Beurs onderzocht voorkennis bij staatslening; Aanvaring tussen beurs en Kok over handelwijze Agent van Financiën

AMSTERDAM, 23 JULI. Mogelijk misbruik van voorwetenschap bij het opsplitsen van een dertigjarige staatslening in februari dit jaar is de aanleiding geweest voor een forse aanvaring tussen de Amsterdamse effectenbeurs en het ministerie van financiën. De beurs heeft een onderzoek verricht naar de gang van zaken rond de lening. In februari ontkende een woordvoerder van de beurs dit nog.

Uit een vertrouwelijke briefwisseling tussen beursvoorzitter drs. B.F. baron van Ittersum en minister W. Kok (financiën) blijkt dat de beurs onder meer heeft onderzocht of de Agent van Financiën, drs. H.T.M Bevers, een aantal buitenlandse effectenhuizen vantevoren heeft genformeerd over de splitsing, die de lening veel aantrekkelijker maakte voor beleggers.

Bij het "verknippen' of "strippen' van een lening worden de hoofdsom en de rentecoupons gesplitst en apart verhandeld. De staatslening wordt daardoor aantrekkelijker voor grote beleggers, de belangrijkste klanten van de handelsbanken. Voorwetenschap over het "strippen' van de dertigjarige lening was daardoor begin februari veel geld waard. Buitenlandse effectenhuizen die al wisten dat de lening "gestript' werd, verdienden begin februari veel geld doordat ze als eersten na de aankondiging door Financiën in staat bleken in de zogenoemde "strips' te handelen. De Nederlandse banken hadden tot hun grote woede in eerste instantie het nakijken.

In een brief, gedateerd 5 februari 1993, schreef Van Ittersum aan de minister dat buitenlandse marktpartijen bij het "verknippen' van de lening “beschikten over zodanige informatie dat hierdoor een ongelijke positie tussen de marktpartijen zou hebben bestaan”. Van Ittersum liet de minister daarbij weten “een onderzoek in te stellen”. Op dezelfde dag in februari ontkende een beurswoordvoerder tegenover Het Financieele Dagblad dat er sprake was een onderzoek. “We zijn altijd voorzichtig met de formulering of er nu wel of niet een officieel onderzoek is”, zegt een beurswoordvoerder nu.

Op 1 maart herhaalde de beursvoorzitter in een tweede brief aan Kok nog eens dat er sprake was van een onderzoek naar de gang van zaken rond de lening.

Ondanks de ernstige vermoedens die in de briefwisseling naar voren komen, is het onderzoek inmiddels stopgezet, zo bleek vanmorgen uit de woorden van eenbeurswoordvoerder. “Wat ons betreft is die zaak afgedaan.”

Het is niet de eerste keer dat de Agent van Financiën in verband wordt gebracht met de verspreiding van voorwetenschap. Na onthullingen in deze krant ontkende oud-minister van financiën Ruding in mei 1989, in antwoord op Kamervragen, dat Bevers een aantal partijen vantevoren op de hoogte had gebracht van de uitgiftekoers van een staatslening. Het beursbestuur liet toen in een officiële verklaring weten betere afspraken te zullen maken met Bevers, zodat “herhaling wordt voorkomen”.

In een brief, gericht aan beursvoorzitter van Ittersum, ontkende secretaris-generaal drs. C. Rensen van Financiën op 22 februari namens de minister dat Bevers voorwetenschap heeft verspreid. “(...) desgevraagd is mij bevestigd dat geen enkele marktpartij is genformeerd over de inhoud van de aankondiging inzake het splitsen. (van de staatslening, red.)”.

De beurs zette ondanks de ontkenning van Financiën het onderzoek naar misbruik van voorwetenschap voort, zo blijkt uit de brief die Van Ittersum op 1 maart naar Kok heeft gezonden. De beursvoorzitter schreef over de ontkenning van Financiën: “Wij zullen deze in ons onderzoek betrekken”.

Volgens het Wetboek van Strafrecht kan iemand die een geheim - dat hij kent uit hoofde van zijn ambt (zoals informatie over een staatslening, red.) -opzettelijk schendt een gevangenisstraf van ten hoogste één jaar krijgen plus een geldboete.

Misbruik van voorwetenschap, dat sinds vorig jaar is overgebracht naar de Wet Toezicht Effectenverkeer, zou voor de betrokken effectenhuizen kunnen gelden. Op misbruik van voorwetenschap, waarvoor overigens nog nooit iemand in Nederland is veroordeeld, staat een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.