"Vrouwen begeven zich wat sneller in het onbekende'

"Ligt Mekka daar?,' wijst een verblufte cursist naar de ramen waardoor het middaglicht de gebedsruimte binnenstroomt, "dat is ook stomtoevallig zeg." Het lijkt een wonder van voorzienigheid: bouw je in een afgekeurd schoolgebouw een moskee, bevinden de ramen zich precies op het zuid-oosten.

Op het tapijt van de gebedsruimte zijn 36, voornamelijk oudere, deelnemers van de Amsterdamse Zomerschool neergestreken. Ze hebben gekozen voor het thema "Verscheidenheid in culturen en religies' en een excursie brengt hen deze middag naar het Turks Islamitisch Sociaal Cultureel Centrum in Amsterdam Noord.

Als illustratie van de spreekwoordelijke gastvrijheid staan bij binnenkomst de thee en de Turkse zoetigheden al klaar en gastheer Haliz Oncu is bereid om ieders vragen - behalve die over politiek - uitvoerig te beantwoorden. "U hebt wel een echte Amsterdamse tongval", fluistert een oudere dame hem bij wijze van compliment in het oor. Haliz knikt haar vriendelijk toe en zegt tegen de aanwezigen dat hij het "ontiegelijk jammer" vindt dat de imam vanmiddag niet is gekomen want die kan veel meer over de religieuze kanten van de Islam vertellen.

Boven, voor de gebedsruimte, hebben alle deelnemers hun schoenen uitgedaan en ze betreden nieuwsgierig het sobere vertrek. Langs de muren liggen gekleurde kralenkettinkjes - met 3 keer 33 kralen zoals ze later uitgelegd zullen krijgen - en er staan drie in felle kleuren geschilderde meubelstukken.

Links een laag spreekgestoelte met een dichtgeslagen Koran op de rand, in het midden voor de ramen een halfrond gebedshuisje met een kleedje waarop de imam voorgaat in het gebed, en helemaal rechts tegen de muur een sprookjesachtig trappetje met bovenaan een laag, overkapt plateau.

Hoewel er buiten deze drie attributen niet veel te zien is in dit tot gebedsruimte verbouwde klaslokaal, biedt de omgeving aanleiding tot het stellen van tientallen vragen. Preekt de imam? Spreekt hij ook over actuele zaken? Wordt er voor de Bosnische Moslims gebeden? Waar blijven de vrouwen en waar de kinderen? Draagt de Imam lithurgische kleding, hoe gaan de gebeden en kent iedereen die uit zijn hoofd? "Dit is kennis die je niet uit boekjes haalt", stelt een mevrouw tevreden vast als ze haar schoenen weer aantrekt.

Dat geldt wat haar betreft zeker voor het verhaal van de heer Eliyaza, de voorzitter van het Turks Islamitische Centrum. In gebroken Nederlands en op bijna fluisterende toon vertelt hij aan zijn ademloos luisterende gehoor onder welke omstandigheden hij bijna dertig jaar geleden naar Nederland kwam en hoe hij hier met vrouw en kinderen langzamerhand geworteld is. "Ik kwam met een lichte koffer", besluit hij zijn geschiedenis, "maar de koffer is in de loop der jaren steeds zwaarder geworden." Een lang maar ontroerend antwoord op de vraag of hij op zijn leeftijd nog zou kunnen wennen in Turkije.

De Zomerschool is een initiatief van het Mozeshuis, een centrum voor volwassenen-educatie, behorend bij de Mozes &a Aronkerk in het hartje van Amsterdam. In vier jaar tijd zag coördinator Rob Hoogenboom het aantal deelnemers groeien van 150 tot ruim 400. Educatief en gezellig is het motto van de Zomerschool, een formule die blijkt aan te slaan want in het hele land zijn de laatste jaren vergelijkbare zomercursussen van start gegaan. Was de Zomerschool aanvankelijk speciaal bedoeld voor senioren, inmiddels is de leeftijdsgrens van vijftig jaar losgelaten, "want', zo zegt Rob Hoogenboom, "ook jonge mensen zijn genteresseerd in thema's als criminaliteit, cultuur, vluchtelingenbeleid, milieu en wonen." Dat neemt echter niet weg dat vier van de vijf cursisten nog steeds ouder zijn dan zestig, een op de vier is zelfs de zeventig gepasseerd. En 80% van de deelnemers is vrouw. "Mannen denken dat ze alles al weten,' verklaart Hoogenboom de geringe belangstelling van de heren, "en,' zo voegt hij er iets serieuzer aan toe, "vrouwen begeven zich nu eenmaal wat makkelijker in nieuwe, onbekende situaties."

Kwieke, leergierige senioren zijn het, afkomstig uit alle lagen van de bevolking. De een heeft nooit meer dan lagere school gehad de ander is gepromoveerd, wat ze delen is een gretige belangstelling voor de cultuur, de geschiedenis en de problemen van de grote stad. Ze schreven zich dit jaar in voor vijfdaagse cursussen met klinkende titels als "Criminaliteit en gezelligheid', "Welkom en ongewenst', "Amsterdam, tussen trots en ergernis' en "Aan loze dromen voorbij'. Ze bezoeken de gevangenis, het Leger des Heils, de rioolwaterzuivering-Oost, een multi-etnische buurt en er wordt levendig gediscussieerd met vluchtelingen, drughulpverleners, bewoners van een woongroep, kunstenaars en daklozen. Voor de prijs van zestig gulden hoeft niemand dit te missen.

"Ik heb voor deze cursus ingeschreven omdat ik mezelf steeds vaker betrapte op vooroordelen tegen de Islam", vertelt mevrouw H. Winkler, als we op weg zijn naar de moskee in Amsterdam Noord. Maar de lezing van de secretaris van Nederlandse Moslim Raad, Sajidah Abdus Sattar, 's morgens in het Mozeshuis heeft haar wat dat betreft niet echt op weg geholpen. "Deze vrouw is een gelovige en van zo iemand kun je geen objectief verhaal over de Islam verwachten."

Haar boosheid over de intolerantie van de Islam is door deze lezing alleen maar toegenomen, bekent mevrouw Winkler. "Op alle kritische vragen over echtscheiding en de positie van de vrouw in de Islam gaf ze veel te mooie antwoorden." De dames Tak en Hooning, twee vriendinnen die beiden als vrijwilliger Nederlands geven aan allochtone vrouwen zijn heel wat positiever over het ochtenprogramma. "Ik hoor hier veel nieuwe dingen over de Islam", zegt mevrouw N. Tak. Ze vindt het "te privé" om aan de vrouwen in de klas te vragen waarom ze soms wel en soms niet een hoofddoek dragen. "Maar het is ook een taalkwestie, want je moet goed Nederlands spreken om de diepere betekenis van sommige gebruiken te kunnen uitleggen." Haar vriendin, mevrouw J. Hooning knikt instemmend. Op de Zomerschool doet ze praktische kennis op die haar goed van pas komt in het vrijwilligerswerk. "Er zijn veel dikke boeken geschreven over de Islam, maar dat is allemaal op een heel hoog niveau. Dan moet je echt gaan zitten studeren."