Werkwillige binnenschippers bekogeld met buizen en stenen; "Ze willen mijn kop en stuurhut verbouwen'

WILLEMSTAD, 22 JULI. Met twaalf speedbootjes stuiven ze af op het binnenschip Joveliene. Hun vuisten zijn gebald en een enkeling heeft een bivakmuts of een nylonkous over het hoofd. Als piraten klimmen ze op het voordek, waar drie jonge matrozen en een fotograaf van deze krant staan. De zwarte bivakmuts eist het filmrolletje. Onder bedreiging wordt de camera afgepakt en boven het water gehouden. De keus is simpel; camera mèt rolletje het water in of alleen het rolletje. De actievoerders halen de film uit de camera en snoeren hem vast om de nek van de fotograaf.

In de stuurhut zien binnenschipper Henjo van Twillert en zijn vrouw het tafereel met verbazing aan. Dit geweld hadden ze niet verwacht, anders hadden ze wel de kinderen en de fonkelende grijze Mercedes van boord gehaald. Nu buitelen in de kajuit de tienjarige Marlon, de vijfjarige Carolien en een logeetje over elkaar heen. Hun ogen stralen van zoveel opwinding.

Het is woensdagavond kwart over zeven als de hoge sluizen van Willemstad opdoemen. De drie binnenschepen van de firma De Beijer, volgeladen met kolen, zijn te vroeg. De politie had hen pas om negen uur verwacht. De protesterende binnenschippers echter nièt. Een dertigtal mannen heeft zich opgemaakt om de schepen van De Beijer een "warm welkom' te bereiden. Ze zijn woedend op het bedrijf uit Kekeldom, dat tegen twee actievoerders uit Willemstad een kort geding heeft aangespannen. Aan de vooravond van het geding, dat morgen in Breda dient, lopen de emoties torenhoog op.

Na het voordek is de stuurhut van de Joveliene het volgende doelwit. In de deuropening duwen de actievoerders de vrouw opzij en roepen om wraak. De kleine Carolien is nu doodsbang voor de zwarte bivakmuts. “De kinderen eruit”, roept een boze man en de kinderen verdwijnen spoorslags naar de woonkamer. Een man rukt de gashendel uit de handen van schipper Henjo. “Achteruit, je komt er niet in. Je hebt ons vreten afgepakt.” Hij gebaart naar de lading zwarte kolen.

De actievoerders verlaten de Joveliene als het schip een eind achteruit is gevaren, maar staan even later weer aan boord om opnieuw de film uit de camera te trekken. Een man waarschuwt schipper van Twillert: “Als je nu doorvaart, speel je met je leven.” Dan schiet ineens een boot van de Rijkspolitie voorbij met twee agenten aan boord. Voor de boze actievoerders een sein om zich terug te trekken.

Een lange periode van wachten breekt aan. In allerijl moeten agenten thuis worden opgetrommeld. Eén schipper besluit terug te keren naar Rotterdam. Al twee jaar lang doet hij geen oog dicht omdat hij meermalen bedreigd zou zijn. “Ze willen mijn kop en mijn stuurhut verbouwen.”

Maar Van Twillert en zijn collega varen door. Vantevoren is afgesproken dat De Beijer garant staat voor schade aan de Joveliene, eigendom van Van Twillert en zijn vrouw. De Beijer is een goede opdrachtgever, meent de schipper, wat de actievoerders ook over het bedrijf zeggen. Zij hekelen De Beijer, omdat het bedrijf lading buiten de schippersbeurs om vervoert tegen lagere prijzen dan op de beurs gelden. De actievoerders willen de verladers juist verplichten hun lading op de beurs aan te bieden.

De schemering valt als de politie toestemming geeft op te stomen. De Volkeraksluizen doemen badend in een zee van licht op, maar in de donkere stuurhut glimmen alleen de sigaretten. De eerste eieren kwakken tegen de zijkant van de Joveliene. Als het schip onbereikbaar is geworden, springen de actievoerders in hun auto. Over de parallelweg razen ze naar de brug, waar meer dozen met eieren klaar staan. In de sluis moet Van Twillert wachten. De politie voert een charge uit en de dolgeworden honden rukken aan hun riemen. Agenten willen beletten dat meer binnenschippers zich verzamelen en draaien de brug omhoog. De standvastige actievoerders gaan mee de hoogte in.

Als de sluisdeuren eindelijk opengaan, klinkt het geluid van een tropische regenbui op een golfplaten dak. Tientallen eieren dalen op de Joveliene neer, begeleid door luid geschreeuw. Pas als het getik is opgehouden, waagt iedereen zich naar buiten. Het dek en de relingen zijn spiegelglad en de Mercedes is bedekt met een dikke laag snot. Terwijl het doorzichtig slijm van de ramen drupt, pakken de matrozen al de slang om de Joveliene schoon te spuiten.

Het is donderdagochtend half elf als de telefoon gaat. Aan de andere kant van de lijn is Henjo van Twillert, die verhaalt van een onrustige nacht. De eieren van Willemstad bleken slechts een voorproefje te zijn, want tijdens zijn tocht naar België is hij nog bekogeld met een ijzeren buis, aardappelen en stenen. Het dak is gedeukt. En de fonkelende grijze Mercedes? Die heeft een fikse kras opgelopen.