"Ter nagedachtenis aan 't Engelse cricket'

ROTTERDAM/LEEDS, 22 JULI. Het is opnieuw een zware zomer voor de sportliefhebber in Engeland, verzuchtte een sportjournalist van The Guardian onlangs. De rugbyploeg verloor enkele weken geleden een testserie in Nieuw-Zeeland. Het wereldkampioenschap voetbal in Amerika is nog ver weg. Met cricket, een ander balspel van Engelse makelij, kijkt men al niet meer op van een nederlaag tegen Sri Lanka of, pakweg, Nederland.

Het Engelse cricketelftal krijgt vanaf vandaag een laatste strohalm waaraan het zich vijf dagen lang zal vastklampen. In Leeds begon vanmorgen de vierde van een serie van zes testmatches tegen Australië. De strijd om The Ashes brengt Australië voor de 279ste keer in het veld tegen het eens oppermachtige moederland. Australië leidt de serie met 2-0 en heeft aan een overwinning of een draw in Leeds genoeg om 111 jaar na de eerste wedstrijd om The Ashes opnieuw te fungeren als de onbarmhartige stervensbegeleider van het Engelse cricket.

De eerste keer gebeurde dat op 28 augustus 1882, in de enige testmatch die Engeland en Australië dat jaar speelden. Het werd de eerste internationale nederlaag voor Engeland in eigen land. Twintigduizend geschokte toeschouwers in het Londense stadion The Oval waren ervan getuige dat de laatste Engelse batsman werd uitgebowld, zeven runs verwijderd van de zo vertrouwde overwinning op de Aussies. Het debâcle was voor het blad Sporting Times aanleiding een rouwadvertentie te plaatsen waarin de dood van het Engelse cricket werelkundig werd gemaakt. “In Affectionate Remembrance of English Cricket, which died at The Oval on 29th August, 1882. Rest In Peace. N.B. - The body will be cremated and the Ashes taken to Australia.”

Daarmee was de legende van de cricketwedloop tussen moederland en kolonie geboren. Oorspronkelijk waren de kolonisten dan wel van Engelse en Schotse afkomst, het was niet het fijnzinnigste volk dat naar de strafkolonies was gestuurd. Cricket werd in Australië al gespeeld rond 1803; aanvankelijk alleen door gevangenbewaarders en garnizoensleden, later ook door de langgestrafte misdadigers zelf.

Tot vijf jaar voor de beruchte Ashes-wedstrijd in Londen speelde het Engelse elftal louter tegen Australische teams die bestonden uit 18 tot 22 spelers, omdat bij een gelijk aantal spelers het krachtsverschil te groot was. Maar nadat Engeland in 1877 drie keer op rij had verloren van een Australisch team van 15 man, deelde Londen haastig mee dat voortaan alleen nog maar elf tegen elf werd gespeeld; een edelmoedig gebaar als erkenning voor de geleverde inspanningen. Australië was echter al verder dan de Engelsen konden vermoeden. De eerste testmatch in de geschiedenis, voor 3.000 toeschouwers in Melbourne, werd gewonnen door Australië.

De Engelsen zouden meer vernederingen ondergaan. De grootste frustratie heette Don Bradman, die tussen 1927 en 1948 gemiddeld eens in de drie innings meer dan 100 runs scoorde. In totaal deed hij dat 117 keer, waarbij hij 37 keer boven de 200 en zes keer boven de 300 runs in een wedstrijd uitkwam.

In 1932 hadden de Engelsen genoeg van de overmacht van Bradman. Tijdens hun tour door Australië, die berucht zou worden door de term bodyline, waren de Engelse fastbowlers slechts genteresseerd in het raken van de Australische batsmen. Die tactiek werd een groot succes. Bradman en zijn teamgenoten liepen tientallen kneuzingen op in een dagenlang aanhoudend Engels spervuur, terwijl de politie de grootste moeite had het woedende publiek in de hand te houden. Bradmans battinggemiddelde liep terug tot 55,5, terwijl hij over zijn hele loopbaan een gemiddelde van bijna 100 runs per wedstrijd had.

De 'bodyline'-zaak haalde zowel in Canberra als in Londen het parlement en de spanningen tussen beide regeringen liepen hoog op door het vermeende onsportieve gedrag van de Engelsen. Het team verliet Australië echter voor het eerst sinds jaren met opgeheven hoofd. En met de Ashes. Het Engelse volk sprak desondanks schande van de tactiek en de regels werden, onder druk van het Australische dreigement niet meer naar Engeland te komen, aangepast.

Australië speelde tot vandaag 278 testmatches tegen Engeland. Daarvan wonnen zij er 106, verloren er 88, terwijl 84 wedstrijden onbeslist eindigden in een draw. Veel meer dan een draw lijkt er voor Engeland niet in te zitten met de huidige krachtsverhoudingen. Het afgelopen jaar verloor Engeland testmatches van India, Pakistan en zelfs van Sri Lanka, dat zich jarenlang moest bewijzen voordat de Engelsen zich verwaardigden het land op Lord's te ontvangen.

De kritiek in de pers gaat vooral uit naar de Engelse cricketbond, die na jaren van misoogsten weliswaar de verjonging in het elftal heeft ingezet, maar er niet voor terugdeinst spelers op te stellen die niet in Engeland zijn geboren. Uitgerekend een bowler met een Australisch paspoort, McCague, moet de Engelsen voorgaan in de strijd tegen zijn voormalige landgenoten.

In hem ziet de Engelse manager Keith Fletcher een tegenhanger van de revelatie van het Australische elftal, fastbowler Merv Hughes. Terwijl de beste Australische bowlers thuis zitten met blessures, greep Hughes zijn kans en kreeg dit seizoen vele Engelse batsman op de knieën. Zijn harde, oer-Australische uitstraling, zijn immense snor en zijn provocerende gedrag ten opzichte van de Engelse toeschouwers hebben hem doen uitgroeien van de meest gehate tot de meest populaire cricketer in Engeland. Hij valt het liefst, net als de Engelsen in de bodyline-periode, de batsmen zelf aan. Net zolang tot de umpire hem tot de orde roept.

“Precies het type speler dat Engeland nodig heeft”, vindt de cricket-correspondent van The Guardian. Het publiek geniet van zijn vechtlust en zijn karakter, de eigenschappen die de Engelse spelers ontberen. Maar waarom, vraagt hij zich vertwijfeld af, waarom moet Engeland in 's hemelsnaam een Australiër opstellen?