eet een groepje Pakistanen friet met sambal. Hun rokken bollen in de wind.

“Er is hier de hele dag volk”, zegt zoon Boudewijn Poepjes (21). Hij steekt zijn kort geschoren hoofd buiten de snackcar. Op de toonbank staat naast de koffie een tien-liter emmer mayonaise. Een roestige ford rijdt voor de vijfde keer langs. Als de bestuurder bij een plas komt, geeft hij extra gas. Het water spat omhoog.

Twee mannen uit Ghana bestellen een broodje Mexico. Ze hebben net een nieuwe trekhaak gekocht. “Kip, champignons, kool, prei en ui. De rest is geheim”, zegt Boudewijn over het familierecept. Kip, want het merendeel van de klanten is moslim.

Op het terrein liggen zo'n vijftig sloperijen. De grond is zwaar vervuild en wordt nu gesaneerd. “Die gasten hier hebben allemaal pijn aan hun kop”, zegt een vrachtwagenchauffeur. Hij eet een “gewoon ordinair balletje uit de sju” en komt hier al dertien jaar. “De A4 is vlakbij.” Aan het einde van dit jaar maakt de snackcar plaats voor nieuwbouw.

De kastjes, de afzuigkap, de bakwand - alles heeft Boudewijns vader zelf gemaakt. Naast de bestuurdersstoel een emmertje kippevleugels. Op de grond een braadslee met gestold vet.

Op 1 december 1970 schreef Jan Poepjes zich in bij de Kamer van Koophandel als “directeur eigenaar van een mobiel horecabedrijf”. Met een Citroën HE busje reed hij de bouwterreinen in de buurt af. Toen de klad in de bouw kwam, ging hij met zijn kar op het industrieterrein staan. Daar staat hij nu dertien jaar.

De wind blaast plastic bakjes en servetjes over het terrein. Jacob (32) bestelt ijs en frisdrank. Zijn schone handen steken af bij zijn overall vol olievlekken. Heel af en toe eet hij hier een frietje. “Dat is nog het minst schadelijk”, zegt hij. Eigenlijk is hij biologisch-dynamisch. Hij werkt bij de autosloperij verderop om zijn opleiding Tantra en Intimiteit te betalen. “Een mooie omgeving voor bewustwordingsprocessen”, meent Jacob. Wanneer hij 's middags zijn roggebrood met tahin en alfafa eet, vragen zijn collega's of hij niet beter in de duinen kan gaan wonen: “Jezus Jacob man, wat is dat voor gras wat jij eet?”

Dan komt sloper Aart aangelopen. Hij komt al tien jaar op dit terrein en kent bijna iedereen. Met een stuk kip wijst hij naar de snackcar. “Er zit een luchtje aan deze zaak”, zegt hij. “Schrijf maar op dat die Poepjes afzetters zijn.” Volgens hem kunnen ze geen concurrentie verdragen. “Acht blikjes bier voor zestien gulden vijftig.” Hij springt in zijn auto en met piepende banden rijdt hij weg. Nog even steekt hij zijn hoofd uit het raam: “Dag Poepjes.”