De Blije Terugkeer van het Meisjesboek

Waar zijn toch de meisjesboeken gebleven zoals ze in de dagen van weleer werden geschreven en gellustreerd? NRC Handelsblad nodigt deze zomer een aantal auteurs uit op zoek te gaan naar het klassieke meisjesboek en er zelf een hoofdstuk van te schrijven. Vandaag als zesde Yvonne Kroonenberg.

Op de manege zijn grote veranderingen op til. Er zijn zes stalen containerboxen gearriveerd. Ze staan bij de buitenbak.

“Er komen pensionpaarden”, zegt Ruud, de baas van de kantine, die alles altijd eerder weet dan wie dan ook, “er is al een aannemer om echte stallen te bouwen. Die containerboxen zijn voor tijdelijk.”

“Wanneer komen ze?”, vraagt Koosje.

“De pensionpaarden”, vult Marcia aan. De kinderen van de zaterdagmiddagles hangen in de kantine rond om op Louis, de instructeur, te wachten. Die maakt de lijst waarop staat wie op welk paard rijdt.

Ruud haalt zijn schouders op. “Ze zouden volgende week de eerste drie paarden brengen, maar misschien komen er meer.”

“Ik zou wel weer een eigen paard willen hebben”, mijmert Ciska. Koosje en Marcia doen net of ze haar niet horen. Ze hebben een hekel aan dat stomme kind met haar rose kleren, die tuttige oorbellen en die vervelende praatjes. Ze schept op en ze is ruw met de paarden. Verleden week heeft ze Sunday, een van de liefste paarden van de manege, keihard geslagen.

Michele, die vroeger zelf een paard heeft gehad, zucht. “Toen Caesar doodging, heb ik heel lang geen eigen paard meer gewild. Maar nu zou ik het toch wel heel erg leuk vinden, en helemaal als het hier in de manege in pension kan staan.”

“Ik heb altijd een eigen paard gehad”, zegt Ciska.

“Ja, dat weten we nu wel”, snauwt Marcia.

Louis komt de kantine binnen.

“Hoeveel pensionpaarden komen er?”, vraagt Ciska onmiddellijk.

“Goeiemiddag”, zegt Louis. “Ruud, heb je een kopje koffie voor me. Ciska, wat wilde je weten?”

“Je hebt me best gehoord”, moppert Ciska. Louis draait zich onverstoorbaar glimlachend van haar af en gaat naar het schoolbord waar de namen van de paarden op staan. Achter Aramis schrijft hij Michele. Michele rijdt goed en Aramis is moeilijk, dus dat is een goede combinatie. Koosje heeft vaak op Rozijn gereden, een kleine, voskleurige merrie, maar tegenwoordig rijdt ze ook graag op Sunday. Louis vindt het niet erg als kinderen een lievelingspaard hebben en voor zover het kan, laat hij ze er iedere week op rijden. Alleen als iemand denkt dat het een vast recht is, grijpt hij in. En soms zet hij iemand voor de verandering op een ander, daar leer je van.

“Rozijn”, zegt hij, “hmmm, Marcia, ga jij maar eens op Rozijn.”

Marcia kijkt snel naar Koosje, maar die knikt enthousiast. Ciska trekt een zuur gezicht.

“Ciska, jou zetten we vandaag op Bov”, zegt Louis. “Koosje op Sunday en laat eens kijken, wie heeft er nog niet gelopen. Wodan. Jij gaat op Wodan.” Hij wijst Richard aan, de enige jongen die in deze les meerijdt.

Als alle kinderen een paard hebben, gaat hij aan de bar zijn koffie opdrinken. “Wie wil poetsen, kan gaan poetsen”, zegt hij. “Ik zie jullie over twintig minuten in de buitenbak. Het is goed weer.”

Als de kinderen weg zijn, draait hij zich om naar Ruud.

“Hoe wisten die apen nou dat er pensionpaarden komen?”

Ruud schudt zijn hoofd. “Geen idee”, zegt hij.

In de buitenbak is het zand precies goed. Het heeft vannacht geregend, maar nu is het droog. De grond is net niet rul.

Koosje maakt de beugels op maat en stijgt op. Marcia stapt al op de hoefslag.

“Wat is Rozijn toch een lekker paard”, zegt ze, “ze heeft altijd zin om te lopen.” “Ze is goed voorwaarts”, beaamt Koosje. “Sunday moet je echt drijven, anders sukkelt hij maar wat.” Ze sluit haar benen aan en stuurt Sunday de hoefslag op.

Ciska kijkt naar Rozijn. “Misschien ga ik haar wel kopen”, zegt ze, “ik heb het er al met mijn vader over gehad.”

Koosjes handen sluiten zo plotseling om de teugels, dat Sunday pardoes stilstaat. Rozijn kopen! Dat mag nooit gebeuren. Rozijn is heel lang haar lievelingspaard geweest. Ze wilde alleen maar op haar rijden, nooit op een ander. Tegenwoordig is ze niet meer zo heel erg eenkennig, maar dat juist Ciska Rozijn zou kunnen kopen, dat Rozijn haar eigen paard zou zijn, dat ze haar zou slaan, zoals ze laatst Sunday heeft geslagen, dat kan Koosje niet verdragen.

Ze klemt haar tanden op elkaar en duwt haar hakken in Sunday's flanken. Het paard schiet naar voren. “Ach, arm beest, schrok je”, fluistert Koosje beschaamd. Ze leunt naar voren en klopt Sunday op zijn hals.

“We gaan beginnen, mensen”, klinkt de stem van Louis. Hij komt de bak in en gaat in het midden staan. “Neem de teugels licht in gevoel, ga prettig ontspannen zitten, drijf aan met je kuiten.”

Zo begint iedere les. Koosje voelt hoe Sunday onder haar beweegt. Nu Louis er is, luistert het paard beter naar haar benen. Manegepaarden letten meer op de commando's van de instructeur dan op hun ruiters.

“We gaan bij B door een S van hand veranderen en bij aankomst op de hoefslag springen we aan in de rechtergalop!”

Koosje probeert haar S zo netjes mogelijk te rijden, maar Sunday vindt half werk wel mooi genoeg en hij galoppeert ook veel te sloom.

“Koos, dat was knudde!”, roept Louis, “hij is zijn ochtendgebedje aan het opzeggen, hij galoppeert niet. Tik maar eens bij met je zweep.”

Koosje geeft een kort tikje en voelt hoe ze in een prachtige ronde beweging wordt meegenomen. Ze wordt warm van plezier.

Marcia komt langsgegaloppeerd. Rozijn vindt het lekker om hard te gaan, ze is sneller dan de andere paarden. Koosje ziet dat Ciska probeert Bov aan te sporen, maar Bov trekt zich niets van haar aan. Ciska heeft geen zweep, ze moet het met haar benen alleen voor elkaar zien te krijgen. Sinds ze Sunday heeft mishandeld mag ze niet meer met een zweep in de manege komen.

“Ciska, niet knijpen met je benen”, zegt Louis, “je drukt even je kuiten in zijn flanken en dan ontspan je weer. Als hij niet reageert, geef je een hakje, kort, maar daarna ontspan je. Op de ontspanning gaat hij lopen.”

“Ik heb een zweep nodig”, schreeuwt Ciska, “als ik een zweep heb, kan ik hem wel aan.”

Louis doet net of hij haar niet hoort.

“We maken een overgang naar draf, arresj!”

Het lesuur vliegt voorbij. Voor Koosjes gevoel zijn ze nog maar net bezig als Louis het laatste commando geeft: “Stap, lange teugel. Laat de paarden de hals strekken! Jullie mogen vijf minuten stappen tot de paarden droog en op adem zijn. Daarna mogen ze allemaal op stal. Marcia en Koosje, ik wil jullie straks even spreken. Komen jullie even naar me toe als je klaar bent?”

Terwijl Louis op zijn gemak de bak uitwandelt, kijken Marcia en Koosje elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan. Wat zou Louis willen? Marcia komt naast Koosje rijden. Rozijn legt onmiddellijk haar oren in haar nek en hapt geërgerd naar Sunday. “Rozijn, zure merrie!”, lacht Marcia en trekt aan de teugel.

Sunday kijkt bang naar Rozijn. Hij is veel groter dan zij, maar hij heeft respect voor haar. “Misschien komen de pensionpaarden straks al en mogen we helpen”, oppert Koosje.

“Ze komen stalhulp tekort, misschien mogen jullie uitmesten”, roept Ciska minachtend.

“Dan mag je wel uitkijken dat ik jou niet per ongeluk opveeg”, zegt Marcia.

“Mispunt”, mompelt ze er achteraan. De andere kinderen giechelen. Ze vinden Ciska ook vervelend.