Cultuur in mootjes; Het lot van de letterenfaculteiten

Alle Nederlandse letterenfaculteiten worden bedreigd met flinke bezuinigingen, waardoor vakgroepen moeten verdwijnen of dramatisch inkrimpen. Deze zomer leidde dat aan de Universiteit van Amsterdam al tot grote onrust en verontwaardiging. In de letterenfaculteiten hoort het hart van de Nederlandse cultuur te kloppen. Voor wat voor schade moet worden gevreesd als het huidige beleid wordt voortgezet? Technologie is overal in het buitenland te koop, maar voor cultuur kan Nederland niet zonder zijn eigen letterenstudies, stelt prof. dr. W.P. Gerritsen, voorzitter van de Afdeling Letteren van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, op persoonlijke titel.

Maar niet alleen de toekomst van de letterenfaculteiten is onzeker. De positie van de universiteit als geheel is in Nederland ondergraven, stelt Ger Groot, medewerker van NRC Handelsblad. Hij voorziet dat de universiteit terugvalt in de rol die ze speelde tot de 19de eeuw: een opleidingsinstituut, met hier en daar een uitzonderlijke docent die zich met grensverleggend onderzoek bezighoudt.

De kranten hebben er uitvoerig over bericht: letterenfaculteiten moeten bezuinigen. Aan de Universiteit van Amsterdam zal de faculteit der letteren op korte termijn ongeveer 60 vaste arbeidsplaatsen op een totaal van 380 kwijtraken; Nijmegen staan even draconische maatregelen te wachten, en ook de overige zes letterenfaculteiten zullen op termijn de dans niet ontspringen. Ter verklaring wordt gewezen op een steeds verder krimpend financieel perspectief en op de teruglopende studentenaantallen. Als de huidige tendens zich voortzet zal in de komende jaren aan alle universiteiten een aantal kleinere studierichtingen moeten verdwijnen en zal de wetenschappelijke staf van vele grotere aanzienlijk worden gereduceerd. De ernst van de situatie blijkt ook uit een brief die de decanen van de acht letterenfaculteiten onlangs aan de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs hebben gericht. Zij spreken daarin hun grote bezorgdheid uit over de toekomst van de geesteswetenschappen in Nederland en dringen aan op een meer samenhangend, “preciezer geformuleerd overheidsbeleid waarin kwaliteit voorop staat”.

Voor de buitenstaander die is aangewezen op de berichtgeving in de landelijke pers, is het niet eenvoudig zich een beeld te vormen van wat er nu eigenlijk aan de hand is. Op de voorgrond speelt zich een gevecht om te overleven af, een gevecht dat kennelijk "winnaars' en "verliezers' kent.

Men leest over de dreigende opheffing van studierichtingen, die door een besluit van de faculteitsraad weer grotendeels ongedaan wordt gemaakt (NRC Handelsblad 8-7-'93). Het te bezuinigen bedrag moet dan blijkbaar door andere vakgroepen worden opgebracht. Voor veel van de betrokkenen zal een bedreiging met ontslag een persoonlijke tragedie inluiden. Maar anderzijds: als het aantal studenten onmiskenbaar terugloopt, is het in 1993, na twee ingrijpende bezuinigingsoperaties van overheidswege, toch een illusie te menen dat de wetenschappelijke staf op volle sterkte gehandhaafd zou kunnen blijven. Wat staat hier op het spel? Voor wat voor schade moet worden gevreesd als de Nederlandse letterenfaculteiten in de naaste toekomst nog verder gekortwiekt worden?

Taal en cultuur

Wat is een letterenfaculteit? Naar mijn mening in de eerste plaats: een conglomeraat van wetenschappelijke opleidingen op het brede gebied van de cultuur. Het centrale moment in elke cultuur is de taal. Taal - de moedertaal of een andere taal, al of niet in relatie tot de moedertaal - is dan ook de spil van de meeste vakken die in een letterenfaculteit gedoceerd worden. De taal stelt mensen in staat hun relatie tot de werkelijkheid te bepalen en met elkaar te communiceren. Maar het verstandhoudingsproces berust niet alleen op woorden en zinnen. Om te begrijpen wat er bedoeld wordt, moet men - tenzij bij de allersimpelste vormen van communicatie - beschikken over een hoeveelheid als vanzelfsprekend veronderstelde achtergrondkennis, die als het gemeengoed van een cultuur kan gelden. Het pakket cultureel gemeengoed van een Nederlander is anders samengesteld dan dat van een Fransman of een Duitser; het is zelfs niet identiek aan dat van een Vlaamse taalgenoot. De Amerikaanse geleerde E.D. Hirsch Jr. spreekt hier van cultural literacy. Ook de kennis van dit per cultuur verschillende gemeengoed behoort tot het werkterrein van een letterenfaculteit. Hier (maar niet alleen hier) levert de geschiedenis, die de veranderlijkheid en de continuteit van de cultuur bestudeert, een essentiële bijdrage. In tenminste één van haar vele verschijningsvormen is geschiedenis een onmisbare component van elke letterenstudie.

Een letterenfaculteit leidt studenten op die hun taal zo volledig mogelijk beheersen. Dat kan de moedertaal zijn, maar ook, naast de moedertaal, een of meer andere talen. Omdat het om een wetenschappelijke opleiding gaat, behoort de praktische beheersing van de taal als instrument van verstandhouding te berusten op inzicht in de structuur en de werking van het taalsysteem.

Een letterenfaculteit leidt studenten op die verstand hebben van cultuur - van de eigen cultuur of, daarnaast, van een of meer andere culturen in heden of verleden. Van afgestudeerden in een letterenvak wordt verwacht dat zij op een verstandige wijze kunnen deelnemen aan discussies over cultuur in de breedste zin. Dit veronderstelt belangstelling, belezenheid en een zekere rijpheid van oordeel. Daarnaast impliceert de voltooiing van een letterenstudie dat de betrokkene zich op tenminste één van de talrijke terreinen van de cultuur op grond van eigen onderzoekservaring met gepaste bescheidenheid als deskundig mag beschouwen.

In nauwe samenhang met haar onderwijs heeft een letterenfaculteit een wetenschappelijke taak. De kwaliteit van een cultuur is mede afhankelijk van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek dat aan die cultuur wordt gewijd. Een letterenfaculteit is bij uitstek de plaats waar nieuwe kennis en inzichten op het terrein van taal- en letterkunde, geschiedenis en de kunstwetenschappen moeten worden gegenereerd en waar bestaande meningen voortdurend aan kritische toetsing moeten worden onderworpen. Onderzoek en onderwijs zijn de schering en de inslag van het universitaire bedrijf: een letterenfaculteit die haar studenten serieus neemt, dient hen te betrekken bij het onderzoek.

Het maatschappelijk belang van de letterenstudies volgt uit de waarde die wij aan onze cultuur toekennen. Nederlanders willen zichzelf graag zien als bewoners van een beschaafd land. Een beschaafd land laat zijn cultuurbezit, materieel en immaterieel, niet verkommeren, maar aanvaardt de dure plicht om het in stand te houden en het vruchtgebruik ervan te bevorderen. Een beschaafd land sluit zich niet af voor de buitenwereld, maar onderhoudt nauwe betrekkingen met andere landen. Wil dit internationale verkeer het niveau van de populaire stereotiepen te boven gaan, wil het een werkelijke uitwisseling van ideeën tot stand brengen, gebaseerd op respect voor de identiteit van de ander, dan zullen we studenten moeten opleiden die de talen en culturen van de Europese Gemeenschap, maar evengoed die van een wijdere kring van landen, grondig leren kennen. Een beschaafd land, tenslotte, draagt zorg voor het democratisch gehalte van de samenleving binnen zijn grenzen. In het Nederlandse waardenpatroon neemt tolerantie een hoge plaats in. Begrip voor en aanvaarding van openheid en pluriformiteit als wezenskenmerken van onze samenleving kunnen alleen tot stand komen door communicatie, door een verstandhouding door middel van de taal. De kwaliteit van die verstandhouding tussen de taalgenoten - een verstandhouding op basis van begrip en tolerantie - is mede afhankelijk van de aandacht die Nederlanders aan hun taalgebruik besteden. Technologie is overal in het buitenland te koop. Voor cultuur, in de breedste zin van het woord, kan Nederland niet zonder zijn eigen letterenfaculteiten.

Fotokopieën

Beantwoorden de letterenfaculteiten aan de doelstellingen die ik in de vorige alinea heb opgesomd? Helaas: de eerlijkheid verbiedt een ongeclausuleerd ja als antwoord op deze vraag. Voor zover mijn beperkte waarneming strekt, kan ik verzekeren dat er jaarlijks talrijke doctoraalbullen worden uitgereikt aan talentvolle jonge mensen die zich met hard werken een vak eigen hebben gemaakt en die niets liever willen dan zich daaraan in hun verdere leven met hart en ziel wijden (of ze daartoe de kans zullen krijgen, is echter zeer onzeker). Daarnaast is er een veel te lange stoet van middelmatigen die braaf hun punten hebben verzameld, maar zich door niets in de studie werkelijk hebben laten boeien. En dan zijn er de probleemgevallen die na vijf, zes jaar nog geen behoorlijke zin op papier kunnen krijgen en nog steeds niet begrijpen waarom het eigenlijk gaat. Een strengere selectie, op grond van kwaliteit, zou heilzaam werken. Daarover is iedereen het eens. Maar telkens weer ziet men hoe de noodzakelijke gestrengheid sluipend wordt ondermijnd door onuitgesproken overwegingen die met kwaliteit niets van doen hebben. Het geldende financieringssysteem maakt de toewijzing van personele middelen namelijk afhankelijk van het aantal afgeleverde studenten...

Er is meer niet zoals het wezen moet. Naar mijn indruk hebben de universiteiten op de van hogerhand opgelegde verkorting van de studieduur op grote schaal gereageerd met een verschoolsing van de programma's en met een ver doorgevoerde kwantificering van studie-onderdelen. Nu de minister van onderwijs heeft bepaald hoeveel uren de student aan de studie dient te besteden om in vier jaar het doctoraaldiploma te kunnen behalen, verloopt de studie aan de hand van overzichtelijke syllabi waarin de leerstof puntsgewijs is samengevat. Studeren komt neer op het met fluorstift markeren van stukjes tekst. Boeken lijken aan de huidige letterenstudie nog maar in beperkte mate te pas te komen: de te bestuderen literatuur is in zogenaamde "readers' - gebundelde fotokopieën - bijeengebracht, waarbij het totale aantal pagina's zorgvuldig aan vastgelegde normen beantwoordt. De gehele studie is verkaveld in hapklare brokken waaruit de student, kiezend uit legio mogelijkheden, een eigen menu samenstelt. En zoals te verwachten was blijken de berekenende burgers die dit land bewonen, berekenende zonen en dochters voort te brengen. Natuurlijk: dit is een boutade. Maar niettemin is er alle reden voor de vraag of deze dwaze neiging tot programmeren en kwantificeren voor het onderwijs niet de dood in de pot is. Inspirerend onderwijs laat zich niet in mootjes hakken.

Remedies

De problematiek van de letterenstudies aan de Nederlandse universiteiten is buitengewoon ingewikkeld. Een van de belangrijkste vragen is echter: hoe moeten de letterenstudies hun taken blijven vervullen onder een regime van bezuinigingen?

Het maatschappelijke belang van de letterenstudies voor de Nederlandse samenleving maakt opleidingen van een adequaat, met het buitenland vergelijkbaar niveau noodzakelijk. Dat betekent niet dat elke universiteit het volledige scala van letterenstudies moet kunnen aanbieden, maar wèl dat elk letterencurriculum dat wordt aangeboden, aanspraak moet kunnen maken op consistentie, duurzaamheid en volwaardigheid - eigenschappen die ook bij teruglopende aantallen studenten gegarandeerd zouden moeten worden. Zo wordt een waarborg geschapen dat het personeelsbestand, en daarmee de kwaliteit van de opleiding, niet onder een bepaalde basisomvang mag dalen. Alleen op deze wijze kan, naar ik meen, het impromptukarakter van het huidige beleid worden vermeden. Met recht pleiten de gezamenlijke letterdecanen, wier brief ik hierboven heb aangehaald, voor een samenhangend beleid. Dat zou een landelijk beleid op de langere termijn moeten zijn, in overeenstemming waarmee elke universiteit verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de door haar aangeboden studierichtingen zou moeten aanvaarden.

Tegenover de garantie van consistentie, duurzaamheid en volwaardigheid zou de betrokken faculteit of studierichting een strengere selectie van studenten moeten stellen dan thans veelal plaatsvindt. Alleen studenten die tijdens het eerste studiejaar van voldoende talent en studiezin blijk geven, zouden tot het vervolg van de studie mogen worden toegelaten.

Het onderwijs zou een nieuw elan moeten krijgen: niet langer een tot op het uur nauwkeurig berekende leverantie van studiepunten, maar een voortdurende uitdaging van intellect en sensibiliteit. In de letterenfaculteiten hoort het hart van de Nederlandse cultuur te kloppen.