Als was

Het verborgene van wespendieven heeft ook met hun voedsel te maken. Ze graven nesten van wespen uit (beeld: een wespendief waarvan, net als bij een gravende hond, alleen de staart nog uit de aarde steekt) en eten de vette larven op. Voor een roofvogel leeft de wespendief verrassend dicht bij de grond.

Waarom vertel ik dit? O ja! Diep in de boswachterij was Rob in een spar geklommen. Hij hield een kuiken op, zodat ik het van beneden in de kijker kon nemen. Een dag of achttien oud. Volkomen weerloos in het dons. Maar een barstensvolle krop. Er werd goed voor hem gezorgd.

Na het nodige meten en wegen kwam Rob naar beneden met twee trofeeën - een stukje raat en een twijg van Amerikaanse eik.

Een stukje raat: grijs, vochtig en taai. De structuur ervan deed me denken aan het karton waarin boeken worden opgestuurd. Dit was de raat van Duitse wesp. De raat van gewone wesp is geel getint en nogal broos.

Een twijg van Amerikaanse eik: zolang een nest in gebruik is, zal de wespendief vrijwel dagelijks een verse tak op de rand deponeren. Er zat wat mest op het blad.

“Moet je ruiken”, zei Rob.

“Roggebrood”, gokte ik.

“Was”, zei Rob en hij bedoelde: was als in een kaars. Zo ruikt de mest, zo ruikt het kuiken zelf, zo ruikt uiteindelijk het hele nest. Die geur waart door het bos, de geur van wespendief.