Alles mag aan de oostgrens tussen China en Rusland

SUIFENHE, 23 JULI. Er ontbreekt iets aan de Chinees-Russische grens tussen Suifenhe en Pogranitsjnii. Als men de Chinese grens overstreekt komt men in een land zonder naam terecht. Toen de grenspost na ruim 20 jaar hermetische sluiting in de zomer van 1991 heropend werd, hebben de Chinezen een nieuw trapezium-vormig douane-complex over de smalle grint- en kiezelweg gebouwd, waarop in goud in het Chinees en het Engels "Volksrepubliek China' staat.

Het is een boodschap aan de Russen dat hun taal nog slechts de derde positie inneemt. Wat de Russen precies gebouwd hebben is niet helemaal te zien door de heuvels en de begroeiing, maar één ding is duidelijk: het land heeft geen naam. Een eenzame Russische grenswacht geeft toe dat het bord CCCP (USSR) van de hoge groene stellage is afgehaald en het bord "Rusland' of "Russische Federatie' is er nog niet. Hij weet niet waarom.

Wel ronkt een eindeloze colonne Russische vrachtwagens, merk Kamaz, die allemaal nog als landteken SU hebben. Ze brengen alles binnen: bulldozers, graafmachines, tractoren, staalbalken, platen, draad, autobanden en vooral berkeboomstammen, zoveel dat de Chinezen op geen stukken na genoeg opslagruimte hebben en veel langs de weg staat of ligt te roesten en rotten.

Suifenhe is hier de belangrijkste van de 18 grensovergangen in de 3.040 km lange grens tussen Heilongjiang en het Russische Verre Oosten. Het is 200 km van Vladivostok en wordt het eindpunt van China's "Wilde Oosten' genoemd, dat echter aan de overkant van de grens nog wilder wordt. Want hoewel de Chinezen mee kunnen praten als het om vrije handel gaat - het verloopt er tenminste allemaal nog redelijk gedisciplineerd, vergeleken bij de cowboy- en gangsterpraktijken aan de Russische kant.

Suifenhe is ook de enige spoorwegovergang in de 35 miljoen inwoners tellende provincie Heilongjiang. Het dichtsbijzijnde andere grensstation is 1.600 km noordwestelijk in Manzhouli in Binnen-Mongolië. Er is niet één rivierbrug van Rusland naar China, noch in de Oessoeri, noch in de Amoer. In Heihe, 1.000 km noordwestelijk is een nieuwe spoorlijn en een eerste brug over de Amoer in aanbouw. Alle verkeer tussen de twee landen loopt dus via de flessehals Suifenhe.

Twee jaar geleden was het nog een slaperig, groezelig gat met 30.000 inwoners. Een jaar na de ondertekening van een grenshandelsovereenkomst zijn het er al 70.000 en elke dag openen handelsfirma's uit alle Chinese provincies er kantoren, op korte termijn voor handel met Rusland, maar in het achterhoofd van de handelaren speelt de gedachte dat Suifenhe een van Noordoost-China's twee belangrijkste uitgangen naar de Stille Oceaan, naar Japan, Korea en de hele wereld zal worden.

De Russische veroveringspolitiek in 1858-1860 was er systematisch op gericht om China hier van de zee weg te houden. Heilongjiang en de zuidelijk aangrenzende provincie Jilin hebben geen uitgang naar zee. Tussen Jilin en de Japanse Zee ligt een strip land van slechts 14 km Noordkoreaans en Russisch gebied. Het ontbreken van een toegang tot de zee zal hier geregeld worden door een multilateraal ontwikkelingsproject, het zogenoemde "Tumen Regionaal Ontwikkelingsprogramma', maar de bouw van de infrastructuur moet nog beginnen en de Russen zijn er niet zo enthousiast over. Suifenhe heeft echter al een begin van ontwikkeling, met name de spoorlijn.

De tweetalige bazaars, pakhuizen en straatmarkten van de stad, die grotendeels onverharde wegen heeft, worden in veel groteren getale dan in Harbin overspoeld door Russen, die in laarzen en sjofele kleren overal door de modder banjeren. Als de meeste Chinese steden zwart zien van de Chinezen, ziet het hier "blond' van de Russen. Vooral op zondag komen ze met treinenvol binnen. In een enorme loods van 4.000 vierkante meter met 560 kramen, de "Azuren Wolk-markt', kopen de Chinezen Russisch bont, hoeden en militaire kleren in, vooral overjassen, maar ook gala-uniformen. Ook duur bont, zoals zilvervos wordt verruild voor Japanse elektronica, die door smokkelsyndicaten belastingvrij uit Hongkong zijn aangevoerd. In de modderige hoofdstraat, waar overal bouwmaterialen in de plassen liggen, slepen Russen hun zware zakken naar het station. Her en der zitten ze met een fles bier of wodka langs de weg uit te rusten. Het zijn geen edele types.

Zwaarlijvige vrouwen die hun lading niet kunnen verslepen, zitten er bovenop en wachten op een Chinees met een bakfiets of een ezelkar om het voor ze te doen. Het station is een grote chaos, mede door de twee verschillende spoorbreedtes. Aan elk perron liggen twee sporen met een verschil van 14.5 cm. Toen de Russen omstreeks de eeuwwisseling een spoorweg-corridor door Mandsjoerije eisten als de kortste weg naar Vladivostok wilden zij die volgens Russische breedte bouwen. Volgens burgemeester Chen Lijie had de Chinese onderkoning Li Hongzhang van zijn Russische tegenspeler, de uit Nederland stammende minister van financiën graaf Sergej Witte, een belofte afgedwongen om de spoorlijn volgens internationale breedte te bouwen, maar de Russen gingen toch hun eigen gang.

De Japanners hebben in de jaren dertig de spoorwegbreedte aangepast en de lijn op het nationale Chinese net aangesloten. Op het station lopen ook een paar kozakken rond, compleet met astrakan-bonthoeden. Zij werken voor een particuliere veiligheidsdienst die voor geld te huur is om handelaren tegen de mafia te beschermen. De zogenoemde "Oessoeri-kozakken' zijn van oudsher zeer invloedrijk geweest in het Verre Oosten en waren 130 jaar geleden de eerste kolonisten in Chabarovsk en Vladivostok.

De vroede vaderen van Suifenhe zijn rusteloze "jongemannen' in de veertig, die dezelfde dynamiek en ambitie uitstralen als bestuurders van miljoenensteden. Zij zijn of Mandsjoes of Chinese transmigranten uit de provincie Shandong en zijn een kop groter dan de gemiddelde Chinees. Door het barre klimaat - winters van acht maanden waarin de temperatuur zakt tot veertig à vijftig graden onder nul - zijn ze gehard en hun levenstijl komt sterk overeen met die van Russen, Canadezen en Amerikanen uit Alaska. In drinkgelagen leggen heel wat Russen het tegen hen af.

Alles mag aan de grens, behalve wapen- en drugssmokkel. Bordelen zijn ruim voorhanden achter een bordje "koffie-shop' met een rose hartje eronder. Burgemeester Chen Lijie wil dat Suifenhe de grootste "landhaven' van Noordoost-China wordt en dat de lading van 1,3 miljoen ton die nu de grens overgaat in het jaar 2000 tot 10 miljoen ton zal zijn gegroeid. Aan de grens wil hij een vrije veiling openen waar Chinezen en Russen volledig vrij van belasting en invoerrechten goederen kunnen verhandelen, op ruil- of geldbasis. De Russen voelen daar niet voor, want de handel is al zo in hun nadeel en de Russische staat is veel berooider dan de Chinese en wil overal belastingen op heffen, vooral op de losbandige grenshandel.

Burgemeester Chen zegt dat zijn grootste probleem de verdubbeling van de spoorlijn naar Harbin is, een investering van 1,7 miljard yuan (ruim 500 miljoen gulden). Hij heeft net het nieuws ontvangen dat een Amerikaans bedrijf 17 miljoen dollar zou investeren in de aanleg van een weg naar Harbin. Amerikanen uit Alaska zijn ook actief in de verbetering van de infrastructuur aan de Russische kant, met name vliegvelden in Chabarovsk, Vladivostok en Magadan. Alaska was Russisch tot de minister van buitenlandse zaken van president Lincoln, William Seward, het kocht in 1867.

Het ziet er naar uit dat er in deze regio een nieuwe "subarctische' gemeenschap in de maak is van mensen met hetzelfde klimatologische temperament.