Toedracht Sojoez-drama pas na kwart eeuw duidelijk

Meer dan 26 jaar geleden sloeg in Kazachstan een bemande Sojoez op de grond te pletter. Het was, wordt nu duidelijk, het eerste dodelijke ruimtevaart-ongeval in de Sovjetunie. Enkele maanden eerder waren in de VS drie astronauten om het leven gekomen toen er tijdens een oefening brand uitbrak in hun Apollo-cabine.

Pas de laatste jaren is bij stukjes en beetjes bekend geworden wat de oorzaken van deze Sojoez-ramp waren en vooral ook wat er aan voorafging. Het voorspel van het drama begon al in november 1967, toen een eerste onbemande Sojoez in een lage baan om de aarde werd geschoten. Zoals te doen gebruikelijk werd het toestel niet als Sojoez (Eenheid) aangeduid, maar als nummer 133 opgenomen in de Kosmos-kunstmanenserie, die voor alle mogelijke doeleinden dienst deed en dat zelfs nu nog doet. Jarenlang is de benaming "Kosmos' in wezen een vlag geweest die alle mogelijke ladingen moest dekken.

Vanzelfsprekend wordt bij het uitproberen van nieuwe technologieën als de ruimtevaart rekening gehouden met mislukkingen. Daar ontkwam ook Kosmos-133 niet aan, maar het duurde wel tot een paar maanden geleden voordat de details over de testvlucht van de "133' werden onthuld. Naar China...

De ruim 6,5 ton wegende Kosmos-133 was (op 28 november 1966) nog maar net in zijn aardse omloopbaan tussen 181 en 232 km gedirigeerd of de vluchtleiding kwam tot de ontdekking dat het toestel niet stabiel kon worden gehouden bij het afvuren van de remraketten die het voertuig naar de aarde moesten laten terugkeren. Toen de vluchtleiders er na twee etmalen ten slotte toch in slaagden de satelliet af te remmen, moesten ze tot hun afgrijzen vaststellen, dat de terugkeercapsule een koers volgde die tot een landing op Chinees grondgebied zou leiden. China was op dat moment een politieke vijand. Daarop werd via een radiocommando een explosieve lading tot ontploffing gebracht.

Aanzienlijk beroerder verliep een tweede proefneming, eind 1966. Slechts enkele seconden voor de lancering werd de startprocedure plotseling afgebroken. Leden van de staatscommissie die de start zouden bijwonen, begaven zich naar het lanceercomplex, maar moesten halsoverkop een goed heenkomen zoeken toen de raketmotoren van het zogeheten ontsnappingssysteem onverwacht in werking traden. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat het ruimteschip van de draagraket wordt losgerukt, naar veilige hoogte wordt geschoten en vervolgens aan zijn parachute naar de aarde terugvalt.

Maar dit maal ging het geheel fout. De brandstoftanks aan boord van de onbemande Sojoez ontploften, even later gevolgd door de complete bovenste trap van de draagraket. Ten slotte verdween de complete combinatie in een gigantische vuurzee, die ook het startplatform volledig verzwolg.

Laatste test

Op 7 februari 1967 ging er opnieuw een onbemande Sojoez - met de aanduiding Kosmos-140 - van start. De test leek aanvankelijk goed te verlopen. Tijdens de terugkeer brandde bij het binnendringen van de dampkring een speciale plug voor onderhoudswerk door in het hitteschild van de landingscapsule. Daardoor raakte het toestel zodanig uit zijn koers, dat het een wak sloeg in het met een dikke ijslaag bedekte Aral Meer. Daar bleef de capsule nog even drijven, totdat er water naar binnen drong. Duikers wisten de fiks gehavende cabine later vanaf een diepte van tien meter te bergen.

Er waren toen dus drie proefnemingen geweest, die alle drie waren mislukt. En dus mocht worden verwacht dat er nog wel wat extra testvluchten zouden worden uitgevoerd. Maar zo bleek dat niet te werken in de toenmalige Sovjet-Unie. Het Kremlin wilde maar één ding: zo spoedig mogelijk alles overtreffen wat de Amerikanen in 1965 en '66 met het Gemini-project hadden uitgevoerd. Sovjetleider Brezjnjev gaf daartoe de definitieve opdracht. In april moest het gebeuren, met maar liefst twee bemande Sojoezi tegelijk.

De experts sputterden tegen. Vasili Misjin, het nieuwe hoofd van de Sovjetruimtevaart, weigerde zelfs zijn handtekening te zetten onder het vluchtdocument.

Overstapje

Het was de bedoeling dat eerst de Sojoez-1 zou worden gelanceerd, met aan boord de ervaren kosmonaut Vladimir Komarov, een dag later gevolgd door de Sojoez-2 met de kosmonauten Valeri Bikovski, Aleksei Jelisejev en Jevgeni Chroenov. Na een rendezvous en koppeling van beide toestellen zouden Jelisejev en Chroenov een ruimtewandeling maken teneinde ("buitenom') naast Komarov in de Sojoez-1 te kunnen plaatsnemen en met hem naar de aarde terug te keren. Bikosvki zou vervolgens op zijn beurt de missie van de Sojoez-2 in zijn eentje beëindigen.

Een dergelijk spektakelstuk zou niet alleen alles overtreffen wat de Amerikanen via hun Gemini-project al hadden vertoond, maar ook nog eens een waardevolle eerste training zijn voor procedures die de Russen bij hun programma voor bemande maanlandingen, het N-1/L-3-project, wilden volgen. Daarbij zou een van de twee bemanningsleden in een baan om de maan vanuit een aangepaste Sojoez buitenom overstappen in het eigenlijke landingsvaartuig.

Afgelast

De lancering van de Sojoez-1 met Komarov vond plaats op zondag 23 april om 03.35 uur Moskouse tijd. Meteen nadat het toestel in zijn baan (201 bij 224 km) was gekomen, openbaarden zich al de eerste ernstige problemen. Een van de twee "vleugels' met zonnecellen voor de opwekking van elektrische energie, het bakboord-exemplaar, weigerde zich te ontvouwen. Omdat de Sojoez-1 een actieve rol moest spelen bij de rendezvous- en koppelingsmanoeuvres, zat er voor de vluchtleiding niets anders op dan de lancering van de startklare Sojoez-2 af te gelasten. Sojoez-1 kreeg intussen nog meer problemen zoals de kortegolfverbindingen en in het standregelingssysteem. Tot overmaat van ramp bereikte ook een door het controlestation op de Krim uitgezonden signaal voor het afvuren van de remraketten het toestel niet, wat betekende dat Komarov dat karwei zelf voor zijn rekening zou moeten nemen. Kosmonaut Pavel Beljajev verzekerde minister Oestinov dat een dergelijke werkwijze ook voor Sojoez-1 mogelijk was.

Constructiefout

Dat bleek inderdaad het geval. Na zijn Sojoez in de juiste stand te hebben gebracht - waarbij hij gebruik maakte van de mogelijkheid om zich op de volle maan te oriënteren - stelde Komarov de remraketten in bedrijf en begon de bemanningscapsule van het ruimtevoertuig aan de thuisreis. “Ik ben kalm, alles is in orde, de remraket heeft prima gewerkt”, zou Komarov hebben gezegd.

Hij kon toen - een half uur voor de geplande landing - nog niet weten dat Vasili Misjin gegronde redenen had toen hij weigerde om het officiële vluchtdocument te tekenen. Toen op een hoogte van zo'n zevenduizend meter het parachutesysteem naar buiten moest worden geschoten en zich ontplooien, kwam alleen maar de veel kleinere loodsparachute vrij, waarmee de hoofdparachute moest worden losgetrokken. Maar die opgevouwen grote parachute bleef waar hij zat: in zijn speciale container-compleet-met-constructiefout . . .

De reserveparachute moest Sojoez-1 redden, maar die raakte totaal verward in de loodsparachute van het primaire systeem. Op dat moment moet Komarov hebben beseft dat hij ten dode was opgeschreven. De Pravda schreef naderhand dat Komarovs laatste meldingen ""een voorbeeld van verstandige en energieke informatie, zelfbeheersing en kalmte” waren geweest dat hij ""tot de laastste ademtocht” had gevochten “om zijn ruimteschip behouden terug te brengen”. Maar een voormalig personeelslid van een Amerikaanse militaire luisterpost bij het Turkse Istanbul kwam naderhand met andere mededelingen. Zoals het emotionele afscheid dat Komarov had genomen van zijn vrouw. Vlak voor het definitieve einde werden volgens het NSA (National Security Agency) in Turkije wanhopige hulpkreten uit de cabine opgevangen.

Twee begraafplaatsen

Op 24 april, tegen 06.23 uur Moskouse tijd, sloeg Sojoez-1 na een vlucht van slechts 26 uur, 47 minuten en 52 seconden met een snelheid van rond de vijfhonderd km per uur te pletter in het licht golvende steppengebied bij Orenburg, in de buurt van de oostelijke uitlopers van de Oeral. De geblakerde capsule barstte open en vloog in brand toen de brandstof voor de valvertragingsraketjes in de bodem van de capsulte vlam vatte.

Vladimir Michailovitsj Komarov - 40 jaar oud, getrouwd en vader van twee kinderen - was op slag dood. Zijn reserve, Joeri Gagarin, maakte deel uit van de bergingsploeg, die tot taak had de stoffelijke resten bijeen te zoeken. Na de crematie zou de as van Komarovs stoffelijk overschot in de muur van het Kremlin worden geplaatst, maar later werden rond de door de Sojoez geslagen krater - waar nu een granieten monument staat - nog meer overblijfselen van de ruimtevaarder gevonden. Die werden in de steppe begraven, waardoor hij in feite zelfs twee laatste rustplaatsen kreeg.

De verwarring rond de afloop van Komarovs ruimtevlucht was zo groot, dat minister Oestinov er pas vier uur na het te pletter slaan van Sojoez-1 door kosmonautenleider luitenant-generaal Nikolaj Kamanin van op de hoogte werd gesteld. Daarna duurde het nog weer bijna twee uur voordat Sovjet-leider Brezjnjev - op bezoek in Tsjechoslowakije - het schokkende nieuws te horen kreeg. Om precies 17.27 uur (Moskouse tijd) werd de muur van stilzwijgen definitief doorbroken en kwamen het persbureau Tass en Radio Moskou met een volkomen eensluidend communiqué: ""Kosmonaut Vladimir Komarov is om het leven gekomen tijdens het voltoooien van zijn testvlucht met het ruimteschip Sojoez-1.''

Hervatting

Een half jaar later zouden de Sovjets er in slagen twee onbemande, enigszins aangepaste Sojoez-toestellen, Kosmos-186 en -188, in een baan om de aarde aan elkaar te koppelen en vervolgens weer afzonderlijk behouden naar de aarde terug te brengen. Een soortgelijk experiment werd uitgevoerd met de Kosmos-212 en -213 in april 1968. Pas na een geslaagde proefvlucht met de als Kosmos-238 aangeduide onbemande Sojoez werd het groene licht gegeven voor de hervatting van ruimtevluchten met kosmonauten.

Het zou nog tot januari 1969 duren voordat het Sojoez-spektakel dat in 1967 moest worden afgelast (koppeling van twee bemande Sojoezi en ovoerstapje in de ruimte door twee kosmonauten) alsnog zijn beslag kreeg.

Opgevoerde versies

Sindsdien hebben Sojoez-ruimtevoertuigen af en aan gevlogen. Voor het overgrote deel met succes, al konden de beoogde doelen (vaak als gevolg van rendezvous- en koppelingsproblemen) niet altijd worden bereikt en zou er in juni 1971 nog opnieuw een ramp plaatsvinden: de drie bemanningsleden van Sojoez-11 kwamen om het leven toen tijdens de terugkeer naar de aarde de druk in hun cabine wegviel.

In totaal heeft de Sojoez nu 66 keer bemand gevlogen. maar als je daar dan ook nog eens de onbemande versies bij telt die werden gelanceerd onder de aanduidingen "Kosmos', "Zond' (voor vluchten achter de maan langs) en "Progress' (uitsluitend bestemd voor vrachtvervoer naar ruimtestations), dan zitten we al op een totaal van rond de 150.

De start van de Sojoez was zonder meer slecht. Nu echter wordt de Sojoez als een van de betrouwbaarste ruimtevoertuigen ter wereld beschouwd en denkt nota bene Amerika er zeer serieus over om enkele goedkope Sojoezi aan te schaffen als tijdelijk op het ruimtestation Freedom te stationeren reddingsschepen, die in noodgevallen dienst moeten doen om bemanningsleden van het complex in veiligheid - dat wil zeggen naar de aarde terug - te brengen.