Slimme eindsprint van Jaskula valt verkeerd bij Rominger

SAINT LARY SOULAN, 22 JULI. Tony Rominger zei gisteren dat hij op drie bruiloften had gedanst. Vóór de zware Pyreneeënrit naar Saint Lary Soulan had de Zwitserse Tourrenner zich voorgenomen zijn bergtrui te verdedigen, zijn positie in de algemeen klassement te verbeteren en als de gelegenheid zich voordeed ook de etappe te winnen. Aangezien alleen het eerste plan volledig slaagde, was Rominger gerriteerd toen hij per liftcabine van de op 1670 meter hoogte gelegen finish naar de perszaal was afgedaald.

De routinier was met name gebeten op Zenon Jaskula. “Ik vond het niet netjes wat hij deed”, vertelde Rominger, zoals altijd krachttermen en vloeken vermijdend. Hij doelde op het slimme eindschot van de Pool, die in Saint Lary Soulan Rominger verraste en ook zijn tweede medevluchter, gele-truidrager Miguel Indurain, de baas bleef. “Jaskula heeft in de klim niet één meter op kop gereden”, verduidelijkte Rominger, “en dan moet je je in de sprint ook gedeisd houden.” Zo luidden inderdaad ooit de ongeschreven wielerwetten, maar wie stoort zich daar nog aan?

De ergernis bij Rominger was deels ook het gevolg van een lelijke eigen fout op weg naar de meet. Eerder die dag had hij van Johan Bruyneel - niet eens een ploeggenoot - gehoord dat de straat naar de aankomst steiler was dan menige renner dacht of het Tourboek aangaf. En daarom schakelde de 32-jarige prof met de kalklijn in zicht nog even terug naar een kleinere versnelling. Prompt was hij machteloos tegen Jaskula, die juist een groter verzet had gekozen. Bijna een ieder in de volgerskaravaan ging er tot gisterochtend van uit dat Rominger, al eerste in twee Alpenritten, de tweede Pyreneeënetappe ging gebruiken om de voor hem geklasseerde Alvaro Mejia en Jaskula te verdringen, zodat voor hem de weg vrij was voor de tweede positie in het algemeen klassement. Dat karwei was echter stukken lastiger dan verwacht.

Het verzet van het Colombiaans-Poolse duo was opmerkelijk taai. Toen Rominger op negen kilometer voor de streep uit een elitegroep met klimmers wegsprong, kon alleen de op de tanden bijtende Indurain aanklampen. De rest leek gezien, maar gaf zich niet gewonnen. De 31-jarige Jaskula - jammer dat hij pas op late leeftijd beroepsrenner kon worden - vocht op eigen kracht terug. Stampend op de trappers en badend in het zweet meldde hij zich weer bij de twee vluchtelingen. Mejia had hulp nodig. Op dringend verzoek van ploegleider Hennie Kuiper (Motorola) offerde collega Andy Hampsten zich voor hem op. De Amerikaan tikte Mejia bij het passeren even op de rug, ten teken dat zijn werk als trekpaard ging beginnen. Dankzij Hampsten bleef Mejia, die ruim een minuut na het leidende trio binnenkwam, tweede in de algemene rangschikking.

De voorsprong van de Zuidamerikaan op Jaskula (derde) en Rominger bedroeg vanochtend respectievelijk veertien en drieënzeventig seconden. “Die Mejia, die ga ik zaterdag in de tijdrit wel voorbij”, zei Rominger optimistisch, “of ik Jaskula dan inhaal is nog de vraag.” Rominger kent Jaskula's capaciteiten in de race tegen de klok. Hij was erbij toen de Pool eind juni op die discipline explodeerde naar de top van de Balmberg in de Ronde van Zwitserland. In de eerste tijdrit van de Tour, op twaalf juli aan het meer van Madine, maakte Jaskula zijn reputatie niet waar. Net als Rominger verspeelde hij kostbare minuten. En net als Rominger kon hij een excuus aanvoeren. In tegenstelling tot de concurrentie trof hij hondenweer met zelfs flinke hagel.

Mejia reed aan het water van Madine onder gunstige omstandigheden, maar bakte er desondanks weinig van. “Hij verloor drie minuten te veel”, aldus Kuiper, “waarom weet ik niet. Maar hij kan veel beter.” De geschiedenis bewijst het: in 1990 was Mejia verrassend het sterkste in een vlakke tijdrit van de Dauphiné Libéré. De Colombiaan zei gisteren “zich op te maken voor de laatste Tourslag”.