CSM daagt beurs voor rechtbank

Het voedingsmiddelen- en biochemieconcern CSM is woensdag een gerechtelijke procedure begonnen tegen de Amsterdamse effectenbeurs.

Inzet van deze bodemprocedure, die jaren kan gaan duren, is handhaving van de beursnotering. Op 12 mei kondigde CSM al aan de effectenbeurs voor de rechter te willen dagen, omdat de beurs van plan is de noteringsovereenkomst met CSM per 1 juni 1994 op te zeggen. Dit zou inhouden dat CSM uit de notering zou verdwijnen. De beurs besloot hiertoe omdat CSM de regeling omtrent beschermingsconstructies niet wil aanvaarden. Het gaat om de niet-royeerbare certificaten, die de beurs een doorn in het oog zijn omdat die constructie de aandeelhouders hun stemrecht ontneemt.

Toen de beurs en CSM in 1984 een noteringsovereenkomst sloten bestond de bepaling nog niet dat het bestaan van niet-royeerbare certificaten als beschermingsconstructie niet is geoorloofd. CSM stelt zich op het standpunt dat moet worden vastgehouden aan de noteringsovereenkomst en dat de beurs deze afspraak niet eenzijdig kan opzeggen.

Het CSM-bestuur heeft verklaard zich tot het uiterste te zullen verzetten tegen het dictaat van de beurs en heeft de jurist prof. mr. P. van Schilfgaarde in de arm genomen. Volgens CSM is het hangende de procedure niet mogelijk een koersmaatregel te treffen. Aangezien alleen al een eerste bodemprocedure lange tijd in beslag kan nemen, is het dus vrijwel uitgesloten dat CSM per 1 juni 1994 van de beurs verdwijnt. Eerder dit jaar zei CSM-topman Van Loon dat het concern desnoods zou uitwijken naar een buitenlandse beurs, zoals Frankfurt, wanneer de notering in Nederland wordt geschrapt. Op 12 mei kwam hij op dat voornemen terug en verklaarde hij dat indien de rechterlijke uitspraak in het nadeel van CSM uitvalt het concern zich daar bij zal neerleggen.